Hebben vrouwen wel tanden?

Debat. Bestaat er een vrouwelijke opinie en waarin onderscheidt deze zich dan van de mannelijke mening? Schrijven vrouwen ‘softer’, over andere onderwerpen?...

De ‘mannelijke opinie’, bestaat die eigenlijk? Welnee. Mannen hebben duizend-en-een opinies, over duizend-en-een kwesties. Ze bemoeien zich met alles wat er in de wereld aan de hand is, ze hakken er met een botte bijl op in of gebruiken een scherp geslepen fileermes. Ze prikken, pesten en provoceren. De mannelijke opinie bestaat niet, maar de mannelijke opinieschrijver wel. Hij schrijft zonder voorbehoud, zonder mitsen en maren: zo is het en niet anders! Kom maar op als je het niet met me eens bent, ik daag je uit!

Hij zoekt met overtuiging het debat, speelt het spel van argumenten en schrikt er niet voor terug daarin opportunistisch te zijn en selectief. Hij wil gelijk krijgen, winnen, maar wel door anderen te verslaan. Een overwinning zonder bloedspatten is een bleke overwinning, daar valt geen eer aan te behalen. Mannelijke opinieschrijvers houden van oorlog. Vrouwelijke meestal niet.

Het is niet toevallig dat het woordje ‘ik’ in de opiniejournalistiek bijna uitsluitend bij vrouwen wordt gevonden. Mannen kijken wel uit om ‘ik’ in hun verhaal in te brengen. ‘Ik’ is concreet, is persoonlijk. ‘Ik’, dat is een particuliere beleving die je kunt delen tijdens een kop koffie. Dat maakt niet alleen kwetsbaar, maar ook triviaal. Want wat zegt dat nou, ‘ik’, wanneer je over de wereld spreekt. Helemaal niks! Je moet juist geharnast de deur uitgaan, je ‘ik’ verborgen achter een schild van stevige stellingen. Geef mensen de kans om op je te schieten, en bied niet een blote hals aan die behalve jezelf, ook de ander weerloos maakt.

Wie zijn – beter gezegd: haar – ‘ik’ opvoert, is niet uit op de strijd die mannen zo graag voeren. Nee, die zoekt herkenning, empathie, verbondenheid misschien zelfs, maar in elk geval een gemeenschappelijke basis om dóór te praten. Een kringgesprek in plaats van een gevecht. Vrouwen willen er samen uit komen, in plaats van elkaar af te troeven. Ze trekken geen harnas aan, en steken een hand uit in plaats van een wapen.

Een hand die je óf moet aanpakken, óf negeren – meer keuzen zijn er niet.

Aanpakken, betekent de condities van het gesprek aanvaarden en dus jezelf óók kwetsbaar en triviaal maken. Dat is voor de krijgsheer-op-papier geen optie. Hij wil niet ontwapend worden, en al helemaal niet gemarginaliseerd. Negeren ligt daarom meer voor de hand. Er is immers geen sprake van een tegenstander. Vrouwen die hun ‘ik’ in de strijd gooien, dat is net zoiets als mensen (ook meestal vrouwen) die huilen in het openbaar. Het is zielig, maar je kunt er niets mee. Iemands persoonlijke ervaringen en gevoelens kun je niet betwisten. En dus zijn ze voor een opinieschrijver volstrekt oninteressant.

Negeren dus, en dat is extra makkelijk omdat vrouwen vaak schrijven over een wereld die voor mannelijke opinieschrijvers geen onderwerp is: de binnenwereld. De wereld van opvoeding en zorg, ouderschap en emancipatie. Onderwerpen waar nauwelijks beweging in zit en die niet tot politieke aardverschuivingen leiden. Sociologisch interessant, maatschappelijk van belang, en voor iedereen relevant, dat zeker. Maar geen munitie voor mannelijke opinieschrijvers. Dat zijn ‘vrouwendingen’ eigenlijk nooit. Het lijkt wel alsof het een man onmannelijk maakt om zich daar kritisch over uit te laten.

Maar dat is het enige niet.

Wie het opneemt voor vrouwen, distantieert zich van de groep waartoe hij behoort: mannen. Het is een vorm van verraad, het zijn matennaaiers, de mannen die andere mannen vertellen dat vrouwen recht hebben op de helft van alles: van macht en geld tot vrijheid en respect. Samen delen? Kom nou! Vecht er maar voor. Zoals de jongens en mannen onderling ook voortdurend vechten, met wapens en met woorden. Dat hoort er nou eenmaal bij als je wilt meedoen in de echte wereld. Weggeven is er niet bij, zeker niet als het niet hoeft. En het hoeft niet. Want vrouwen zijn niet bepaald gevaarlijk voor de stabiliteit van de samenleving. Integendeel. Ze vormen een tamelijk machteloze groep die, ook dat nog, op persoonlijk niveau verknoopt is met haar tegenstander. Kunnen armen zich organiseren tegen rijken, zwarten opstaan tegen witten, vrouwen zullen nooit en masse mannen de rug toekeren. Er dreigt geen segregatie, geen achterstand, geen cultuurclash, geen ramp en geen oorlog. Kortom, waarom zou je je kostbare kolommetje wijden aan een zaak waarbij niet eens écht iets in het geding is?

En dus schrijven mannelijke opinieschrijvers niet in de ‘ik’-vorm en niet over ‘vrouwendingen’. Want dat zou ze dubbel verzwakken. Aangezien veel vrouwelijke opinieschrijvers beiden wél doen, reduceren ze zichzelf op papier tot de franje die vrouwen al zo vaak in het leven van mannen zijn. Dat is jammer. Vrouwelijke opinieschrijvers zouden daarom over álle onderwerpen moeten schrijven en de ik-vorm in de ban moeten doen. You can’t beat them if you don’t join them.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden