'Heb je recht gedaan aan de armen?'

Nico Roozen, afkomstig uit een traditioneel rooms-katholiek milieu, was voorbestemd om het bloemenbedrijf van zijn vader over te nemen, maar hij besloot zijn leven anders in te richten....

door Sander van Walsum

MET ZIJN politiek en maatschappelijk engagement onderscheidde Nico Roozen (49) zich tijdens het hoogtij van de jaren zeventig niet van zijn vrienden en bondgenoten. Wat hem wel 'anders' maakte, was zijn schatplichtigheid aan het christelijk geloof. Het pure geloof wel te verstaan, zoals dat werd beleden voordat kerkelijke instituties het zicht op de inhoud benamen.

Dat was geen voor de hand liggende keuze in progressieve kring, want voor de verheffing van de ontrechte massa's werd het geloof niet langer relevant geacht. Sterker nog: christendom en maatschappelijk engagement werden als onverenigbaar gezien. Voor Roozen bestaat er echter geen tegenspraak tussen de joodse en de christelijke traditie en de inzet voor een betere samenleving van bevrijde mensen. Het tegendraadse verhaal uit de Bijbel is onverkort actueel.

Roozen studeerde geschiedenis en theologie. Als directeur van Solidaridad en bedenker van het Max-Havelaar-keurmerk zet hij zich in voor de armen in de Derde Wereld. Roozen is getrouwd met een verpleegkundige en heeft drie kinderen.

Rol van religie in de jeugd

'Ik was getuige van de nadagen van het rijke roomse leven. Ik groeide op in Heemskerk, een in sommige opzichten Limburgse regio in het Noord-Hollandse. Het ganse sociale leven speelde zich af rondom de kerk. Alles was doordesemd van een cultuur-katholicisme: riten, tradities, maar betrekkelijk weinig inhoud. De vorm prevaleerde. Als kind voelde ik mij daar best behaaglijk bij.

Mijn ouders waren, zoals het de gegoede burgerij betaamde, actief in het verenigingsleven. Mijn vader leidde een bloemenexportbedrijf. Daarnaast was hij actief in het kerkbestuur en in de plaatselijke politiek. Vierentwintig jaar wethouder in een verzuilde samenleving waarin politieke mandaten nog vanzelfsprekend waren. Voor de KVP uiteraard. Rond het geloof werd geen strijd gevoerd. Noch binnen ons gezin, noch met andere denominaties in het dorp. Die andere denominaties ontbraken nagenoeg. Er was alleen die ene moederkerk. Vanzelfsprekend en geborgen.

Des te verrassender en ingrijpender was de omslag die zich eind jaren zestig onaangekondigd en in een adembenemend tempo voltrok. Opeens werd de biecht niet meer afgenomen, en plotseling telde onze parochie niet langer vier jonge kapelaans, maar nog slechts één pastor.

In een vergeefse poging de jeugd te behouden, werden beatmissen georganiseerd en discoavonden belegd. Wat voor velen verval was, hield voor mij een belofte in voor de toekomst. Een deel van de naburige Jozef-parochie had zich tot de oecumene bekend en transformeerde zich tot de Kritische Gemeente IJmond. Hier meende ik de dageraad van een nieuwe geloofsgemeenschap te zien. De taal die er werd gesproken, sprak mij enorm aan. Een liturgie doorspekt van gebeden en liederen van Huub Oosterhuis, en een doorleefd maatschappelijk engagement.'

Nadenken over religie

'De boze buitenwereld drong in mijn leven door toen ik, tijdens mijn eindexamenjaar, getuige was het politieoptreden tegen stakende studenten op de toenmalige kweekschool in Beverwijk. Ik was verbijsterd over het geweld dat daarbij werd gebruikt. Leeftijdgenoten die het goed voorhadden met de kwaliteit van het onderwijs, jongens die je bewonderde, werden letterlijk van de trap gegooid. Dat is een contrastervaring die je aan het denken zet.

Een soortgelijke schok voelde ik bij de berichten over de kerstbombardementen op Hanoi. Dat de Amerikanen daartoe in staat waren, dat zij de dood brachten op een dag die overal met vrede is verbonden, vervulde mij met weerzin. Voor het eerst voegde ik me in de eindeloze rijen van een demonstratie.

Daarbij kwam het christendom nooit in het geding. Oké, de instituten eromheen waren weinig aantrekkelijk. Het christendom was slecht verpakt. In Jezus meende ik echter iemand te herkennen die juist vrijheid had gebracht. Hij heeft alle patronen verbroken die de samenleving van zijn tijd ketenden. Hij heeft getoond wat de betekenis was van solidariteit en onbaatzuchtigheid. En hij hield zich bezig met levensvragen die van alle tijden blijken te zijn. Niet door pasklare antwoorden te formuleren of geloofszekerheden te verkondigen, maar door de zoekende mens bij te staan.

Ik voelde een onverzadigbare lees- en leerhonger. Nadat ik mijn studie geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam had afgerond, ging ik theologie studeren aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht. Dat was toen, in de nadagen van kardinaal Alfrink, nog een progressieve instelling. Binnen de kritische gemeente IJmond was ik actief betrokken bij het project ''Bijbel op Herhaling'', een poging om - in de geest van Deurloo en Schillebeeckx - de bronnen te bestuderen en van hun historische ballast te ontdoen. Die bezigheden sloten naadloos aan bij activiteiten waarin mijn politieke betrokkenheid tot uiting kwam. Er is nooit een splitsing opgetreden tussen gelovig zelfverstaan en maatschappelijk engagement. Integendeel; het een werd door het ander versterkt.'

Het moment van de keuze

'Als enige zoon was ik voorbestemd om het bedrijf van mijn vader over te nemen. Maar gelukkig respecteerden mijn ouders mijn wens mijn leven anders in te richten. Na mijn studie ging ik in 1984 bij Solidaridad werken, en bezocht ik - op mijn allereerste dienstreis - El Salvador. Daar stond ik, kort na de moord op bisschop Romero, oog in oog met de ellende van een burgeroorlog, maar ervoer ik ook de kracht van mensen die zich tegen onrecht verzetten. Ongeacht de gevolgen.

Kort na mijn bezoek werden zeven jezuïeten omgebracht. De christelijke traditie was voor hen een levende inspiratiebron. Bevrijding en christendom waren uitwisselbare begrippen. Aan het geloof ontleenden zij de moed om het op te nemen tegen de macht van de dood. Al moet men het afleggen tegen de overmacht van de doodseskaders.

Het gaat in de bijbelse verhalen zelden of nooit over de vraag of er een leven ná de dood is. De kwestie of er een leven vóór de dood is, staat centraal. Wat is de kwaliteit van het leven voor de dood? Komt het leven tot zijn recht? Zijn er menswaardige verhoudingen? Hoe beoordelen wij het leven van al diegenen die door een voortijdige dood nooit tot hun recht zijn gekomen? De strekking van het bijbelse verhaal is dan: er zal recht worden gedaan. Hoe? Dat weet niemand. Maar er zal recht worden gedaan over de dood heen. Tot de ontelbare slachtoffers van terreur en onrecht wordt gezegd: dit kan het laatste woord niet zijn.

Er zijn zoveel mensen in de Derde Wereld die knokken voor een betere toekomst, een strijd waarvan zijzelf nooit de vruchten zullen plukken. Die inspanningen doen mij denken aan de uittocht van de joden uit het slavenhuis Egypte. In het Oude Testament wordt gesproken van een exodus, een massale volksbeweging naar het beloofde land. Maar de historische bronnen duiden hooguit op het vertrek van kleine groepjes mensen. Gebeurtenissen die door tijdgenoten niet als bijzonder schokkend of opmerkelijk zijn ervaren, kunnen vanuit een gelovig perspectief als een omslagpunt worden aangemerkt. Daar put ik hoop uit. De kleine stappen van verandering van vandaag, kunnen op de schaal van de tijd van eminent belang blijken te zijn.'

Reactie van de omgeving

'Als ik in de jaren zeventig niet betrokken was geraakt bij een maatschappelijk geëngageerde geloofsgemeenschap, zou ik waarschijnlijk, zoals de meeste generatiegenoten, zijn losgeraakt van God en kerk. Voor mijn progressieve geestverwanten is mijn geloofskeuze meestal niet zo goed invoelbaar. In hun optiek was bevrijding juist inherent aan de ontmanteling van de christelijke instituties. Die werden als irrelevant, of - erger nog - ongewenst ervaren. Dit sentiment was natuurlijk ingegeven door wat de kerk ervan maakt. Ik ben er echter van overtuigd dat we het beste deel van onze geloofs- en culturele tradities nodig hebben om de keuzen te kunnen maken die voor het behoud van de schepping nodig zijn. Het is jammer dat zo weinig mensen de moeite nemen deze bronnen opnieuw open te leggen.'

Uitdragen van religie

'Max Havelaar is geen exclusief christelijke formule. Maar ze raakt wel de vraag die in het manifest van Mattheüs 25 aan de gelovige wordt gesteld: heb je recht gedaan aan de armen? Heb je de vluchteling gehuisvest? Heb je de gevangene bezocht? Het belijden van het geloof blijkt niet het belangrijkste criterium te zijn. Of je langs de armen heen geleefd hebt, is de beslissende keuze. Dat is een wending in het verhaal van geloof en kerk die mij boeit.

Het is bemoedigend te zien dat mensen vanuit verschillende overwegingen tot dezelfde keuze komen. We bedrijven geen zending, en we verabsoluteren onze instrumenten niet. We doen slechts een beroep op de eenvoudige notie van solidariteit. Maar ik moet bekennen dat de respons mij weleens ontgoochelt. Je zou mogen verwachten dat heel progressief en christelijk Nederland Max-Havelaar-koffie zou drinken en de OK banaan zou verkiezen boven Chiquita. Maar een schamele drie procent geeft in de winkel metterdaad blijk van naastenliefde.

De consument mag dan altijd gelijk hebben, toch zijn er onbewaakte momenten waarop ik denk: waarom dóen ze het niet? Waarom maakt de consument geen gebruik van de enorme macht waarover hij beschikt? In de Tweede Kamer heb je ten minste 51 procent nodig om dingen te veranderen, op de consumptiemarkt heb je aan 15 procent genoeg. Wij zijn er kennelijk nog niet in geslaagd de kloof tussen de mooie intenties en het reële koopgedrag te dichten. En dat stelt teleur. In het Hebreeuws is er één woord voor woord en daad: 'dabar'. Mensen doen wat ze zeggen en woorden roepen op tot daden.

Maar de geëmancipeerde generatie heeft het geloof in de kast gezet en heeft daar een geestloos consumentisme en een kritiekloos marktdenken voor in de plaats gekregen. Onze behoeften zijn bevredigd en we lopen vervolgens onze begeerte achterna. Waar halen we de normen en waarden vandaan om nog tot inkeer te komen?

Als vader weet ik hoe moeilijk het is. Voorkeuren zijn moeilijk te beïnvloeden. De groepscultuur schrijft nu eenmaal Nike-schoenen voor, en een Max-Havelaar-spijkerbroek is onverkoopbaar. Daarom kozen we een flitsende merknaam en een nieuwe marketingformule met het nieuwe fair trade jeansmerk Kuyichi. Voor te weinig consumenten is de maatschappelijke meerwaarde een doorslaggevend aankoopmotief. Men wordt ook door ons nu verleid door productkwaliteit en imago. Dat Kuyichi zonder kinderhanden en met inachtneming van het milieu is gemaakt, zal hopelijk als bijkomend voordeel worden gezien.

Ik heb het samenzijn in een geloofsgemeenschap nodig om mildheid te behouden. Ik word er dan aan herinnerd dat het koninkrijk Gods ons is aangezegd. We worden nadrukkelijk uitgenodigd een steentje bij te dragen, maar de rechtvaardige samenleving zal er komen. Hoe dan ook. Die notie behoedt me voor een blind fanatisme of menselijke overmoed.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden