Hé, ík ben de juf

Het basisonderwijs heeft steeds meer moeite om leerkrachten te vinden voor groep 8. De kinderen én hun ouders zijn veeleisender dan vroeger....

'Wij maken veel lawaai en luisteren soms niet. De vorige meester kon daar niet tegen. Die ging dan naar boven om te huilen. Op een dag kwam hij niet meer terug.' Burak (11) zit in groep 8 van de Haagse basisschool Prinsehaghe. Hij staart schuldbewust naar het tafelblad. Maar Kevin (11) zit er niet mee. 'We hebben drie meesters weggepest', vertelt hij vol bravoure. 'Ze zijn bang voor een brutale mond.'

Het basisonderwijs heeft steeds meer moeite om leerkrachten te vinden voor groep 8. De meesters en juffen, lees: juffen - de meester is een uitstervend ras - geven liever les aan jongere kinderen. Prinsehaghe stuurde groep 7 en 8 vorig jaar wegens personeelsgebrek op woensdagen naar huis, nadat drie bovenbouwleerkrachten waren afgehaakt. De Willem van Oranjeschool in Haarlem moest vorig jaar groep 8 opheffen, nadat de meester overspannen was geraakt en niet vervangen kon worden.

Landelijk is het aantal onvervulde uren in groep 7 en 8 opgelopen tot 20 procent. Dat betekent dat de leerkracht weg is en er geen officiële vervanger voorhanden is. Meestal springt de directeur in of een remedial teacher. Of de klas wordt over andere groepen verdeeld. In uiterste nood stuurt de school de kinderen naar huis.

'Het is een interessante leeftijd. Maar het is wel slopend.' Marianne Jol staat voor groep 8 van Prinsehaghe. 'Je moet continu op je strepen staan. Hé, ík ben de juf! Hé, ík was aan het woord. Er is altijd een ja-maar. Ze doen niet meer automatisch wat de juf zegt.'

Een voorbeeld. 'Op Prinsehaghe is de afspraak dat petten op de gang blijven. Maar elke ochtend zijn er kinderen tegen wie ik moet zeggen: pet in je kastje. Ja-maar, dan gaat mijn haar in de war. Leg nu je pet in je kastje. Ja-maar, dan gaat mijn haar in de war. Dat zeg ik toch! Tegen de tijd dat die pet in de kast ligt, is het een puinhoop in een andere hoek van de klas.'

Het voortdurende getouwtrek om de macht weerhoudt veel leerkrachten ervan voor groep 8 te kiezen. 'De kinderen beginnen eerder met puberen dan vroeger. Ze zijn niet zomaar dwars, ze maken een enorme ontwikkeling door. Daar moet je wel mee kunnen omgaan', vindt Ruud Barnhoorn, schoolleider van de Haarlemse basisschool Franciscus Xaverius. 'Zwakke meesters en juffen hebben de neiging veel regels in te voeren. Maar hoe meer regels je stelt, hoe creatiever de leerlingen worden in het ontduiken ervan.'

Ineke Rienstra staat voor groep 8 van de Franciscus Xaverius. Het gaat haar ogenschijnlijk makkelijk af. 'Ik ben ouderwets. Er is er maar één de baas en dat ben ik. Als ik praat zijn ze stil. Brutale monden accepteer ik niet', vertelt ze, terwijl de leerlingen muisstil aan de kaart van Afrika werken.

Toch zijn de kinderen erg op haar gesteld. Voordat de les begint klitten ze graag rond de juf. 'Juf, ze sloegen mijn broertje. . .' 'Juf, ik heb op het schoolplein ruzie gehad. . .' 'Juf. . .' Van één leerling krijgt ze een briefje toegestopt: 'Hoi juf, ik hoop dat ze op de middelbare school waar ik naar toe ga niet aan rekenen doen. Dan merken ze niet dat ik geen sommen kan maken en dan kunnen ze me ook niet uitlachen.'

'Ik heb een goede band met de kinderen', glimt Ineke. 'Ik ben dan wel een autoriteit, maar ik ben niet autoritair.'

De kinderen in groep 8 zijn ontegenzeggelijk moeilijker geworden. Zelf hebben ze het vaak ook moeilijk. 'Kinderen van tegenwoordig moeten presteren en scoren. Onderschat de druk van de Cito-toets niet', vertelt Simon Sparreboom, schoolleider van Prinsehaghe. 'Ook de ouders hebben vaak hoge verwachtingen. Een schooladvies dat lager uitvalt dan havo/vwo pikken veel ouders niet. Terwijl die hoge verwachtingen vaak niet reëel zijn .'

Mét hun kinderen zijn ook de ouders mondiger geworden. Als de schooldag ten einde loopt, moet de leerkracht met de ouders in de slag. Elke dag staan er moeders en vaders op de stoep die het beter weten dan de meester en de juf.

'Vooral in de hogere groepen neemt de bemoeienis van ouders toe', constateert Helmie Smole, secretaris van de Vereniging van Christelijk Primair Onderwijs die ruim twintig scholen in Zuid-Kennemerland heeft. 'Logisch, want in de hogere klassen doen zich vaker gezagscrises voor en wordt meer gestraft. Daar kunnen ouders erg emotioneel over worden.'

Ouders bemoeien zich meer met het onderwijs. 'Alle ouders denken te weten wat goed onderwijs is voor hun kind. Soms krijgen leerkrachten hele delegaties van drie of vier moeders op bezoek die komen vertellen dat de leerkracht het helemaal verkeerd heeft aangepakt. Dat gebeurt niet alleen in Bloemendaal en Aerdenhout, ook op scholen in de binnenstad van Haarlem. Al gebruiken ouders daar ook weleens hun vuisten om hun verhaal kracht bij te zetten.'

Groep 8 is het jaar van de waarheid. De uitslag van de Cito-toets en het advies voor het vervolgonderwijs vallen sommige ouders rauw op hun dak. 'De leerkracht van groep 8 krijgt het allemaal op z'n bordje', weet Ruud Barnhoorn van de Franciscus Xaverius. 'Bij een vmbo-advies zien we soms boze ouders. ''Wat! Vmbo! En de school heeft steeds gezegd dat alles goed ging.'' Dat zijn gesprekken waar leerkrachten erg tegenop zien.'

Van de nieuwkomers in het basisonderwijs is meer dan 90 procent vrouw. Die hebben zelden de ambitie om voor groep 7 of 8 te staan, is de ervaring van Helmie Smole. Zij verwacht dat het lerarentekort in de bovenbouw dramatische vormen gaat aannemen. 'Die páár mannen die nog binnenstromen kun je niet vasthouden. Die gaan het management in. Of de adviessector. Geef ze eens ongelijk. Het maximumsalaris van een basisschoolleerkracht is een krappe 3000 euro bruto per maand, na achttien jaar. Geen vetpot voor een kostwinner.'

Het is vrijdagmiddag. Burak bijt een gummetje aan stukjes. Zijn buurman schiet het spul met een rietje in het haar van het meisje voor hem. Twee vriendinnen neuriën een Hindoestaans liedje. 'Ik weet het. Het is bijna weekeinde. Probeer je even te concentreren op je aardrijkskundeboek', zegt de meester. De hoofden buigen zich diep over de lessenaars. Om te giechelen. Of een briefje van de buurvrouw te lezen. Of om quasi-geïnteresseerd in het boek te staren, met het verkeerde hoofdstuk opengeslagen. 'Jullie hebben vanmiddag bitter weinig geleerd', besluit Henk van Groen de les.

Van Groen staat graag voor groep 8. 'In de hoogste groepen komen kinderen van alles vragen. Hoe hoog is de Mount Everest? Hoe lang duurde de ijstijd? Leuk toch. Maar soms is het moeilijk direct antwoord te geven. Dat maakt leerkrachten onzeker. Je moet kunnen goochelen met breuken, procenten en spellingsregels. Toen ik op de pabo zat, was daar veel aandacht voor.'

Henk van Groen wil niet klagen over de kwaliteit van de jonge garde. 'Maar er gaan steeds minder vwo'ers en havisten naar de pabo. Studenten met een lagere vooropleiding hebben moeite hetzelfde eindniveau te halen.'

'De kennis van de stof is een teer punt', vindt Helmie Smole. 'Er zit een wereld van verschil tussen de oudere leerkrachten en de mensen die tegenwoordig van de pabo komen. Ze hebben een diploma, maar het is vaak gatenkaas. De een beheerst de breuken niet, de ander heeft weinig aan grammatica gedaan. Dat is een probleem. Ik hoor schooldirecteuren steeds vaker roepen: ''Het is een lieve meid, maar ik kan haar toch niet voor groep 8 zetten?'''

Lang niet iedereen die van de pabo komt, kan groep 8 aan, is ook de ervaring van schooldirecteur Barnhoorn. 'Dat wordt steeds nijpender, want sinds kort mogen ook klasse-assistenten met een mbo-opleiding doorstromen naar de pabo. Daar zitten geweldige meiden tussen, enorm gemotiveerd. Maar ze zullen meer moeite met de lesstof hebben dan een vwo'er of havist die naar de pabo gaat.'

De meeste schooldirecteuren zijn voorzichtig om hun personeel te kritiseren. 'Maar de pabo moet zijn studenten een eerlijke kans geven om te zakken', zegt een schoolbestuurder uit Arnhem. Circa 95 procent van de pabo-studenten die zich aanmelden voor het examen behalen hun diploma.

Steeds meer scholen geven leerkrachten die voor groep 7 of 8 staan een bonus. Een leerkracht in de hogere groepen is meer tijd kwijt aan het voorbereiden van de lessen, het nakijkwerk, de contacten met het voortgezet onderwijs en gesprekken met de ouders over het beste vervolgonderwijs. Bovendien zijn de hoogste klassen vaak het dichtstbevolkt.

Gemiddeld zitten er 25 kinderen in groep 8 tegen 21 in de laagste klassen. 'Die gemiddelden vertekenen het beeld', vindt Helmie Smole. 'We hebben heel veel zevende en achtste groepen met 30 á 35 leerlingen. Ga er maar aanstaan.'

Ineke Rienstra prijst zich gelukkig met 'slechts' 19 leerlingen in haar groep 8. 'Kijk eens naar al die grote lijven. En ze moeten steeds zelfstandig werken: zelf woordenboeken pakken en atlassen raadplegen of achter de computer kruipen. Dat kán gewoon niet met 30 kinderen in de klas.'

De aandacht voor het basisonderwijs heeft zich de laatste jaren geconcentreerd op het jonge kind. Het niveau van basisschoolkinderen tot en met groep 4 gaat elk jaar omhoog. Uit een recent onderzoek van de Universiteit Twente blijkt voor het eerst dat kinderen in de bovenbouw juist minder bijleren als het om taal en rekenen gaat.

Een goede verklaring heeft onderzoeker Simone Doolaard nog niet gevonden. 'Dat het lerarentekort zich vooral in de hoogste klassen doet voelen, speelt zeker een rol.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden