‘Hé, die advocaat zag ik gisteren bij Albert Verlinde’

In de debatserie ‘de Volkskrant op zondag’ spreken advocaten over hun publieke imago...

Van onze verslaggeefster Janny Groen

AMSTERDAM Raadslieden hebben geen speciale maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bij de verdediging van hun cliënt is alles geoorloofd. Daartoe behoren ook optredens in de media. Die mogen ‘optimaal’ worden bespeeld. Daarover zijn Gerard Spong, Victor Koppe en Peter Plasman, drie ‘glamour boys’ van de moderne advocatuur, het eens.

Zij laten hun grenzen bepalen door de wet en door hun persoonlijke ethiek. Hun enige taak, stelden ze eensgezind in het ‘de Volkskrant op zondag-debat’ in de Rode Hoed over het publieke imago van de advocatuur, is een verdachte zo goed mogelijk bijstaan.

Spong: ‘Morele drempels ken ik niet in het leven.’ Hij begrijpt de opstelling niet van een advocaat als Gabri van Driem, die weigert verkrachters bij te staan. ‘Iedere verdachte heeft recht op verdediging. Iedereen is onschuldig tot het tegendeel is bewezen.’ Ook Koppe, advocaat van Samir A., laat zich in die zin uit. Hij heeft geen begrip voor confrères die terreurverdachten om principiële redenen niet willen verdedigen. Dat dergelijke verdachten zelf de rechtsstaat verwerpen, vindt hij geen legitiem argument.

Plasman stond Mohammed B. bij, die hem slechts ‘een beperkte rol’ liet spelen. B. hield zijn eigen pleidooi. Met een dergelijke keuze toont Plasman, die zich op tv wel geregeld liet interviewen over de moordenaar van Theo van Gogh, ‘wethouder Hekking-gedrag’. Zo’n rol past de advocatuur niet, vond Floris Bannier, bijzonder hoogleraar Advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Bannier hekelde de grote ego’s van de glamour boys, die zichzelf op de voorgrond stellen en daarmee niet altijd de zaak van hun client dienen.

Wie zich vertoont in spelletjesprogramma’s op de televisie of in een programma als RTL Boulevard, loopt het risico niet langer serieus te worden genomen, betoogde Bannier. Door het publiek niet en door de rechter niet. De laatste gaat wellicht denken: ‘Hé, die zag ik gister nog bij Albert Verlinde.’

Deelnemen aan spelletjesprogramma’s is wellicht niet verstandig, reageerden de drie raadslieden. Spong, die er in het tv-spel Triviant in de tweede ronde uitvloog, doet het ook nooit meer. Maar alledrie vonden dat als de media hun een podium bieden om een cliënt te dienen, ze daaraan moeten meewerken. Koppe: ‘Zo kan je het negatieve beeld dat het Openbaar Ministerie van een verdachte schildert een beetje bijstellen.’

Plasman gaf toe tv-optredens leuk te vinden. Maar het ligt niet alleen aan hun ijdelheid dat ze BN’ers zijn geworden, vonden de drie raadslieden. Spong: ‘Soms word ik wel vijftig keer per dag gebeld door journalisten.’

Plasman zei zich erover te verbazen hoe ver journalisten soms gaan. ‘Ik lek alleen informatie die gunstig is voor mijn cliënt. Ik stel voorwaarden. Er zijn journalisten die, in ruil voor een primeur, bewust niet de hele waarheid publiceren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden