Hbo-docent moet bijscholen om promovendi te begeleiden

Prima dat hogescholen hun staf willen bijscholen opdat hun studenten kunnen promoveren, maar de kwaliteit moet goed blijven, zeggen Derek Jan Fikkers en Olof Wiegert....

Derek Jan Fikkers en Olof Wiegert

Het Nederlandse hoger onderwijs is gebaseerd op een binair stelsel. Hbo-instellingen leiden op tot de beroepspraktijk, universiteiten richten zich op het opleiden van wetenschappers. Met de Bolognaverklaring in de hand schurken de hbo-instellingen de laatste jaren tegen universiteiten aan. Zij zijn bezig met een opmars richting de traditioneel exclusieve domeinen van de universiteiten. Een zinloze concurrentiestrijd die ten koste gaat van de student en binnenkort ook van de promovendus.

Het recht om – na het verkrijgen van de MA of MSc graad – de doctorsgraad te verlenen, ligt nu exclusief bij de hoogleraren van universiteiten. Daar is een goede reden voor: promoveren is primair een langdurige wetenschappelijke uitdaging en hbo-instellingen zijn geen wetenschappelijke instellingen. Afgelopen vrijdag werd dat door de Tilburgse econoom Bouwens (Forum, 1 juli) pijnlijk duidelijk gemaakt. Hbo-instellingen kunnen promovendi simpelweg niet bieden wat nodig is voor een succesvolle afronding van de promotie. Het 'ius promovendi' is er niet voor niks. Het garandeert de kwaliteit van promoties aan Nederlandse universiteiten die internationaal inderdaad zeer hoog staan aangeschreven. Recent is de discussie over dit promotierecht opgelaaid. Hogescholen willen een bijdrage leveren aan de (regionale) kenniseconomie, mede door het verrichten van toegepast onderzoek. Zij zijn echter – terecht – tot de conclusie gekomen dat het opleidingsniveau van hun docentencorps volstrekt tekort schiet.

Zo'n 3 procent van hun docenten is gepromoveerd of met een promotie bezig. Ter vergelijking: de Duitse Fachhochschule stellen een promotie als expliciete aanstellingseis. Op de Vlaamse hogescholen heeft eenderde van de docenten een promotie afgerond.

Hbo-instellingen hebben van dit lage opleidingsniveau in het verleden nooit een punt van gemaakt. Echter, nu hbo-instellingen zich meer als onderzoeksinstellingen profileren, merken zij dat een onderzoeksgerichte staf hiervoor onontbeerlijk is. Er zijn drie manieren om het aantal doctores in het hbo te vergroten.

Men kan op zoek gaan naar mensen die recent op een universiteit gepromoveerd zijn. Op deze wijze zit men voor een dubbeltje op de eerste rij: wel de promovendus, niet de kosten die met zijn promotie gemoeid zijn. De hbo-instellingen weten dat en hebben inmiddels een uitgebreide campagne opgezet. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) juicht deze constructie toe.

Een tweede manier om het aantal gepromoveerde medewerkers kan laten groeien, is het aanstellen van zogenaamde reguliere buitenpromovendi. Dan treden de promovendi in dienst bij de hbo-instelling, maar worden zij bij hun promotie begeleid door een hoogleraar van een universiteit. Ook van deze mogelijkheid zijn de hboinstellingen zich bewust. De eerste vacatures verschenen al in de dagbladen.

Op 31 vacatures kwamen ruim zeshonderd reacties.

Een derde mogelijkheid is de zogenaamde 'u-bocht'-constructie. Deze constructie werd onlangs bepleit door Norbert Verbraak, scheidend (interim) voorzitter van de HBO-Raad en voorzitter van het College van Bestuur van een van de grootste hbo-instellingen, Fontys Hogescholen. Deze hogeschool heeft een samenwerkingsverband met de Londense Roehampton University. Roehampton kan Fontysmedewerkers in deze constructie voorzien van het predikaat 'professor', waarmee zij het 'ius promovendi' bemachtigen.

Roehampton mag zich sinds augustus universiteit noemen. In de vermaarde Top 100 van Engelse universiteiten van The Times neemt zij een zeventigste plaats in. Op criteria als onderzoek, onderwijs, toelatingseisen en slagingspercentage scoort zij (regelmatig ver) onder het gemiddelde. Zo omzeilt Fontys op slinkse wijze de kwaliteitseisen die aan een Nederlandse promotie worden gesteld.

Het is goed dat hbo-instellingen het opleidingsniveau van hun medewerkers willen verhogen. Maar het is niet goed als Nederlandse hogescholen zich via schimmige buitenlandse constructies het promotierecht toeëigenen en zo de kwaliteitseisen buitenspel zetten.

Een dergelijke ontwikkeling schaadt het Nederlandse onderzoeksklimaat. In het buitenland kent men de kwaliteit van Nederlandse promoties. Naast het onderzoeksklimaat in het algemeen, is vooral de jonge 'Roehamptondoctor' de grote verliezer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden