Haye Thomas praatte graag in hele zinnen

Een paar dagen voor Haye Thomas' plotselinge dood interviewde Henk Strabbing de NOS-correspondent in Brussel. 'Was dat Haye, vroeg eens mijn buurman?...

'Houd je van mosselen?' had hij door de telefoon geroepen. 'Ja? Heel goed.'

Het zou de eerste en laatste keer worden dat we elkaar beroepshalve spraken. Want strikt genomen was mijn reis naar Brussel onzin. In Friesland waren we bijna buren en enig agenda-vergelijken had het vraaggesprek natuurlijk heel goed dáár kunnen laten plaatsvinden. Maar we waren het meteen eens: Friesland was er om te zíjn, te zwemmen, een harinkje te eten aan de haven van Harlingen en soms een 'pas-de-deux'tje' na.

Pas-de-deux - dat begrip beviel hem zeer. Zo betitelde hij ook zijn duobaan bij het NOS-journaal en de Haagsche Courant. Pils plus beerenburg was eveneens zo'n pas-de-deux. We zeurden tijdens zo'n sessie meestal wat nostalgisch tegen elkaar aan, zo van: 'Eén keer correspondent, altijd correspondent.' En knikten dan boordevol wederzijds begrip. Hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, dat had hem óók wel wat geleken ter afsluiting van zijn journalistieke loopbaan. Of directeur van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Dat was hij zelfs bijna geworden, jaren geleden. Haye had iets met water, was bij de marine geweest. Hij wilde nog een boek maken over Willem van de Velde, die onze fameuze zeeslagen schilderde in de zeventiende eeuw. Plannen genoeg.

Een heus vraaggesprek zou het ook in Brussel niet worden, want dat bleek een lichtelijk onhandige formule tussen twee journalisten die elkaar toch eigenlijk alleen van buiten het vak kenden. Hij vertelde onder de beloofde mosselen wat hem was overkomen tijdens de Witte Mars in Brussel rond de verdwenen kinderen: regelrecht van achteren geattaqueerd tijdens de live-uitzending. Hij had er zich, gezien de omstandigheden, nóg fier en keurig uit gered, had zich omgedraaid en simpel gevraagd: 'Pardon?'

Typisch Haye, had hij achteraf volledig begrip voor de actie: 'Het was een groep Marokkanen met de symboliek van de uiterste wanhoop. De organisatoren hadden vergeten de naam van dat Marokkaanse meisje op de borden te schrijven, terwijl juist wij haar keurig genoemd hadden. Maar ja, die mensen spraken geen Nederlands. Ze moesten hun agressie kwijt.'

Haye was aan zijn laatste maanden bezig als correspondent in Brussel. Het Nederlandse EU-voorzitterschap, eerste helft volgend jaar, had het einde van zijn lange correspondentenbestaan moeten worden. Nauwelijks weg te denken van de buis: grote, vertrouwenwekkende man, grijs hoofd tikje schuin, liefst in zwarte Burberry, de volzinnen schijnbaar moeiteloos aaneengeregen.

Het was nog altijd niet duidelijk wat hij zou gaan doen, terug in Nederland. De NOS deed tamelijk traag. De Haagsche Courant had hem daarentegen al een contract aangeboden voor een aantal grote verhalen. Haye betitelde dat als een 'zeer chique behandeling'. Hij wist wél wat hij op de tv ambieerde: een prettig praatprogramma op de zondagmorgen. Onderwerpen náást het jachtige nieuws. De kijker kalm bijpraten over de aangenamere dingen die het leven óók nog in petto moest hebben.

Het begon ooit in Londen. Voor het dagblad De Tijd. Zij het niet meteen als volwaardig correspondent, maar als vertaler/bewerker van nieuws dat een kongsie van drie Engelse kranten leverde over de Zesdaagse Oorlog. Hoofdredacteur Joop Lücker van De Tijd zag veel in dit soort constructies, want hij achtte de Engelse journalistiek het neusje van de zalm. Jaren eerder had Lücker deze specifieke Londen-constructie ook bij de Volkskrant gepraktiseerd.

Maar ditmaal liep het anders. Na het snelle einde van de oorlog kwam de boodschap uit Amsterdam: 'Zoekt u maar woonruimte in Londen'. Met vrouw en twee dochters reisde Thomas definitief af. Dat was in 1967.

Engeland was ook een beetje de combinatie van vlucht en afzetten, bedacht Haye zich later. Vader Fred was een beroemd journalist (nota bene óók bij De Tijd) 'en ik was dus de jonge Thomas. Dat was al zo sinds ik van ons huis aan de Prinsengracht op zondagmiddag naar Hoppe werd gestuurd met de boodschap dat het eten klaar was. Daar zaten ze dan te zuipen, de collega's: mijn vader, oom Jan Cottaar, Herman Hofhuizen. Dan was het: 'Ha, daar is de jonge Thomas', werd ik op de bar getild en 'wat wil de jonge Thomas drinken?' Ik herinner me dat ze daar alleen ranja hadden.'

Fred Thomas behoorde tot de generatie katholieke journalisten die enigszins romantisch-Duits behept bleven. Engelsen werden in zijn kring, ook al waren ze onze bevrijders, enigszins als onbetrouwbare sujetten beschouwd. De zoon, veel later: 'Het was tamelijk logisch dat ik ergens naartoe wilde waar mijn vader totaal geen binding mee had'.

Van het predikaat 'jonge' raakte Haye in óeóen klap af toen hij, als enige Nederlandse correspondent, ooggetuige was van de mep die de Noord-Ierse Bernadette Devlin in het Lagerhuis toediende aan Reginald Maudling, minister van Binnenlandse Zaken. Zijn glorieuze verslag kwam niet alleen in zijn krant, maar bereikte óók de eerbiedwaardige, want veel oudere Nederlandse collega's. 'Zelfs de oude Colenbrander van de NRC vergat me vanaf dat moment Fred te noemen, wat hij voor die tijd vaak deed.'

Londen was in die tijd fantastisch, 'een nooit meer overtroffen kijkdoos'. Beatles, bolhoeden, vakbonden tegen regering, de lucht van ham and eggs hing nog overal, adel in verval. Je had er nog smog. En Chelsea. Haye werd een onvoorwaardelijke Chelseafan. Hij wipte ook vanuit Brussel, wanneer het maar even kon, over naar Stamford Bridge.

De Tijd verdween als dagblad in 1973. Haye bleef in Londen. Nu voor de NCRV-televisie die met enige moeite haar eerste katholiek aannam. Daarna volgde Washington (1979-1986) voor het NOS-journaal en de Haagse Sijthoffpers (een constructie die Haye tot het eind moest volhouden, omdat de NOS hem nooit een vast dienstverband gaf). Tussen '86 en '90 was hij terug in Londen en sedertdien Brussel.

Hij vond zichzelf, ondanks zijn enorme schermbekendheid, nooit een echte televisieman. 'Je kunt honderd keer beter een stuk schrijven, dan stukje voor stukje televisie doen,' zei hij, 'maar televisie is ook drama en ik ben trots als het goed gaat. Ik denk vaak, als ik een uitzending terugzie: het is niet 't beste, maar ook niet het allerslechtste.'

Hij sprak graag in beeldende taal. Hijzelf vermoedde: 'Dat komt van beeldend schrijven, denk ik. En ik praat nu eenmaal graag in hele zinnen.' Een pose, speciaal voor de televisie, was het per se niet. Ook in een gewoon gesprek kon je, in je verbeelding, zijn kop omkaderen en dan hád je televisie.

Hij wist, bij alle zelftwijfel omtrent zijn naturel, perfect wat op het scherm vereist is: 'Het moet er goed uitkomen. Je moet een vertrouwenwekkende blik hebben, laten blijken dat je de dingen beheerst. Zoals Walter Cronkite dat kon: ''That's the way it is.'' Maar het blijft een meedogenloos medium. De mensen moeten je, of ze moeten je niet.'

De mensen moesten hem en niet alleen via het scherm. Dertig jaar verbleef hij in het buitenland, toch altijd 's zomers terug op 'het eiland', waarmee wat weids een door sloot en vaart omringd Fries molenaarshuisje werd bedoeld. 'Ach, ik klep wel met die mensen,' zei hij dan een tikje verontschuldigend, maar wist heel goed - 'wie is er niet méér dan een klein beetje ijdel'- dat de mensen ook graag met hem klepten. Zoals de badmeester over de dreigende sluiting van zijn favoriete zwembad. En aan de rand van het PC-kaatsen in Franeker. Friezen noemden hem bij de voornaam wat in het Friese een adelsbrief gelijkkomt.

'Was dat Haye?' vroeg eens mijn buurman, die hem het dorpsweggetje af zag lopen. Hij besefte meteen het overbodige van zijn vraag, want dat was natúúrlijk Haye.

Onmiskenbaar.

Henk Strabbing

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden