Have a nice day

Geen land geschikter dan Amerika, geen stad beter dan New York om er de tentoonstelling Living inside the grid te organiseren: een expositie over ordeningsmodellen en structuren....

Verdwalen is er onmogelijk, in het strakke patroon dat in 1807 op het braakliggende schiereiland tussen de Hudson River en de East River werd getrokken. Sindsdien gelden de twaalf noord-zuid avenue's en 155 oost-west straten van Manhattan als hét voorbeeld hoe een stad gebouwd dient te worden. Een grid waarin iedereen de weg weet. Toonbeeld van orde en overzicht. Maar ook van macht en controle. Geen stad die daarvan een beter symbool is.

Reden: Amerikanen houden niet van verrassingen. Wie denkt dat Duitsers en Zwitsers controlefreaks zijn, moet maar eens naar Amerika afreizen. Zelfs iedere zogenaamd spontane begroeting is er gestandaardiseerd - 'Hi, how are you' -, net als ieder afscheid - 'Have a nice day'.

Als enig overgebleven supermacht wil het graag de touwtjes in handen hebben. Ook nu na de gewonnen bevrijdingsoorlog in Irak. Of beter: juist na deze oorlog omdat die, denk aan Nine Eleven, het product is van verrassing en spontaniteit, alles waar Amerikanen zo'n afkeer van hebben. Geen wonder dat de beveiliging van vliegvelden, tunnels en havens is verdriedubbeld. En dat je bij de ingang van elk groot museum wordt gefouilleerd alsof iedereen een potentiële Jihad-strijder is.

Geen land dus beter dan Amerika, geen stad geschikter dan New York om er de tentoonstelling Living inside the grid te organiseren. De expositie over ordeningsmodellen en structuren. Over het moderne leven dat zit ingekapseld in een network of grids, zoals de catalogus vermeldt, openlijk, gecamoufleerd of onzichtbaar, maar toch aanwezig en bepalend.

Metrolijnen, snelwegen, continentale en intercontinentale vluchten, en treinen die er voor zorgen dat iedereen zo efficiënt mogelijk op de plaats van bestemming komt. Nieuwe communicatienetwerken met e-mails, fotograferende mobiele telefonie en navigatiesystemen. De verrassende ontdekking dat ieder individueel (en dus afwijkend) mensenkind te herleiden is tot een overzichtelijke DNA-structuur.

Maar ook over zoiets simpels als het schema van spelletjesprogramma's en soaps op de tv, onderbroken door vaste reclameblokken. De regelmaat waarmee globale nieuwsstations als CNN hun uitzendingen afstemmen op het kijkgedrag binnen de verschillende regio's, vergelijkbaar met de zenderkleuring op de Nederlandse tv. De regelmaat waarmee we onze vrije tijd besteden, en hoe die vrije tijd door anderen voor ons wordt georganiseerd.

Maar ook in de kunst is het gebruik van grids prominent, zeg maar dominant, aanwezig. In 1981 schreef de Amerikaanse kunsthistorica Rosalind Krauss haar fameus geworden artikel, The Orginality of the Avant-Garde. Uitgangspunt daarvoor was de verwording van het 'systeem van grids', zoals ze dat had geconstateerd in het werk van enkele landgenoten: de aluminium kubussen van Donald Judd, geometrische structuren van Sol LeWitt, plaatijzeren constructies van Richard Serra en de tl-buizen van Dan Flavin.

Tegelijkertijd bezag ze het patroon-denken in een historisch perspectief: het gebruik van het stramien als een vast onderdeel van de hele kunstgeschiedenis, zonder dat iemand ze heeft uitgevonden.

Een interessante stelling, omdat het scheppen van orde in chaos een van de belangrijkste kenmerken - of zoals je wilt: taken - van de kunst is. Het beperkt zich alleen niet tot de kunstwerken van de 20-ste eeuw. Er is een rechtstreeks verband tussen de eerste perspectieftekeningen van Da Vinci en de geometrische installaties van Sol LeWitt. Zoals er een link te leggen is tussen de plattegrond van een Romeins legerkamp en het stratenplan van Manhattan.

Het tekenen, schilderen, beeldhouwen en vormgeven op basis van een onderliggend stramien, geeft aan een werk orde en harmonie. Hele compositieschema's zijn op de visuele psychologie van de grid gebaseerd. Michelangelo verdeelde het plafond van de Sixtijnse kapel in vlakken voordat hij er de scènes uit het Oude Testament tegenaan schilderde. Seurat hanteerde de verhoudingen van de gulden snede voor zijn Parijse picknicktaferelen.

Dat aan het begin van de 20-ste eeuw kunstenaars in Rusland, Nederland en Frankrijk, en later in het hele Westen, dit stramien zelf tot onderwerp van hun werk maakten, was niet meer dan een historisch vervolg. Picasso, Mondriaan, Malevitsj, Pollock, en vele andere modernisten legden de grid bloot. Net zoals Mies van der Rohe, Walter Gropius en Le Corbusier dat deden binnen de architectuur. Het stramien werd een zelfstandige vorm, los van het illusionisme waarmee het eeuwenlang was ingevuld.

Die eeuwenlange ontwikkeling baarde Krauss zorgen. Door het constante hergebruik veranderde de grid, volgens haar, van een noodzakelijkheid ('a ground zero'!) in een uitgeholde, maar onvermijdelijke stijlfiguur, een 'getto' waarin kunstenaars gevangen zaten.

In de catalogus van Living inside the grid legt de Amerikaanse samensteller en criticus Dan Cameron uit dat het gebruik van patronen, zoals Krauss bedoelde, binnen de kunst inderdaad zijn beste tijd heeft gehad. Maar anders dan Krauss, is Cameron niet somber. Hij probeert het bestaan van grids nieuw leven in te blazen. Het verdwijnen van de abstracte kunst betekende voor hem niet het einde. Het zette juist de deur open voor een aantal lossere stijlopvattingen, 'die zijn voortgekomen uit de constante veranderingen in de maatschappij'.

Cameron: 'Er is in de laatste tien jaar een hybride genre van representatie ontstaan, waarin de grid niet zozeer een framework is, maar een bewoonde ruimte'.

Zoiets klinkt in eerste instantie wat cryptisch, maar het klopt wel: het denken in patronen beperkt zich niet meer tot het (abstracte) kunstwerk zelf, het heeft zich uitgebreid tot hoe de kunst aansluiting heeft gevonden met wat er zich buiten de kunstwereld afspeelt. Kunstenaars houden zich vanaf het begin van de jaren negentig meer en meer bezig met de ontwikkelingen in de politiek, de maatschappij, de financiële wereld. En met wat de rol van de kunst is binnen die 'andere' wereld.

Vreemd? Nee, want ook de kunstwereld zelf is een grid. Een afgesloten domein met zijn eigen, in zichzelf gekeerde regels en wetten. Én met een eigen infrastructuur. Zo is er het stramien van de klassieke musea dat in de negentiende eeuw wereldwijd zijn intrede deed, en sindsdien in elke hoofdstad een exemplaar heeft achtergelaten. Er bestaat een mondiaal netwerk van topgaleries, handelaren en verzamelaars, die elkaar in de gaten houden en beconcurreren. Een web van toonaangevende kunstbeurzen en biënnales die op de meest uiteen liggende continenten worden georganiseerd, en waartussen kunstenaars, museumdirecteuren en galeriehouders op en neer vliegen.

Ook daarin zitten patronen die hiërarchisch zijn geordend naar macht en autoriteit. Een hechte structuur, waarin alle onderdelen op elkaar zijn afgestemd als een goed geoliede machine. Academies leveren veelbelovende studenten af die vervolgens naar respectabele galeries doorschuiven en ten slotte door belangrijke musea worden aangekocht. Waarna er over hen geschreven wordt in vooraanstaande magazines.

Een wereld waarin, ondanks het nagestreefde doel van een tijdloze reputatie, trends en modes worden gemaakt en verhandeld. Zoals te zien is geweest bij de making of van de Young British Artists en, in de jaren tachtig, de Duitse Mühlheimer Freiheit en de Italiaanse Transavantgarde. Kunststromingen die, gesteund door commerciële belangen en de nieuwshonger van museumdirecties, naar boven werden gedrukt als kruiende ijsschotsen.

De kunstwereld kent een patroon van bewuste carrièreplanning die zo sterk is, dat aspirant-kunstenaars erop anticiperen. Ze laten zich inschrijven op de juiste academie, spreken gerenommeerde galeriehouders aan tijdens openingen en bestoken kunstredacties met uitnodigingen. Het zijn de codes en etiquetten voor een succesvolle toekomst.

Cameron heeft met zijn onderwerp dus wel wat beet. Blijft de vraag of het denken in patronen en grids nog wel zo eigentijds is.

Een indicatie voor die twijfel is de tentoonstelling van Cameron zelf. Die is op zijn zachtst gezegd oppervlakkig. Het thema - 'the rapid rise of a globally linked society' - is ook te alomvattend. Reden waarom de expositie niet de verwachte 'definitieve verklaring' biedt, waarop de samenstellers hadden gehoopt. Afgaande op de catalogustekst lijkt Cameron zich daar van bewust: 'Een onderneming als deze zou, juist door haar omvang, een veel grotere schaal van onderzoek en expertise noodzaken'.

Het merendeel van de tentoongestelde werken stipt iets aan van het onderwerp, zonder het inzichtelijk te maken. De wandschilderingen (Rogelio López Cuenca), interactieve videoprojecties (Camilla Utterback) en de assemblage van bedspiraal, tuinhek en draadglas (Monica Bonvicini) wijzen er weliswaar op dat delen en geheel een 'onderlinge afhankelijkheid' hebben, meer dan een gortdroge illustratie is het niet. Wat ook geldt voor de gedetailleerd uitgetekende dagindelingen van Danica Phelps en het moeizame verband dat Marko Peljhan legt tussen de uitzendingen van CNN, satelietbeelden van Irak en heimelijk opgenomen telefoongesprekken. Het suggereert van alles, zonder het gevoel te geven dat het leven één groot, allesomvattend complot van verbanden is.

Maar er speelt nog iets anders. Camerons optimisme over het eigentijdse gebruik van microcomputers en pocketcomputers, en zijn verbazing over de schier onbegrensde potentie van internet, doet hem verzuchten dat het leven 'off the grid' eenvoudigweg niet meer is voor te stellen.

Het is een wel erg eenzijdige toekomstverwachting. Want terwijl in New York de Living inside the Grid-tentoonstelling is te zien, neemt aan de andere kant het verzet tegen het mondiale grid-denken, waarvan Cameron meent dat het de toekomst heeft, zienderogen toe. Uitgedragen door een gevarieerd gezelschap van anti-globalisten, Unabombers, ecologische scherpslijpers en bezitters van Four Wheel Drive Vehicals. Ze hebben een gemeenschappelijke aversie tegen ordening, hoewel hun motieven verschillen: doelbewuste anarchie, vermoeidheid of een romantische hang naar vrijheid.

De aandacht voor 'off the grid urban living' verklaart ook de onverwachte revival van Constant Nieuwenhuys' New Babylon-project, dat vorig jaar nog prominent op de Documenta in Kassel te zien was. Natuurlijk was zijn voorstel voor een architectonisch netwerk, daterend uit de jaren vijftig, een schoolvoorbeeld van het 'leven in een grid'.

Tegelijkertijd anticipeerde de grillige bebouwing op de mogelijkheid van een nomadisch leven. Een zigeunerbestaan, waarin de bewoners geen vaste woon- of verblijfplaats meer zouden hebben. En daarmee was New Babylon een voorbode van wat Carel Weeber beoogde met zijn Wilde Wonen-plan en de mobiliteitsstudie die Francine Houben maakte voor mogelijke stedenbouw langs de snelweg.

Bestaande ordeningsmodellen worden door nieuwe chaostheoriën aangevuld. Het is ook in de kunst steeds duidelijker waarneembaar. De erezaal van het Stedelijk Museum geldt niet meer als het enige hoogtepunt in een carrière. Veel kunstenaars zoeken hun heil in obscure, ondergrondse bioscoopzalen en supermarkten. Ze verrichten 'artistieke ingrepen' op afgelegen locaties.

Het postmodernisme uit de jaren tachtig heeft de deur opengezet voor hybride mengvormen, die aanvankelijk met argusogen werden bekeken. Ondertussen is de historische indeling van vaste kunstdisciplines wel verdwenen. Multimediale installaties, kunstfilms en video's hebben de oude hegemonie van schilderkunst en beeldhouwkunst doorbroken. Net zoals de dominante Westerse blik langzaam maar zeker wordt ondermijnd door niet-Westerse kunstvormen.

De grid als zaligmakend ordeningsmodel, belichaamd door de schilderijen van Mondriaan, heeft zijn contrapunt gevonden in de chaos van Tracey Emins onopgemaakte bed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden