Hauenstein, een onbelast Duits dorpje

Het naburige Darstein liep massaal over naar de nazi’s, maar in Hauenstein schoot het nationaal-socialisme nooit wortel.

Het vierduizend zielen tellende dorpje Hauenstein (Rijnland-Palts) is een dorp waar je er in Duitsland te veel van hebt. Een hoofdweg, geflankeerd door onopvallende huizen waarvan de bewoners zich niet te veel van elkaar willen onderscheiden.

Een neoromaanse kerk die inmiddels te groot is voor het aantal gelovigen. Een paar residuen van een verdwenen tak van nijverheid, in dit geval de schoenenindustrie.

Rijksdagverkiezingen
Zelfs bij de onvrije, door Hitler geregisseerde Rijksdagverkiezingen van maart 1933 kwam zijn NSDAP er niet verder dan krap 5 procent van de stemmen, een nationaal laagterecord. Dit percentage spreekt vooral tot de verbeelding omdat de kiezers in het naburige gehucht Darstein al in 1930 collectief overliepen naar de nazi’s.

‘Klein Darstein, een voorbeeld voor Groot-Duitsland’, was de titel van een aan dit wapenfeit gewijde propagandafilm. De hele gemeenschap werd tot erelid van de partij verklaard. Tot op de huidige dag is een Oost-Berlijnse straat naar Darstein vernoemd. Maar Hauenstein verkoos geen deel uit te maken van de ‘nationale revolutie’ van 1933.

Katholiek verzet
Hoewel er, vooral in Beieren, veel uitzonderingen waren op die regel stonden de rooms-katholieken in Duitsland vaker afwijzend tegenover het nationaal-socialisme dan de protestanten. De katholieke Zentrumspartei wist zich bij de verkiezingen in de jaren dertig beter te handhaven dan de andere democratische partijen. Van de 490 evangelische theologen waren op een zeker moment 107 lid van de NSDAP. ‘Bruine priesters’ daarentegen waren een grote zeldzaamheid.
Relatief veel katholieke geestelijken zochten de confrontatie met het regime. Zo opponeerde de kapucijner pater Ingbert Naab (1885- 1935) al in de jaren twintig tegen Hitlers rassenleer. Hij kenschetste Mein Kampf als ‘handboek van de demagogie’. Aan de vooravond van de nationaal-socialistische machtsovername waarschuwde hij, Hitlers verkiezingsbelofte parafraserend: ‘Geef hem twaalf jaar tijd, en hij zal Duitsland zo verwoesten dat u het niet meer herkent.’
De leiders van de katholieke zuil zochten echter het vergelijk. In 1930 had de Duitse bisschoppenconferentie het ‘goddeloos’ nationaal-socialisme nog onverenigbaar verklaard met het christelijk geloof, in 1933 kwam ze daarop terug. Volgens het Vaticaan lag een coalitie tussen katholieken, Duits-nationalen en nazi’s meer voor de hand dan een coalitie van katholieken met sociaal-democraten en liberalen. In maart 1933 stemde de voltallige fractie van de Zentrumspartei voor de machtigingswet waarmee de dictatuur werd gevestigd. Op 5 juli hief de partij zichzelf op. Twee weken later sloot het Vaticaan een concordaat (bilateraal verdrag) met nazi-Duitsland.

]]>

Een oorlogsmonument op een niet in het oog lopende plaats. Een dorpscentrum dat er misschien best aardig had uitgezien als burgemeester en wethouders eind jaren zestig niet waren gezwicht voor de waan van de dag.

’s Avonds, tegen tienen, worden de rolluiken ratelend neergelaten. De openbare weg wordt nog uitsluitend bevolkt door poezen en te hard rijdende auto’s. Hauenstein is, kortom, een Duits dorp als vele andere. Met één wezenlijk verschil: het nationaal-socialisme heeft er nooit wortel geschoten.

De historicus Theo Schwarzmüller, verbonden aan het Instituut voor Paltische Geschiedenis en Volkenkunde in Kaiserslautern, brengt het markante verschil tussen Hauenstein en Darstein met een veelheid aan factoren in verband. Met de rivaliteit bijvoorbeeld die de verhouding tussen buren wel vaker kenmerkt.

Economische crises
En met het feit dat het agrarische Darstein harder door de economische crises van de jaren twintig en dertig was getroffen dan het geïndustrialiseerde Hauenstein. Ook het ontbreken van een waterleiding in Darstein heeft volgens Schwarzmüller krachtig aan de ontvankelijkheid van de bewoners voor verlokkingen van het nationaal-socialisme bijgedragen.

Maar het grootste onderscheid tussen de buurdorpen was van confessionele aard: de Darsteiners hingen, als gevolg van de geloofskeuze van de plaatselijke heerser in de 17de eeuw, het protestantisme aan. Hauenstein was een rooms-katholieke enclave. Volgens Schwarzmüller bestaat er een causaal verband tussen denominatie en de houding van de individu tegenover Hitler.

De protestanten hebben nooit zo’n coherente gemeenschap gevormd als de rooms-katholieken. Zij identificeerden zich vooral met de staat: eerst met Pruisen, na 1871 met het Tweede Keizerrijk (waarbinnen de katholieken een gediscrimineerde minderheid vormden). Toen die staat na de Eerste Wereldoorlog in korte tijd desintegreerde, hadden de protestanten daar in het algemeen meer last van dan de katholieken. De katholieke zuil bleef tot aan de machtsovername van Hitler intact. De ‘Evangelischen’ daarentegen, voelden zich ontheemd en gemarginaliseerd. Zij waren in het algemeen eerder geneigd om Hitlers pseudoreligie te omhelzen.

Pastoor
In Hauenstein bleef het afwijzingsfront tot aan het einde van de oorlog gesloten omdat hier een pastoor zetelde die het als zijn herderlijke taak zag de parochianen te doordringen van de onverenigbaarheid van geloof en nationaal- socialisme. Georg Sommer (1882- 1968) was geen rekkelijke, laat staan een plezierige man. Hij hield nauwgezet bij wie de mis verzuimde, en hij waakte tegen zedeloosheid. Oud-bondskanselier Helmut Kohl, een kenner van de streekgeschiedenis, vertelde ooit dat de pastoor uitsluitend filmvoorstellingen bezocht om bij aanstootgevende scènes zijn hoed voor de projector de houden.

Zijn taakopvatting bracht hem voortdurend in conflict met de nazi’s. Hij vlagde niet op de verjaardag van de Führer. Hij trok de sociale weldaden van het regime in twijfel. Hij liet verstek gaan bij schijnverkiezingen waarvan op voorhand vaststond dat Hitler ze met ruim 99 procent van de stemmen zou winnen. Hij pleegde passief verzet tegen de ontmanteling van het confessioneel onderwijs. En hij herinnerde de gelovigen er aan dat Jezus geen Ariër was.

Het was niet zo dat Hauenstein van nazificering verschoond bleef, zegt Schwarzmüller. Maar er konden wel kleine, symbolische overwinningen worden geboekt. Nooit verdween het kruis uit openbare ruimten, zij het dat het op den duur door portretten van Hitler werd geflankeerd. Toen leden van de Hitler Jugend een houten kruis op de hoogste heuveltop hadden omgezaagd, plaatsten de katholieken van Hauenstein er een metalen kruis dat er nog altijd staat.

Begrensd
Dat de macht van de nazi’s begrensd was, bleek vooral uit het feit dat ze niet wisten te bereiken dat Sommer ‘wegens kanselmisbruik’ werd bestraft of overgeplaatst. Sommer genoot protectie van zijn superieuren, en hij verleende – voorzover dat binnen zijn macht lag – protectie aan de Hauensteiners.

In de beslotenheid van de geloofsgemeenschap konden deze zich meer kritiek op het regime veroorloven dan de meeste van hun landgenoten. Dat bleef overigens niet altijd zonder consequenties. Sommige parochianen gaven ook op ansichtkaarten of in het bijzijn van vreemden uiting aan hun gezindheid, en werden daarvoor met een verblijf in een concentratiekamp of uitzending naar het Oostfront bestraft.

Lange tijd is Hauensteins Alleingang volledig onopgemerkt gebleven. Na de oorlog werd de Adolf Hitlerstraat vernoemd naar pastoor Sommer. De namen van de oorlogsdoden werden op het monument gebeiteld dat aan de vorige oorlog herinnerde. Het rooms- katholieke réveil werd hervat. En de plaatselijke schoenenindustrie begon aan een zegetocht op buitenlandse afzetmarkten.

Overconsumptie
Pastoor Sommer waarschuwde tegen oude en nieuwe gevaren: tegen het communisme natuurlijk, maar – op een moment waarop dat nog niet in de mode was – ook tegen overconsumptie. ‘De buikomvang mag idealiter 6 tot 12 centimeter kleiner zijn dan de borstomvang bij het uitademen’, hield hij de jongeren – die steeds onverschilliger werden – voor.

In de jaren zestig werd zelfs de voormalige bioscoopexploitant, die uit pragmatische overwegingen was toegetreden tot de NSDAP, burgemeester van het anti-nazi-dorp Hauenstein.

Maar Schwarzmüller heeft de Hauensteiners hun verleden teruggegeven. Met een boek (Hauenstein gegen Hitler) dat ook buiten de regio de aandacht heeft getrokken. De burgers zijn Schwarzmüller er erkentelijk voor. Tijdens een rondgang door het dorp wordt hij opgewekt begroet. In elk huishouden moet ten minste één exemplaar van zijn boek te vinden zijn.

Kudde
Maar de burgers willen zich niet op de onverzettelijkheid van hun grootouders laten voorstaan. ‘We moeten nou ook weer niet doen alsof ze allemaal in het verzet zaten’, zegt de een. ‘Zonder een wilskrachtige herder zou deze kudde ook zijn gaan dwalen’, meent de ander. ‘Hauenstein illustreert slechts het falen van de overgrote meerderheid der Duitsers.’

Dat ze het eigenlijk wel mooi vinden om op een relatief onbelast vlekje Duitsland te wonen, durft niemand te zeggen. Daartegen verzet zich het dogma van de collectieve schuld. In Darstein, drie straten aan de rand van een uitgestrekt natuurgebied, zijn ze echter boos op Schwarzmüller. Tegen buitenstaanders zegt men nog nooit van Schwarzmüller te hebben gehoord. Maar de auteur zelf weet beter. Hij wil de reacties uit Darstein niet als doodsbedreigingen kenschetsen, maar misschien kan hij in het voormalige nazidorp voorlopig beter geen lekke band krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden