Hartverscheurend gejank op sublieme noten

Bijna lag het festival in het graf. Toch zwerven de oudemuziekvrienden weer door Utrecht, tussen onthechte engelenzang en aards sonore stemmen.

UTRECHT - In de Utrechtse Pieterskerk wordt gejankt. Muzikaal, wel te verstaan, want uit de getrainde sopraankeel van Eugénie Warnier stromen hartverscheurende klanken. Wie liegt die Stadt so wüste: Matthias Weckmann schreef het stuk in 1663, nadat de pest had huisgehouden in Hamburg waardoor de componist z'n vrouw was verloren. Alsof er geen 350 jaar zijn verstreken, bedelft Warnier het publiek van het Festival Oude Muziek onder verse rouw.


Sublieme noten, maar het had weinig gescheeld of we hadden ze kunnen beluisteren aan het graf van het festival zelf. Welbeschouwd is het een wonder dat oudemuziekvrienden deze nazomer weer tien dagen door Utrecht kunnen zwerven. Subsidiepijn of niet: met concerten, luitdagen, dansvoorstellingen, diners, een muziekmarkt, workshops en lezingen zijn ze ouderwets onder de pannen van de middag tot na middernacht.


Wel luidt de vraag of 'Europa' zo'n handig festivalthema is. Het klinkt natuurlijk kek in een stad die de Vrede van Utrecht uit 1713 herdenkt, toen diplomaten uit heel Europa een punt zetten achter anderhalve eeuw onrust. Maar de plons die het festival maakt in pakweg duizend jaar Europese muziek blijft willekeurig, ook al wordt het hengelen in de praktijk beperkt tot het werk van vier componisten.


Daaronder bevinden zich geen mannetjesputters als Josquin, Monteverdi of Bach. Wel de minder bekende Luikenaar Johannes Ciconia en de maar weinig fameuzere Duitsers Froberger en Muffat. De voornaamste van het kwartet is Orlandus Lassus. Hij werd geboren in het Noord-Franse Mons (Bergen) en liet zich, afhankelijk van de streken waar hij opdook, ook aanspreken als Orlando di Lasso of Roland de Lassus.


Hij was een goochelaar met noten en een 16de-eeuws genie. Als we Paul Van Nevel mogen geloven, de Vlaming die in Utrecht optreedt als artist in residence, school in Lassus bovendien een talenwonder dat in zijn brieven ongemeen schunnig van leer kon trekken.


Merkwaardig daarom dat Lassus uit menig Utrechts concert oprees als een zijige componist. Het meest bij Stile Antico, een gezelschap jonge Britten dat uitblinkt in bleke pasteltinten. Als Lassus zich op gezag van het Bijbelse Hooglied buigt over 'borsten als druiventrossen', scheren de dames en heren met maagdelijke stemmen over de tekst. Bijna net zo devoot was de oogopslag bij The Brabant Ensemble, dat ondanks z'n naam eveneens voortkomt uit de Britse school van onthechte engelenzang.


Paul Van Nevel zelf, de bourgondiër die zich graag laat fotograferen met borrel en bolknak, koos een spannender aanpak. Met zijn Huelgas Ensemble zette hij een battle op touw tussen Orlandus Lassus en zijn Franse tijdgenoot Claude Lejeune. Zelfde tekst, andere noten, maar gek genoeg bleef het verschil in stijl en temperament miniem. Tussen Lassus en Lejeune stond een poëtisch klankideaal waarvan niet elke zanger het raffinement kon volgen.


Even zag het ernaar uit dat we moesten gaan spreken van Orlandus Lassus, de gemankeerde festivalcomponist. Tot in de Domkerk het ensemble Currende aantrad. Dirigent Erik Van Nevel - de neef van - zette met zang en orgelspel in alle eenvoud een prachtprogramma neer. Eerst liet hij de ondergewaardeerde renaissancecomponisten Hans Leo Hassler en Alexander Utendal glanzen, daarna mocht Orlandus Lassus z'n geniale zelf zijn: een componist die profiteert van sonore stemmen die aards langs elkaar wrijven en niet terugschrikken voor een geïmproviseerde huppelpas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden