Hartslagnachtmerrie met happy end

Diagnose: hartritmestoornissen. Weg topsportcarrière. Tot vorige week. Toen hoorde Joeri Verlinden dat hij weer mag zwemmen.

A lsof je 's avonds laat alleen thuis bent. Net na een goede horrorfilm. 'Dan ga je naar bed en slaat je hoofd op hol', zegt zwemmer Joeri Verlinden (26). Spanning. Angstige gedachten. Zo voelde het de eerste week na de diagnose van zijn hartritmestoornis.


Moeten slapen, maar niet weten wat je lijf gaat doen. De trap naar je appartement op de derde verdieping nemen en bovenaan verontrust stilstaan met een vinger tegen de slagader onder de kin. Dan de gedachte: 'Het kan toch niet dat ik zo neerval?' Onzekerheid is beangstigend. Helemaal voor een sporter die zich fit voelt en dacht zijn lijf door en door te kennen en te kunnen vertrouwen.


In januari werd Verlinden na een ochtendtraining apart genomen door Martin Truijens, zijn coach. Verlinden wist meteen dat het mis was. 'Ik had hem zien bellen. Martin belt nooit tijdens de trainingen. Gek genoeg kreeg ik toen al een voorgevoel dat het om mij ging', zegt Verlinden.


Verlinden heeft een hartritmestoornis. Dit bleek uit een hartfilmpje tijdens een reguliere inspanningstest waarbij zijn hart een aantal keer oversloeg. En er zit littekenweefsel rond zijn hart. De arts die zijn diagnose stelde constateerde een aandoening die op meerdere plekken in zijn hart trillingen veroorzaakte bij inspanning. Verlinden hoorde: 'Dit is hoogstwaarschijnlijk het einde van je topsportcarrière.'


Wat er dan gebeurt? Een mengeling van duizend vragen en ongeloof. 'Ik dacht: dit gaat echt niet over mij. Dit is bullshit', zegt Verlinden. Zijn inspanningstest op de fiets was namelijk beter dan ooit. Hij voelde zich fysiek op een niveau dat minimaal gelijk was aan dat van de Spelen van Londen. Daar werd Verlinden 6de op de 100 meter vlinderslag.


Bovendien had Verlinden 2013 als ongeluksjaar bestempeld, niet 2014. Een jaar geleden raakte hij flink geblesseerd aan zijn schouder, gevolgd door een polsbreuk. Het hield hem zes maanden langs de kant. 'Die periode was al zwaar. Ik had zo hard gevochten. Ik mocht weer zwemmen, ik was er klaar voor. Dan is zo'n diagnose onbegrijpelijk.'


Verlinden mocht per direct niet meer sporten en moest uitgebreider worden getest. Ook maakte hij een afspraak met een andere cardioloog, voor een second opinion. Geen fysieke inspanning mogen leveren was verschrikkelijk. 'Sport is geen onderdeel van mijn leven, sport ís mijn leven.' Thuis volgde het denken. Verhalen uit het verleden kwamen boven.


In 2004 moest een Italiaanse collega stoppen wegens hartritmestoornissen, in 2012 overleed de Noorse schoolslagzwemmer Alexander Dale Oen door een hartstilstand. 'In december las ik dat een schoolslagzwemmer in Engeland met een op hol geslagen hart uit de training was getrokken. Toen dacht ik: het zijn ook altijd die schoolslagzwemmers. Drie weken later zat ik zelf met een probleem. Hoe ironisch kun je het hebben?', aldus Verlinden, specialist in de vlinderslag en de vrije slag.


Het gesprek met de tweede cardioloog gaf hoop. Verlinden herkende zich niet in de symptomen van de eerste diagnose. Na uitgebreid onderzoek bleek zijn hartprobleem niet genetisch bepaald. Het overslaan van zijn hart heeft waarschijnlijk met het littekenweefsel te maken, wat bijvoorbeeld kan ontstaan door het trainen met koorts of verhoging. Verlinden: 'Of het daardoor kwam, weet ik niet. Ik ben me nu wel bewuster van dit risico.'


De testuitslagen zijn voorgelegd aan drie internationale cardiologen. 'Zij kwamen samen tot de conclusie dat het volkomen verantwoord is dat ik sport. Ik loop geen groter risico op ernstig letsel dan collega's', aldus Verlinden, die het nieuws vorige week dinsdag hoorde.


Geen polsbreuk

In de zeven voorgaande weken dacht Verlinden continu aan zijn hart. 'Nu denk ik er nauwelijks aan. Ik hou er niet van om terug te kijken en als vier artsen zeggen dat dit verantwoord is, geeft dat mij veel zekerheid. Al is het vertrouwen natuurlijk niet in een klap terug.' Er is een groot verschil tussen een polsbreuk en een hartprobleem, dat beseft hij wel.


'Ik ben best hard voor mezelf', zegt Verlinden. Vervolgens herhaalt hij het woord 'hard' en lacht zachtjes. Sommige zinnen hebben tegenwoordig een andere lading. Dat geldt ook voor het spreekwoord in hart en nieren. Twee maanden na zijn geboorte is zijn niet-functionerende rechternier verwijderd. 'Ik weet nog dat ik tegen Martin zei: het kan toch niet dat ik iets aan mijn nier heb én iets aan mijn hart? Die kans is zo klein.'


Verlinden houdt ervan zijn lichaam te pijnigen. Dat was het moeilijkste aan zijn hartprobleem, het wachten. 'Ik kan leven met de gedachte dat ik strijd heb geleverd en dan verlies. Ik kan niet leven met de gedachte dat ik van tevoren opgeef. Zo voelde het in dit geval. Ik kon geen kant op. Er was niks te overwinnen.'


Achteraf blijkt dat de eerste cardioloog die onzekere periode niet te verwijten valt, zegt de zwemmer. 'Ook de tweede cardioloog zei: hij heeft perfect gehandeld. Het hartfilmpje liet alarmbellen afgaan. Stoppen was op dat moment noodzakelijk, er was geen duidelijkheid, dus was het medisch noodzakelijk. Al had het vaststellen van de diagnose misschien iets beter gekund.'


En nu? 'Ik wil geen gezeur en gezeik meer. Nergens meer aan denken, maar vooruitkijken.' Verlinden wil minstens naar de Spelen van Rio. Het scenario van een horrorfilm zit 's avonds niet meer in zijn hoofd. 'Het is nog geen comedy, maar het begint een beetje een feelgood-movie te worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.