Hartslag van Cuba

De 76-jarige Ibrahim Ferrer is de grootste publiekslieveling van de Buena Vista Social Club. Voor een deel komt dat door zijn uitstraling: een vriendelijke, krasse en ietwat ondeugende opa die nauwelijks kan geloven hoeveel geluk hem in de herfst van zijn leven ten deel is gevallen....

Zijn stem heeft er natuurlijk ook mee te maken, met die al even charmante combinatie van jeugdige lichtheid en ouderdom. Het is een heldere tenor waarmee hij kan smachten als een verliefde jongen, maar die soms even barst en kraakt onder de last van de jaren. De lichte slis, die doet vermoeden dat zijn kunstgebit niet helemaal lekker zit, maakt hem er alleen maar sympathieker op.

Maar misschien wel de voornaamste reden voor zijn populariteit, en voor het artistieke succes van de cd Buenos Hermanos, is Ferrers flexibiliteit. In tegenstelling tot andere bejaarde clubleden als Compay Segundo en Ruben Gonzalez heeft hij geen dwingende eigen stijl die beperkingen oplegt. Daardoor is hij uitstekend in te passen in het concept van de producer Ry Cooder, die van deze plaat weer een ondefinieerbare maar onweerstaanbare multiculturele melange heeft gemaakt.

De hartslag van de muziek blijft natuurlijk de Cubaanse puls van de son, de guaguancó en de cha-cha-cha, met superieure vanzelfsprekendheid gespeeld door bassist Cachaíto Lopez en percussionist Anga Diaz. Maar die wordt verrijkt en verstevigd door het geluid van het Amerikaanse drumstel, bespeeld door Jim Keltner en Ry's zoon Joachim, en door de wel zeer on-Cubaanse klanken van de elektrische gitaar, gehanteerd door Cooder en Manuel Galbán, die tussen deze opnamen door werkten aan hun sterk verwante duoplaat Mambo Sinuendo. Galbáns lichtelijk maffe maar gezellige orgeltje duikt ook hier weer op.

Mede doordat de strijkers en dameskoortjes dit keer spaarzaam zijn ingezet, is de melange prachtig in evenwicht. Geen schmalz aan de ene kant, geen macho-geschetter aan de andere. De balans wordt ook niet verstoord door de soms verrassende gasten: de ijle trompet van ambient-jazzman Jon Hassell sluit mooi aan bij Ferrers ingehouden voordracht, de accordeon van de Tex-Mex-legende Flaco Jimenez vormt een zwierige tegenstem. Er is op één nummer zelfs plaats ingeruimd voor het bizarre, nasale geluid van de Chinese cornet, wat dat ook moge zijn.

Boleros, de langzame nummers die ze in de jazz ballads noemen, zijn Ferrers grootste kracht, en gelukkig vullen ze ongeveer de helft van deze cd. Bij pittiger tempi heeft hij wel eens de neiging zijn stem te forceren, maar in hartenbrekers als Fuiste Cruel ('Jij was wreed') streelt hij de melodie ermee. Perfume de Gardenias is zelfs het absolute hoogtepunt van de plaat, dankzij weer zo'n ongebruikelijke maar geïnspireerde toevoeging: Ferrers doorleefde croonen wordt afgezet tegen de machtige gospelstemmen van de Blind Boys of Alabama, een zangfestijn om ademloos van te genieten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden