Hartcentra willen van elkaar leren

De gezondheidszorg is weer iets transparanter. De helft van de Nederlandse hartcentra schaarde zich de afgelopen twee jaar vrijwillig achter Meetbaar Beter, een initiatief van hartspecialisten dat hun eigen prestaties onder de loep neemt. Hun doel is het verbeteren van de patiëntenzorg door resultaten wetenschappelijk te meten.

AMSTERDAM - De organisatie registreert in welke toestand de patiënt het ziekenhuis binnenkomt, de behandeling, complicaties en hoe het in de jaren erna gaat. De acht aangesloten centra presenteren vandaag hun resultaten tijdens het eerste congres. Op de belangrijkste indicatoren (sterftecijfers, recidive, complicaties en kwaliteit van leven) scoren de centra goed en liggen de resultaten niet ver uit elkaar. Maar het doel van het initiatief is uitdrukkelijk niet om een ranking te maken, zegt directeur Dennis van Veghel. 'We willen het vooral steeds beter doen door van elkaar te leren.'


De wetenschappelijke benadering, waarbij internationale experts betrokken zijn, is volgens de initiatiefnemers een stap verder dan bestaande transparantiebewegingen. 'Initiatieven als Zichtbare Zorg registreren vooral de droge cijfers', zegt cardioloog Jacques Koolen van het Catharina Ziekenhuis Eindhoven. Samen met het St. Antonius Ziekenhuis Utrecht/Nieuwegein begonnen zij Meetbaar Beter in 2011.


'Ons doel is om inzichtelijk te maken welke behandeling onder specifieke omstandigheden het beste resultaat oplevert voor de patiënt', zegt cardiothoracaal chirurg Edgar Daeter van het St. Antonius. 'Met onze aanpak vergelijken we niet langer appels met peren en kunnen we gericht de zorg verbeteren. Complicaties en herbehandelen worden daarmee voorkomen, waardoor we ook de kosten drukken.'


Door de resultaten van de ziekenhuizen te vergelijken, ontdekte het St. Antonius dat zij patiënten tijdens een hartoperatie minder lang 'opwarmden', waardoor het bloed langzamer stolt. In het Catharina ontdekten zij op hun beurt dat een cardioloog een bovengemiddeld hoog mortaliteitscijfer had. Hij bleek vaker dan gemiddeld patiënten te behandelen die niet meer te redden waren. Koolen: 'Met die informatie zijn we het gesprek aangegaan over het nut van dergelijke ingrepen.'


Dat is soms confronterend en volgens de initiatiefnemers de belangrijkste reden waarom ziekenhuizen terughoudend waren met transparantie. Hoogleraar Bas de Mol van het Amsterdamse AMC vindt het juist gemakkelijker om met de harde cijfers het gesprek aan te gaan. Hij spaart daarbij zijn werkgever niet, die zich vorig jaar aansloot bij het initiatief. Na het bestuderen van de resultaten lijkt het er volgens hem op dat kransvaatchirurgie in de niet-academische ziekenhuizen beter wordt uitgevoerd. 'Wij gaan nu met die ziekenhuizen praten om te kijken hoe we deze relatief gemakkelijke ingreep bij ons kunnen verbeteren.'


Dat het initiatief is ontstaan op de werkvloer en niet bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, is volgens Koolen vanzelfsprekend. 'De inspectie kijkt vooral naar calamiteiten', zegt hij. 'Wij zijn als enigen in staat om onze werkprocessen onder de loep te nemen en samen te verbeteren.' De slager keurt volgens hem niet zijn eigen vlees. 'De inspectie is met een aantal zorgverzekeraars en patiëntenvereniging vertegenwoordigd in een klankbordgroep.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden