Hart-longmachine

n ziekenhuizen sloven artsen zich regelmatig uit om het hart van patiënten weer aan de gang te krijgen. Maar in operatiekamers komt het tegenovergestelde even vaak voor: voor een bypass of nieuwe klep moet het orgaan soms uren worden stilgelegd....

'Dat is nog een heel karwei', zegt specialist Evert Scholten na afloop van een vier uur durende operatie in OK 1 van het AMC in Amsterdam. De klinisch perfusionist is verantwoordelijk voor de zogeheten extra corporale circulatie: hij pompt buiten het lichaam bloed rond en voorziet dat van zuurstof.

Dat gebeurt met een hart-longmachine die achter een soort kamerscherm naast de operatietafel staat. Het apparaat lijkt een beetje op de draaitafel van een dj: rijen kleurrijke schakelaars en vier zogeheten rollerpompen die ronddraaien onder glazen stolpen. De perfusionist regelt onder meer stroomsnelheid, temperatuur en samenstelling van het bloed.

'Het is eigenlijk één grote bypass', omschrijft Scholten zijn machine. Hij wijst de dikke pvc-buis aan die in de rechter hartkamer wordt gestoken en waarlangs het bloed in een emmervormige container stroomt. Na filtering wordt de vloeistof via een lus door de rollerpomp gehaald die het bloed voorwaarts perst. Alsof je met een verfroller water uit een tuinslang drukt.

Daarna belandt het bloed in een tweede containertje waar tevens zuurstof in wordt geblazen. Via een membraan vindt gaswisseling plaats. Het donkere, verrijkte bloed wordt tenslotte weer de aorta ingepompt.

Afhankelijk van lengte en gewicht van de patiënt circuleert de machine vijf tot tien liter bloed per minuut.

De eerste hartchirurgen hadden maar drie minuten om te opereren. Daarna begonnen weefsels door zuurstofgebrek af te sterven. In 1952 werd in Minnesota de eerste patiënt in een rubberpak gehezen waardoor ijswater liep. Dat leverde drie extra minuten op, omdat een onderkoeld lichaam minder zuurstof verbruikt. Nog steeds kan de hart-longmachine het bloed afkoelen.

In 1959 begon de Nederlandse hartchirurg I. Boerema met open-hartoperaties in een tank onder verhoogde druk. Hoe hoger de druk, redeneerde hij, hoe meer zuurstof de bloedplaatjes opnemen. Zo kon het hart twaalf minuten worden stilgezet. Die tijd is tot uren opgerekt sinds de uitvinding van de hart-longmachine, ook vijftig jaar geleden, door de Amerikaan John Gibbons.

Toch zien artsen de machine als een noodzakelijk kwaad. Het grote nadeel, stelt Scholten, is dat bloed niet gemaakt is om buiten het lichaam te stromen. Het botst tegen wanden, perst zich door filters en de rollerpomp drukt bloedplaatjes plat. 'Hoe langer de operatie duurt, hoe meer ik het bloed beschadig.' Patiënten lopen daarom kans op hemolyse: een aandoening die zich uit in een verminderde afweer en moeilijk stelpbare bloedingen.

Jaarlijks worden in Nederland ruim tienduizend patiënten aangesloten op een hart-longmachine. Experimenten met subtielere pompen of andere materialen hebben nog geen noemenswaardige resultaten opgeleverd. Scholten: 'Ik zou graag een alternatief apparaat willen, maar dat is er niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden