Hart hoeft minder onder het mes

Het aantal bypass-operaties daalt licht, doordat dotteren en kippengaas de hartvaten openhouden. En dat is niet de enige verworvenheid van de laatste jaren....

HET gaat steeds beter met de hartpatiënt. Hoewel hart- en vaatziekten nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak vormen, is in de westerse wereld het sterftecijfer de afgelopen jaren gedaald. 'De laatste dertig jaar is er onvoorstelbaar veel mogelijk geworden bij de behandeling van hart- en vaatziekten', zegt cardioloog prof. dr. Ernst van der Wall, werkzaam in het Leids Universitair Medisch Centrum.

Vandaag begint in Amsterdam het inmiddels jaarlijkse Europese congres voor cardiologen, waaraan meer dan twintigduizend cardiologen en andere specialisten zullen deelnemen. De organisator, de European Society of Cardiology, viert bovendien zijn vijftigjarig bestaan. Voor het publiek is daarom vandaag en morgen een gratis evenement georganiseerd in Nemo (het voormalige newMetropolis), het Amsterdamse centrum voor wetenschap en techniek, dat eveneens in het teken staat van het hart. Gast is de kunstmatige hartpatiënt Harvey uit het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam.

'De mogelijkheden voor diagnose en behandeling zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen', zegt Van der Wall. Was na een hartinfarct tot in de jaren zeventig wekenlange bedrust de enige beschikbare methode, nu zijn daar nieuwe medicijnen en steeds verder verfijnde behandelingen voor in de plaats gekomen, die vaak levensreddend kunnen zijn.

Zo blijkt het dotteren, dat eind jaren zeventig werd ontwikkeld, zeer succesvol bij atherosclerose, een slagaderlijke verkalking als gevolg van ophoping van vetachtige stoffen, bloed, bindweefsel en kalk. Daardoor wordt de doorstroming van bloed steeds slechter. Bij dotteren wordt de vernauwde slagader door de cardioloog opgerekt met een speciale ballonkatheter.

Dat werkte goed, zegt Van der Wall, maar binnen een jaar had 30 tot 40 procent opnieuw hartklachten. 'Sinds vijf jaar wordt in Nederland echter bij 70 tot 80 procent van de patiënten na het dotteren in de vernauwing een stent geplaatst: een uitvouwbaar veertje van een kippengaasachtige structuur dat de vaatwand moet openhouden.'

Na het plaatsen van de stent, legt Van der Wall uit, wordt er bovendien langs de randen van dit veertje nagedotterd, zodat de stent en de vaatwand goed op elkaar aansluiten. Om mogelijk nieuw dichtslibben, voor of achter de stent, te voorkomen, moet de patiënt bovendien een paar maanden antitrombose-medicijnen slikken. Met deze gevanceerde methode blijkt de terugval binnen een jaar van 30 tot 40 procent naar 15 procent te zakken. Van recente datum is de brachy-therapie, waarbij gedurende drie tot vier minuten de vernauwing wordt bestraald.

Het succes van de dotter-plus-stentmethode is zo groot dat vorig jaar 'slechts' 13.500 bypass-operaties nodig waren, bijna drieduizend minder dan geraamd. Bij een bypass wordt een omleiding gemaakt met behulp van een andere ader of slagader. Deze open-hartoperatie is een zware ingreep in vergelijking met dotteren, zegt Van der Wall.

Hij wijst erop dat in Nederland pas sinds drie jaar de stent op grote schaal wordt toegepast. 'Er is onderzoek begonnen naar de lange-termijnoverleving en de eerste resultaten zijn gunstig. Maar er blijven natuurlijk altijd patiënten voor wie een bypass nodig is.'

Ook naar de oorzaken voor hart- en vaatziekten wordt veel onderzoek gedaan. Belangrijke risicofactoren zijn nog steeds een te hoog cholesterolgehalte, roken en overgewicht. Bij deze risico's kan preventie een rol spelen, zegt Van der Wall. Stoppen met roken, gezonde voeding en bewegen helpt bij het terugdringen van hart- en vaatziekten. 'Maar ik ben sceptisch over de mogelijkheden tot gedragsverandering.'

Nieuw in het onderzoek is de aandacht voor de rol die bacteriën mogelijk spelen bij het ontstaan van hart-en vaatziekten. Van der Wall: 'Het gaat daarbij om Helicobacter pylori, de bacterie die ook verantwoordelijk is voor de maagzweer, en Chlamydia pneumoniae. Beide bacteriën dragen we bij ons. Waarom dat bij de één mogelijk tot hartklachten leidt en bij de ander niet, is onbekend.

Uit de studies die tot nu zijn gedaan, blijkt geen duidelijke relatie tussen H. pylori en hart- en vaatziekten. De andere bacterie, C. pneumoniae, maakt meer kans. Bekend is al de relatie van de chlamydiabacterie met hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte.'

Om een goed beeld te krijgen van de conditie van het hart worden steeds geavanceerdere technieken gebruikt. Van der Wall: 'Bij patiënten die zich melden met pijn op de borst, zal eerst een elektrocardiogram (ECG) in rust worden gemaakt, eventueel gevolgd door een ECG bij inspanning - waarbij in Nederland de patiënt op de fiets of tredmolen moet. Als dat onvoldoende informatie geeft, wordt opnieuw een ECG bij inspanning gemaakt waarbij in de bloedbaan radio-isotopen worden gespoten. Vervolgens wordt met een hartscan bekeken of en waar er zich een aanwijzing voor blokkade bevindt in de kransslagader.'

De echocardiografie, die voorheen werd gebruikt bij het opsporen van lekkende of vernauwde hartkleppen, wordt nu ook ingezet bij angina pectoris, een hartkramp als gevolg van onvoldoende bloedtoevoer naar de hartspier. Omdat echocardiografie niet mogelijk is bij een hevig bewegende, fietsende patiënt, moet de inspanning kunstmatig worden opgewekt. Dat gebeurt met dobutamine, een medicijn dat het hart opjaagt en de hartslag naar 150 slagen per minuut kan brengen.

'Enorm in opkomst is de beeldvormende techniek MRI, wat staat voor Magnetic Resonance Imaging. Ook hierbij wordt dobutamine gebruikt en de patiënt moet al naar gelang het onderzoek tien tot dertig minuten in een soort tunnel liggen. Sommige patiënten hebben daar problemen mee, maar het geeft prachtige beelden.'

Deze diagnosetechnieken zijn uiteraard ongeschikt als er een hartinfarct wordt vermoed, zegt Van der Wall. 'Dan gaat het erom dat er zo snel mogelijk hulp wordt gegeven. Daarvoor worden in ziekenhuizen chestpain units opgezet, waar gespecialiseerde teams hulp bieden bij een dreigend of zich ontwikkelend hartinfarct. Er worden ook initiatieven ontplooid om de politie al eerste harthulp te laten geven.'

Nieuw zijn ook de poliklinieken voor hartfalen, waarvan er inmiddels zeven bestaan, bedoeld voor patiënten die al een infarct hebben doorgemaakt en die door een beschadigde hartspier niet goed meer kunnen functioneren. Van der Wall: 'Deze patiënten krijgen medische begeleiding en controle om de kwaliteit van het leven na een infarct zo veel mogelijk te behouden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden