begeleid wonen

Haroon Ali woont naast cliënten uit een zorginstelling. Maar zo gek zijn deze buren niet

Beeld Ineke Goes

De verhuurder licht je er niet over in, dus wist Haroon Ali niet dat hij kwam te wonen naast cliënten van een zorginstelling. Dat geeft soms overlast, maar het biedt ook onverwachte voordelen.

 ‘Hé, jij bent toch die ene met die rare teennagel?’, roept mijn schorre onderbuurman Harry.

‘Nee, dat is die andere’, antwoord ik terwijl ik de brievenbus open.

‘Ben jij zijn broer?’

‘Nee, zijn vriend.’

‘Maar jullie lijken zo op elkaar.’

‘Geeft niet, fijne avond hè?’

Dit gesprek heb ik al zo’n twintig keer met Harry gevoerd, dus ik ben het gewend. Ik denk dat hij werkelijk geen verschil ziet tussen mij en mijn vriend Armando, met wie ik alleen een donkere haarkleur gemeen heb. Maar dat Armando’s grote teennagel een keer afbrak en die teen zomers geleden even was te zien door zijn open jezussandaal, zal Harry de rest van zijn leven niet vergeten.

Bijzondere buren

Die wonderlijke perceptie is tekenend voor mijn bijzondere buren, zoals ik ze omschrijf tegen vrienden. Ik woon in een flat die ook wordt bewoond door mensen die ‘ten gevolge van langdurige psychiatrische/psychosociale problematiek ondersteuning en bescherming behoeven bij het zelfstandig wonen’, staat er op de website van zorginstelling HVO-Querido. Boven ons wonen twee reguliere huurders van Ymere: een Jordanese tante en een hardwerkende jongedame die ik nooit zie. De rest van het pand wordt gehuurd door HVO-Querido. Onder ons zit een van de twee inloophuizen in de straat, waar hun cliënten drie keer per week een warme maaltijd krijgen.

Toen mijn vriend en ik vier jaar geleden dit huurhuis accepteerden, wisten we van niks. HVO-Querido, wooncorporatie Ymere en de gemeente Amsterdam stellen nieuwe bewoners niet van tevoren op de hoogte, om de privacy van de kwetsbare bewoners te beschermen. ‘Het zou ook bijdragen aan het stigma op psychiatrische kwetsbaarheid’, licht een woordvoerder van HVO-Querido telefonisch toe. ‘Over de achtergrond van uw overige buren, die geen zorg krijgen maar misschien ooit wel nodig hebben, wordt u ook niet op voorhand geïnformeerd.’ Het addertje ontdekte ik dus pas toen ik de muren stond te witten en in de hal kennismaakte met de buren. Maar je hoort me niet klagen, want we hebben een appartement van 80 vierkante meter aan een van de mooiste grachten van Amsterdam, voor 1.000 euro per maand (exclusief). En meestal vind ik deze woonsituatie een fascinerend sociaal experiment – veel leerzamer dan mijn studie psychologie. Het doet me me geregeld afvragen: wat is normaal?

Onderbuurman Harry luistert bijvoorbeeld ’s ochtends naar psychedelische trance, terwijl mijn behoefte aan elektronische muziek wat later op de dag op gang komt. Soms hoor ik uit het niets een oerkreet, of een lach die een uur doorgaat. Ook gaat er geregeld ergens een brandalarm af, want mijn buren roken en blowen nogal veel. Ik vermoed dat een aantal van hen ook worstelt met alcohol- of drugsproblemen. Sommigen ijsberen met een halve liter bier in de hand door de straat, bij anderen zie ik het in de ogen. Als thuiswerkende freelancer heb ik bewoners ook wel eens in de hal horen smoezen wie er ‘nog wat heeft’. Toch heb ik nooit echt last gehad van hun gebruik.

‘Het volledige pakket thuis’

In mijn straat wonen momenteel 21 mensen ‘beschermd’. Nog eens 35 cliënten krijgen het ‘volledig pakket thuis’, wat vergelijkbaar is met een langdurige behandeling in een zorginstelling, maar dan thuis. Landelijk bieden andere instanties een vergelijkbare woonvorm aan, zoals Cordaan, Kwintes en Leviaan. HVO-Querido handelt vanuit de opvatting dat mensen met een psychiatrische aandoening ‘meedoen als gewone burgers’ en ‘het beste herstellen in de wijk waar ze wonen, in tegenstelling tot een kliniek of oord buiten de stad’, zegt de woordvoerder. Van hun cliënten wordt wel gevraagd dat ze zich ‘begeleidbaar’ opstellen. ‘Ze moeten de begeleiders in hun woning willen ontvangen, meewerken aan een hulpverleningstraject en de huisregels naleven.’

Naast deze begeleiding is er veel sociale controle, ook door de oudere grachtengordeldieren met wie we een binnentuin delen. Als er te veel lawaai is, kunnen we HVO-Querido opbellen en dan neemt de begeleider van dienst een kijkje. Zo belde één bijzondere buurvrouw iets te vaak bij ons aan: eerst vroeg ze om een peuk, daarna wilde ze 5 euro lenen en een Lidl-bon inwisselen voor contant geld. Toen ik ging tegensputteren, vroeg ze slinks of mijn vriend thuis was, die wat toegeeflijker is. Ik deed een melding bij HVO-Querido en zei dat we allebei niet meer voor haar zouden zwichten. Als goede, consequente ouders, grapte de begeleider.

Maar soms loopt het uit de hand, zoals bij Hans. Hij verving een aardige, rustige Engelsman, met wie ik een praatje maakte als ik de was ophing op het balkon en hij zat te zonnen. De Brit functioneerde zo goed, dat hij werd geüpgraded naar een zelfstandige woning. De rest woont namelijk in tweetallen, met ieder een eigen slaapkamer. Ze rouleren geregeld, maar ook die informatie wordt niet gedeeld door de zorginstelling. Dus van de een op andere dag woonde Hans naast ons. Mijn vriend gaat de buren wat meer uit de weg, maar ik wil weten wie er aan de andere kant van de muur zit, dus ik belde aan en stelde me vriendelijk voor. Dat kwam niet echt lekker aan, zag ik aan zijn geschrokken ogen en defensieve lichaamshouding. Hij zei alleen ‘oké, hoi’ en sloot daarna snel de deur.

Beeld Ineke Goes

Hoewel HVO-Querido stelt dat de drukte van de binnenstad ‘geen barrière hoeft te zijn’, bleek al snel dat Hans de prikkels niet aankon. Het was zomer, kinderen speelden in de tuin, mensen zaten tot laat buiten en uit alle ramen kwam muziek en gelach. Het echoot enorm, dus iedereen kan elkaar (te) goed verstaan. Ik kijk veel sciencefiction; Hans hoorde vast de schietende ruimteschepen door de muren heen. En die frustratie moest hij ergens kwijt. Hans begon met zijn vuist op de muren te bonken, soms uren achter elkaar. Daarna kwam het boze getrap, tegen de metalen spijlen in het trappenhuis en op zijn balkon. Niet alleen wij trilden na op de bank, de hele buurt werd er bang van.

Onze telefoontjes naar HVO-Querido waren eerst uit bezorgdheid: gaat het wel goed met Hans? Maar toen de sussende huisbezoekjes van begeleiders niets uithaalden en iedereen in de flat zich onveilig voelde door zijn agressieve uitingen, riepen we de begeleiders ter verantwoording: dit gaat niet zo langer. Hans werd opgenomen op de crisisafdeling, maar toen hij weken later weer terugkwam, begon het gebonk opnieuw. Sindsdien is Hans nog een keer opgenomen, kwam hij terug en verdween hij weer. Als het stil was, gingen we er maar van uit dat hij was opgenomen. Toen het langer stil bleef, bleek dat hij niet meer terugkwam. Zijn plastic matras lag ineens bij het vuil en al snel woonde er een nieuwe bewoner, die ik nooit hoor of zie. Voorlopig is de rust teruggekeerd.

Demonen

Bij moeilijke gevallen zoals Hans vraag ik me af of deze zorg op locatie voldoende is. Om 10 uur ’s avonds gaan de begeleiders namelijk naar huis, net als de demonen van hun cliënten wakker worden. De woordvoerder van HVO-Querido verwijst naar onderzoek van het Trimbos Instituut, GGZ Nederland en de RIBW-Alliantie, die allen de effectiviteit hebben aangetoond. Maar deze opzet werkt ook omdat bezorgde buren zoals ik een oogje in het zeil houden, als informele, onbetaalde medewerkers. Tot nu toe vind ik het een goede deal; een riant, betaalbaar appartement in ruil voor wat sporadische mantelzorg. En het is een geruststellende gedachte dat er van iedere bijzondere buur een dossier wordt bijgehouden, door begeleiders die daarvoor zijn opgeleid.

In mijn vorige flat was wat sociale controle ook fijn geweest. Daar is mijn 74-jarige Marokkaans-Nederlandse onderbuurman nota bene in zijn eigen huis vermoord. Toen ik in bed een film lag te kijken, zag ik ineens rode en blauwe zwaailichten door mijn raam flikkeren en stond de straat vol met politie en ambulance. Twee rechercheurs kwamen mijn verklaring afnemen. Ik schaamde ik me dat ik niks had gehoord en weinig wist van mijn buurman. Maanden later las ik in Het Parool dat hij 28 keer in zijn in nek, hals, romp en arm is gestoken, door zijn destijds 18-jarige zoon, een jongen die ik soms in het trappenhuis tegenkwam. Ze zouden ruzie hebben gehad om geld. Ook zou de vader niet accepteren dat zijn zoon homo is. In 2016 werd Mohammed C. (junior) veroordeeld tot 12 jaar cel.

Ik woon al mijn hele leven in Amsterdam en ben opgegroeid in de (probleem)wijken Slotervaart en Osdorp. Dan leer je snel relativeren. Mijn moeder vertelde zelfs een keer lachend dat ze een hele zooi wapens hadden gevonden bij een koffiehuis tegenover haar huis. Ik besef dus goed dat er in ieder ‘normaal’ huis bizarre dingen kunnen gebeuren en dat iedereen wel eens maatschappelijk onacceptabel gedrag vertoont. Mijn vriend en ik hebben ook dronken, schreeuwende ruzies gehad waarbij de fotolijstjes door het huis vlogen. Onze feestjes zijn soms te wild en de politie heeft ook bij ons wel eens op de stoep gestaan. En als ik beneveld van een feestje thuiskom en vroeg in de ochtend een bijzondere buurman tegen het lijf loop, is er echt niet zoveel verschil tussen ons.

Allemaal ‘gek’

Waarom kunnen wij bij HVO-Querido klagen als een psychiatrische patiënt midden in de nacht op het balkon gitaar speelt, maar mogen hun bewoners niks zeggen van de excentrieke buurtbewoner die urenlang rete-vals blokfluit speelt? We ergeren ons allemaal aan luidruchtige Airbnb-toeristen, maar daar is niks tegen te beginnen. Tegelijkertijd is er een overgevoelige buurvrouw die haar onderbuurman sommeerde om niet meer op zijn eigen balkon te bellen, wat ik weer overdreven vind. Ook politieagenten kijken anders naar feestende yuppen dan naar de herrie die Hans produceerde. Nu hield zijn gedrag maandenlang aan en kon hij niet langer functioneren in deze stadsbuurt, maar het verschil in behandeling voelt soms arbitrair. Zijn we allemaal niet een beetje ‘gek’?

Functioneren – dat lijkt het sleutelwoord. Zolang je een eigen inkomen verdient, zelf de huur betaalt en participeert in de samenleving, word je met rust gelaten en kom je met redelijk veel weg. En als je het te bont maakt, is het met een beschaafd babbeltje snel opgelost. Dat besef van maatschappelijke privilege heeft me geleerd om meer empathie te hebben voor mensen die wat meer pech hebben gehad in het leven en daardoor buiten de samenleving staan. Stop deze complexe types weg en de ‘normalen’ worden er niet mee geconfronteerd. Maar dankzij deze woonconstructie wonen ze nu tussen de oudjes, yuppen, expats en toeristen. Het is eigenlijk een wonder dat het meestal goed gaat, in de open inrichting die Amsterdam heet, waar eerlijk gezegd niemand normaal is. Toch zou het helpen als we wat meer informatie zouden krijgen van HVO-Querido, vooral over wat onze bijzondere buren mankeert, zodat we ook beter weten hoe we ze moeten benaderen.

Onlangs kregen we weer een nieuwe bijzondere buurman, Jimmy. De eerste paar keer herkende hij me niet als ik gedag zei, maar toen we een keer samen richting de Albert Heijn liepen, vroeg hij zachtjes waar ik mijn gympen had gekocht. Laatst belde hij aan, of ik bakolie had. Ik vroeg wat hij ging maken. ‘Chimichurri.’ Jimmy kijkt wat wazig uit zijn ogen, ik kan slechts raden waarom. Maar zijn uitstraling is warm. Hij vroeg wat ik voor werk deed. ‘Schrijf je ook over muziek?’ Soms wel, antwoordde ik. Toen lichtten zijn ogen op en verscheen er een brede glimlach op zijn gezicht. ‘Ik maak muziek; elektronisch maar ook dingen als Radiohead. Kom je een keer muziek met me maken?’

Om privacyredenen zijn de namen van mijn buren gefingeerd.

Haroon Ali is freelance journalist, onder meer voor de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden