Harmoniemodel

Pianist Brad Mehldau vermengt pop en jazz op virtuoze wijze. Na 7 jaar treedt hij nu weer even in Nederland op.

Zijn cd's sloegen eind jaren negentig in als een bom. Zeker bij conservatoriumstudenten. Pianist Brad Mehldau liet horen dat voor hem jazzstandards en popmuziek hetzelfde zijn.


Voor veel jazzmuzikanten was het een verademing. Ze luisterden sowieso graag naar pop- en rockbands; misschien dat Radioheads OK Computer meer inspireerde dan een willekeurige bopplaat van Miles Davis. Maar hoe in hemelsnaam die inspiratie te vertalen naar jazzmuziek?


Mehldau deed het. Hij greep stukken van onder meer Nick Drake en The Beatles bij de kladden en transformeerde ze tot onverbiddelijke jazz. De jongere garde plaatste hem vrijwel onmiddellijk op een voetstuk.


Het is niet eens dat Mehldau zo enorm vernieuwend was in het pop-jazzmengsel, maar zijn bewerkingen spraken heel veel muzikanten en luisteraars aan. Zijn aantrekkelijke klank, toegankelijke composities en verslavende melancholie klinken zo vanzelfsprekend, dat je hem bijna niets kunt verwijten.


Bijna, want ondanks alle lof die Mehldau nog steeds krijgt, is er ook een groep critici die zijn muziek te moeilijk vindt. Te bedacht, intellectueel en vooral: te ernstig. Jazz waarin met een fikse hoeveelheid noten wordt gestrooid en waar je naar luistert met je duim en wijsvinger rond je kin. Jazz voor jazzo's.


Wel of niet toegankelijk, wel of niet bedacht? Het label Nonesuch Records biedt de kans om tot een oordeel te komen: het heeft 5 albums van Mehldau's geliefde trio - met drummer Jorge Rossy en contrabassist Larry Grenadier, met wie hij definitief voet aan de grond kreeg - in een nieuwe box uitgebracht.


The Art Of The Trio bevat de vijf albums die uitkwamen tussen 1997 en 2001, inclusief 45 minuten aan extra materiaal. En enthousiaste liner notes van Ethan Iverson, de pianist van The Bad Plus, dat zich ook roert in het popjazzgenre. Maar toch lang niet zo eigen en invloedrijk als Brad Mehldau dat deed met zijn trio.


Dat is ook de observatie van pianist Harmen Fraanje, die studeerde toen Mehldau doorbrak. 'Als hij op een frituurpan zou spelen, zou je volgens mij nog steeds weten dat hij het is. Brad is echt een van de weinige pianisten die je herkent na slechts een handvol noten gehoord te hebben', zegt Fraanje.


Mehldau heeft een bijzondere techniek en toucher. Zijn veelgeprezen tweehandigheid (hij kan zichzelf zowel met links als met rechts begeleiden), waardoor zijn klankenpalet rijker is dan die van een gemiddelde jazzpianist, is zijn signatuur. Zeker op het tweede album dendert Mehldau geregeld over zijn piano in een gevarieerd notenaantal met gecompliceerde vaardigheden als het spontaan contrapunt.


Daarbij dreigt het gevaar van technische virtuositeit. Mehldau weigert wel eens tijdens lange solo's om 'adem te halen', een momentje van stilte en bezinning toe te laten bij zichzelf en publiek. Irritant? Ja, als hij hiermee zonder muzikale reden zou pochen en het podium gebruikt om zijn technieken zonder schaamte en emotieloos het publiek in te gooien. Maar Mehldau is een bescheiden persoon, zelfs een beetje bang voor publiciteit, blijkt de laatste jaren. Hij wil geen face-to-face interviews meer doen.


Zijn virtuositeit moet dan ook niet als opschepperij opgevat worden, hij wil vooral goed de diepte in gaan met zijn band. Dat hoor je op zijn The Art Of The Trio albums keer op keer. Als Mehldau in een notenspuwsel is beland, zijn dat de emotionele beweegredenen op dat moment. Een volgend moment speelt hij juist weer sober. Daarbij, in de volledig democratische uitwisseling van ideeën krijgen zijn muzikanten Rossy en Grenadier net zo veel ruimte als de bandleider. Hij is alles behalve een egotripper.


Veel recensenten vinden dat Mehldau kopieergedrag vertoont van jazzpianist Bill Evans. Maar hij is meer dan een gevoelige, blanke pianist, zijn context is groter. Je hoort op zijn The Art Of The Trio-albums hoe groot zijn kennis van de jazz- en klassieke historie is. De fraaie harmonieën van Herbie Hancock, ter plekke ontstane vondsten van Keith Jarret en vooral fijne swing van Wynton Kelly: het zit erin.


En naast deze jazzinvloeden staan met gemak Brahms, Beethoven en Radiohead. Hij smeedt deze stijlen samen, door uit te gaan van de harmonie in plaats van de melodie. Kort door de bocht: het wijsje is niet belangrijk, de opzet en intentie, dat is de basis. Wat niet betekent dat de harmonie van te voren vaststaat, integendeel, die verschuift soms met de seconde, hoe straf het tempo ook is. En dan klinkt het plotseling allemaal op zijn Brad Mehldaus, of het nu een standard of een rockcover betreft.


Daarom speelt hij ook met tradi- tionele liedstructuren: die hoeven niet onaangetast te blijven. Hij maakt standards speelser door ze om te vormen naar oneven ritmes. Voor Wolfert Brederode, die ook als pianostudent werd blootgesteld aan de eerste cd's van Mehldau, was dit van groot belang, zo blikt hij terug: 'Ik denk dat, nadat het Keith Jarrett Trio het spelen van standards een decennium eerder weer op de kaart had gezet, Brad er een nieuw licht op heeft geworpen. Voor mij was het een revelatie dat hij me liet horen dat standards, popliedjes en eigen composities moeiteloos samen kunnen gaan, als je alles maar met honderdvijftig procent overtuiging neerzet. Het belangrijkste is dat het luisteren naar Brad Mehldau er bij mij onder meer voor heeft gezorgd dat die bovenstaande scheidslijn weer enigszins gedicht werd. Hij heeft absoluut een boost aan mijn zelfvertrouwen gegeven en ook een belangrijke les meegegeven: 'Do what you like but treat it right.'


Brad Mehldau Trio speelt vanavond in Rotterdam (Lantaren/Venster) en 22/23 maart in Amsterdam (Bimhuis), 24 maart volgt daar een soloconcert.


Brad Mehldau: The Art of The Trio Recordings: 1996-2001. Nonesuch Records. (€44,95)


In maart verschijnt een nieuwe trioplaat van Brad Mehldau: Ode (Nonesuch Records) .


Mehldau schrijft


Jazzpianist Brad Mehldau (41) dankt zijn bekendheid voor een belangrijk gedeelte aan zijn jazzinterpretatie van popsongs. Denk daarbij aan Exit Music (For A Film) van Radiohead, River Man (Nick Drake) en Blackbird (Lennon/McCartney). Hiernaast speelt hij graag jazzstandards die hij geregeld metrisch vervormt en bovendien heeft hij zelf nummers geschreven die nu al klassiekers zijn als Song-Song en Sehnsucht. Daarnaast houdt hij zich bezig met schrijven. In veel cd-boekjes staan grote lappen tekst met filosofische, muzikale, kunsthistorische en ook maatschappelijke overwegingen. Hij stelt zijn eigen muziek en de jazz geregeld ter discussie en relativeert graag.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden