Haringvliet krijgt weer beetje eb en vloed

De beheerders van het nu zoete Haringvliet sturen aan op het openzetten van de sluizen in de dam. Eb en vloed keren dan terug, er ontstaan nieuwe slikken en trekvissen kunnen weer de rivier op zwemmen....

NEDERLAND krijgt er een estuarium bij. In het Haringvliet zal bij vloed het zeewater twee keer per dag zo'n achttien kilometer binnendringen en bij eb weer terugtrekken. Ook in het aansluitende Hollandsch Diep en de Biesbosch wordt de getijdebeweging merkbaar, al zal het zoute water zelf daar niet komen. Met de afwisseling in waterhoogten komt veel leven terug in dit overgangsgebied tussen de Noordzee en de rivieren Rijn en Maas.

De inspraak over dit plan van Rijkswaterstaat, het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant, begint na de zomer. Drinkwaterbedrijven, boeren, milieu- en natuurorganisaties, de vissers, de scheepvaart en de recreatie kunnen dan hun oordeel geven. Daarna is het woord aan het kabinet en de Tweede Kamer.

Toen de Haringvlietdam in 1970 in gebruik werd genomen, was het gedaan met de getijdenwerking in deze monding van de grote rivieren. De watersnood van 1953 had veel mensenlevens gekost en dus werden de Deltawerken, het afsluiten van de zeearmen, versneld uitgevoerd. De Grevelingendam was al in 1964 aangelegd en de Volkerakdam in 1969. De Oosterschelde kreeg zijn vermaarde én beruchte stormvloedkering in 1988. Alleen de Westerschelde mocht een estuarium blijven, omdat de zeehaven van Antwerpen toegankelijk moest blijven.

Vóór de aanleg van de dam kwam zout water het Haringvliet binnen. Dat werd daar vermengd met de grote hoeveelheid zoet water dat met de Rijn en Maas naar de Noordzee stroomde. Het water in het Haringvliet was dan ook brak. Door het opkomend en terugtrekkend water ontstonden in het Haringvliet en de Biesbosch talloze slikken, zandplaten en kreken en de oevers werden regelmatig overstroomd.

Dit intergetijdengebied is grotendeels verloren gegaan. Niet alleen zandplaten en kreken verdwenen, ook werd het brakke water zoet en de trekvissen konden vanuit de zee de dam niet meer voorbij om naar hun paaigebieden in de bovenstroom van de Rijn te zwemmen. De steltlopers die afkwamen op het voedsel dat bij het droogvallen van de zandplaten en slikken voor het oprapen lag, verdwenen.

'Veel verloren natuur kan weer terugkeren door een aantal schuiven in de Haringvlietdam open te zetten. Meestal gaat natuurontwikkeling gepaard met veel bulldozergeronk, maar hier kunnen we met een eigenlijk heel elegante maatregel de natuur gedeeltelijk herstellen', zegt drs. ing. Roel Posthoorn van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA), die vier jaar onderzoek deed naar het ecologisch herstel van het Haringvliet.

Zijn projectgroep beschrijft vier alternatieven in het milieueffectrapport (MER) over het beheer van de Haringvlietsluizen. In de vier varianten gaan de sluizen steeds iets verder open. Bij elke variant hoort een kenmerkend herstel van het getij en de zoutindringing, wat leidt tot bijpassende nieuwe leefgebieden voor planten en dieren.

In de dam zitten zeventien sluisdeuren, die nu alleen opengaan als de Rijn en de Maas extreem veel water afvoeren. Dan wordt zoet water door de spuisluizen van zesduizend vierkante meter geduwd. Doordat het zoute zeewater bij de sluizen wordt tegengehouden, is het Haringvliet een groot, bijna stagnant zoetwatermeer geworden. Ideaal voor boeren, tuinders en drinkwaterbedrijven.

Hoe verder en hoe langer de sluizen openstaan des te gunstiger is het effect op de natuur, blijkt uit de variant 'stormvloedkering', waarbij de sluizen alleen in noodgevallen, bij stormvloed, dichtgaan. Deze stormvloedvariant heeft echter andere bezwaren; het zoute water dringt zo ver het Haringvliet binnen dat de drinkwatervoorziening in gevaar komt.

Bij 'getemd getij' staan de spuisluizen vrijwel altijd open, maar niet voluit (ze zijn 95 procent van de tijd voor eenderde open). Ze gaan dicht bij hoog water, als de veiligheid in het geding komt, en als de Rijn weinig water afvoert. In dat laatste geval is het risico te groot dat het zoute zeewater te ver het Haringvliet binnendringt waardoor de innamepunten voor drinkwater verzilten.

De andere twee varianten worden op voorhand afgewezen. Het 'nul-alternatief', alles laten zoals het is, en 'gebroken getij' waarbij een deel van de sluizen bij vloed een klein beetje openstaat, hebben geen of nauwelijks betekenis voor de natuur.

Een van de belangrijkste winstpunten van 'getemd getij' is de terugkeer van zo'n 1500 hectare intergetijdengebieden. Deze slikken en zandplaten zullen deels begroeid raken met biezenvelden. De golfslag die nu steeds op vrijwel dezelfde hoogte de oever raakt, heeft de van oorsprong glooiende oevers veranderd in afgekalfde, steile randen. De bodems daarachter, die deels zijn verdroogd, zijn door inklinking verzakt. De brandnetels die hier groeien, zullen weer plaats maken voor rietkragen en dotterbloemen.

Bij getemd getij blijft het aantal vogels gelijk, ongeveer tweehonderdduizend, maar er vindt wel een verschuiving plaats naar soorten die hoger worden gewaardeerd. Zo zullen er lepelaars afkomen op de garnalen en schelpdieren die in het ondiepe, brakke water zitten. Steltlopers komen hun voedsel zoeken op de nieuwe slikken. En de wintertaling, die verdween nadat in 1970 de dam was aangelegd, keert weer terug. Ganzen en zwanen krijgen dankzij getemd getij meer voedsel doordat waterplanten en biezen weelderiger groeien.

Maar er zijn ook nadelen: de kuif- en tafeleenden zullen verdwijnen doordat hun voedselbron, de driehoeksmossel, afneemt. De mossel gedijt in het zoete water vlak achter de binnenkant van de sluizen, maar gaat in zout water dood.

Als het nu zoete water van het Haringvliet brak wordt, zal een typische zoetwatervis als de brasem verdwijnen. Maar de intrekroute voor trekvissen zoals zeeforel, fint, zalm en spiering op weg naar hun paaigebieden wordt weer opengesteld. Deze vissoorten zwemmen met getemd getij niet meer tegen dichte sluizen aan en kunnen ongehinderd de rivier op.

De maatregelen die voor getemd getij nodig zijn, kosten honderd tot vijfhonderd miljoen gulden. Dit geld is nodig voor het uitbaggeren van jachthavens en het aanleggen van drijvende steigers. Verreweg de grootste, maar ook onzekerste kostenpost is de verplaatsing van innamepunten voor zoet water (31 tot 251 miljoen).

Het is namelijk de vraag of de zoetwaterwinning bij de Lek last krijgt van verzilting; in dat geval zijn er maatregelen nodig die 220 miljoen gulden gaan kosten. In elk geval moet het innamepunt achter de Haringvlietdam worden verplaatst naar Den Bommel.

Minister Tineke Netelenbos van Waterstaat is door de initiatiefnemers geadviseerd het alternatief getemd getij over te nemen. Naar verwachting zal ze deze varant voorleggen aan het kabinet, mits het plan door de inspraak komt.

Posthoorn pleit voor een gefaseerde wijziging van het sluisbeheer; de eerste drie jaar zouden de sluizen permanent op een kier moeten staan. Het voordeel is dat het herstel van de natuur al begint, dat Rijkswaterstaat meer ervaring krijgt met de mate van zoutindringing en dat de kosten over meer jaren kunnen worden gespreid.

Daarna kunnen de sluizen op getemd getij worden ingesteld. Over tien jaar zal het Haringvliet dan weer een min of meer natuurlijk estuarium zijn, waar de mond van de Rijn en de Maas niet langer zijn gesnoerd. En de Biesbosch kan in 2008 weer het grootste zoetwatergetijdengebied van Europa zijn.

Marieke Aarden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden