Column

Haringjunk op jaarlijkse haringhapperij

Beeld Gabriel Kousbroek

Ook aan haring was ik verslaafd en dat liep toch mooi op in het seizoen, tot wel zes per dag. Meestal scoorde ik de beessies bij Pietje Altena, die met zijn kar ruim twintig jaar voor het Rijksmuseum stond tot hij werd weggepest door de bloedzuigers van Pyongyang aan de Amstel. Ik was een haringeter van de oude school: bij de staart in de muil laten glibberen, zonder wijvengetrut met accessoires. Als ik aan mijn taks zat bij Pietje, ging ik plengen met ijskoude korenwijn en kon de dag, met de rituelen der andere verslavingen, beginnen.

Bij gebrek aan haring in de Algarve vreet ik me ongans aan de bacalhau, een totaal andere beleving omdat stokvis meurt als een polonaise bejaarden en dan druk ik me nog netjes uit.

Mijn maatje Martijn kwam vanmorgen op het onzalige idee om naar de jaarlijkse haringhapperij van de Nederlandse Club te gaan, in een dierentuin in de Algarve profundo.

Het vooruitzicht van een kudde zwetende pensionado's met Crocodile Dundee-hoeden en omaatjes met aarsgeweien deed mij kokhalzen. Het vlees was echter weer eens sterker dan de geest en nu sta ik als een sukkel in de rij voor haring, paling en garnalen. Mijn luide 'goedemorgen dames' - terwijl Martijn mij ondersteunt alsof ik een blinde ben - maakt mij niet populair bij de genetisch minderbedeelden.

Het is 42 graden in de schaduw in de verdrietigste dierentuin die ik ooit zag, dus nog droeviger dan die van Kabul, Caïro en Bagdad. In mohammedaanse landen houdt men qua beesten enkel maar van het peerd van de Profeet maar in deze roomse negorij verwacht ik toch wat meer dierenliefde, een en ander in de geest van de heilige Franciscus van Assisi. Ik kan het faunastrafkamp wel gaan beschrijven, maar grijp uit gemakzucht terug naar Nicolaas Beets in zijn Camera Obscura: 'een beestenspel is als een gevangenis, een oudemannenhuis, een klooster vol uitgeteerde bedelmonniken; een hospitaal is het, een Bedlam vol stompzinningen.'

Uiteindelijk scoor ik een dozijn haringen. 'Neen juffrouw, ik hoef er geen zuur bij, dat krijg ik wel van uw vis.' We glijden de haring nog bij de kassa naar binnen terwijl het zweet door mijn bilnaad gutst. 'Mis je Amsterdam nu niet, de humor bij de kar?', vraagt Martijn met volle mond. 'Als haringworm, gabber. Ik vluchtte op tijd. Anders had ik me daar ook doodgelachen, net als Pietje Altena.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden