Haring met slagroom

IN HILVERSUM is jazz niet populair. Veel publieke omroepen negeren de muziek, of hebben er op zijn hoogst een uurtje zendtijd per week voor over....

Hoe dan ook, we krijgen weinig jazz voor ons luistergeld. Daar staat tegenover dat dat weinige van redelijke tot hoge kwaliteit is. Naast de Concertzender is het officiële bestel de enige leverancier van serieuze, dieper gravende analyses, themaprogramma's en nieuwsrubrieken op jazzgebied. Er is degelijke, met respect gemaakte mainstream als Jazzspectrum van de AVRO en Late Date van de NCRV. We hebben het langst lopende live-jazzprogramma ter wereld, het wekelijkse TROS Sesjun, dat in oktober het 22ste seizoen hoopt in te gaan en deze zomer uitpakt met juweeltjes uit het archief: opnamen van het Cedar Walton-kwartet, Clark Terry, Ahmad Jamal, Stan Getz met Chet Baker, en vele anderen.

De VPRO heeft de meeste uren over voor het genre. Ze gaf onderdak aan een radiomaker die door de andere 'progressieve' omroep, de VARA, aan de dijk was gezet: Aad Bos presenteert gelukkig nog elke zondag zijn Jazz Op Vier. Hij heeft een brede belangstelling, een rustige, sympathieke radiostem, hij weet waar hij het over heeft en dient de cd's op met genoeg informatie, zonder zelf te veel op de voorgrond te treden.

Het jazzblok van de VPRO op zondagavond, tussen tien en één, bevat verder de Jazzgeschiedenis van Michiel de Ruyter en een royale portie van een vrijwel altijd belangwekkend concert.

De VPRO zou echter de VPRO niet zijn als ze niet ook een jazzprogramma zou uitzenden dat bevreemding opwekt. Street Beats van Hans Dulfer (donderdagnacht tussen twaalf en drie, op Radio 1) bevat voor ongeveer driekwart jazz, de rest wordt gevuld met andersoortige muziek, die vrijwel of helemaal niets met jazz te maken heeft, en die alleen ertussen wordt gepropt omdat Dulfer er zelf naar luistert: rap, house, hiphop en metal in allerlei legeringen.

De plaatjes en studio-concerten vormen daardoor een haring-met-slagroomachtig menu, met een tegendraadsheid waarvan het nut onduidelijk is. Goed, we weten dat Dulfer van mening is dat jazzmusici zich moeten laten inspireren door heftige eigentijdse dansritmen, en niet door oudelullenmuziek. Maar een synthese met improvisatie valt zelden te horen, en het plompverloren naast elkaar plaatsen van bijvoorbeeld Coleman Hawkins en Sepultura getuigt van krampachtigheid.

Dat geldt ook voor Dulfers presentatie, die een hakkelende spreekstijl paart aan een stoer soort tofheid. 'Dit nummer heette Un-die-ZAI-ded, opgenomen weet-ik-veel waar. Ook gespeeld door Benny Goodman, en die heeft niks te maken met Noise and Distortion. . .'

Prikkelend is het allemaal wel, maar de kans is groot dat de luisteraar meer te weten komt over de meningen van Hans Dulfer dan over de muziek.

FvH

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden