Hardlopen en wielrennen, een verkeerde combinatie?

De wielerploegen van de Volkskrant en Algemeen Dagblad stonden afgelopen najaar gebroederlijk boven aan de Muur van Geraardsbergen, toen de vraag opkwam of het verstandig is fietstraining af te wisselen met hardlopen. 'Verwoestende combinatie', meende een sportredacteur. 'Wat je met fietsen opbouwt, breek je met hardlopen weer af.'


'Die combinatie was inderdaad ooit taboe', reageert inspanningsfysioloog Louis Delahaije, trainer van de Belkin-ploeg van Bauke Mollema, Robert Gesink en Laurens ten Dam en daarvoor bondscoach van de Duitse en de Nederlandse triatlonploeg. 'Nu is dat niet meer zo; ook bij Belkin hebben we jongens die in de winter hardlopen.'


De combinatie dankt haar slechte naam vooral aan blessureverhalen. Fietsen geeft een concentrische belasting van de spieren, hardlopen een excentrische, legt Delahaije uit. 'Anders dan bij fietsen, waarbij je de benen laat rondmalen, creëer je bij hardlopen een enorme stootbelasting. Je moet bij elke landing van je voetzool twee- tot driemaal je eigen lichaamsgewicht opvangen.' Als een goed getrainde fietser ineens gaat hardlopen, is het grootste gevaar dat hij in een te hoog tempo holt en/of te veel kilometers maakt - zijn uithoudingsvermogen kan dat immers prima aan. Delahaije kent wielrenners die op die manier 'verschrikkelijke spierschade' opliepen.


Die schade kun je in het bloed teruglezen door de lekkage uit de spiercel van het enzym creatine kinase (CK) te meten. De dag na een marathon kan de CK-waarde in het bloed 500 tot 1.000 keer hoger zijn dan normaal. Wie weleens een marathon heeft gelopen, kent de pijn van een hoge CK-waarde.


Door te trainen maak je mitochondriën aan. Dat zijn de verbrandingsoventjes in je cellen die energie produceren uit koolhydraten en vetten. Meer verbrandingsoventjes betekent meer energie en dus betere prestaties. Of de mitochondriën zijn aangemaakt door rennen of door fietsen? Daarin maakt het lichaam geen onderscheid.


Elke beginnende hardloper, dus ook de fanatieke racefietser die de hardloopschoenen (her)ontdekt, moet zijn training rustig opbouwen. 'Als je de spieren laat wennen aan een steeds hogere belasting, is er geen enkel probleem met de combinatie', verzekert Delahaije. 'Hardlopen en fietsen passen perfect bij elkaar. Je gebruikt ongeveer dezelfde spieren, alleen de coördinatie van de belasting is anders. Dat is juist goed. Bij fietsen train je vooral de voorkant van je bovenbenen, bij hardlopen ook de achterkant. Ik heb atleten getraind die 70 loopkilometers per week afwisselden met fietstraining en zij liepen harder dan atleten die per week 140 kilometer, dus het dubbele aantal loopkilometers, maakten.'


Wie fietsen afwisselt met schaatsen (ook een concentrische belasting), kiest een schraler trainingsmenu. En wie uitsluitend veel hardloopt (veel stootbelasting!), zal eerder geblesseerd raken dan een loper die regelmatig de racefiets pakt. Conclusie van de Belkin-trainer: 'Door hardlopen en fietsen af te wisselen, word je fitter dan wanneer je je beperkt tot één sport.'


Ook een vraag voor deze rubriek?


Mail naar gezond@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden