Hardere aanpak criminele jongeren heeft geen zin

Criminele jongeren moeten naar Amerikaans voorbeeld onder het strafrecht voor volwassenen worden gebracht, vinden verscheidene korpschefs. Ido Weijers gelooft daar niet in en stelt een andere aanpak voor - een bijeenkomst met eigen familie én het slachtoffer....

Ido Weijers

DE Utrechtse korpschef Vogelzang heeft met zijn uitspraken over de falende aanpak van de harde kern van criminele jongeren bijval gekregen van de korpschefs in de andere grote steden. Dat duidt erop dat de politie zich met een serieus en frustrerend probleem geconfronteerd ziet. Maar de remedie om op deze groep 'draaideurcriminelen' het volwassenenstrafrecht toe te passen snijdt geen hout. Als zwaardere straffen nodig zijn, dan biedt ons jeugdstrafrecht daar sinds 1995 royaal gelegenheid voor.

Overdracht van een groep criminele jongeren naar het volwassenenstrafrecht, zoals in de Verenigde Staten, leidt slechts tot een verdere verharding van criminele carrières en biedt geen enkel uitzicht op een zinvolle ombuiging van het levenspad van deze jongeren. Men verliest uit het oog dat het niet de ernst van de delicten als zodanig is, maar de recidive die tot verontrusting en ergernis leidt. Het gaat om een patroon van kleine diefstal en straatroof en juist om dit patroon te keren werkt gevangenisstraf averechts. Wie als straatschoffie de gevangenis ingaat, komt er als volleerde boef uit.

Twee van de interessantste bijdragen aan de discussie hierover stonden in Forum van 7 juni. Josine Junger-Tas waarschuwde voor ongefundeerde paniekreacties. Zij wees erop dat het niveau van de jeugdcriminaliteit zich lijkt te stabiliseren. Zij hield onder verwijzing naar de desastreuze neerwaartse spiraal van het optreden tegen jeugdcriminaliteit in de Verenigde Staten een pleidooi tegen verzwakking van ons jeugdstrafrecht.

Op dezelfde pagina deed Mirjam Schöttelndreier een oproep aan de Marokkaanse gemeenschap om naar aanleiding van incidenten met overlast en criminaliteit door Marokkaanse jongeren de hand in eigen boezem te steken. Marokkanen zouden zelf de 'organisatie van het alledaags fatsoen' ter hand moeten nemen.

Op het eerste gezicht lijken deze standpunten moeilijk verenigbaar. Doorgaan met onze gebruikelijke aanpak versus in eigen kring nieuwe wegen inslaan. Maar de combinatie van deze twee suggestieskan wellicht iets moois opleveren.

Ik ben het met Junger-Tas eens dat er geen overtuigende argumenten zijn voor verharding van de aanpak. Toch is er een ernstig probleem met een kleine, stedelijke kern, die al vroeg in een crimineel patroon terecht komt en daar niet op eigen kracht en evenmin met de gebruikelijke sancties uit los komt. Daar moet een specifieke aanpak voor worden bedacht.

Zijn er geloofwaardige alternatieven? Ja, maar die moeten we niet zoeken aan de onderkant, bij de allerkleinsten en zeker niet bij de first offenders. We kunnen beter ophouden met de twaalf-, dertien- en veertienjarigen die geen enkele indicatie voor recidive of een opstapeling van risicofactoren hebben. We moeten ons richten op de aanpak van de harde kern. Daarvoor biedt de oproep van Mirjam Schöttelndreier wel enig houvast, zij het niet in de algemene, noch in de specifiek etnische termen waarin zij het stelt. De harde kern bestaat immers ook uit Antillianen, Turken en witte autochtone jongens. En wie is dan die 'gemeenschap'?

De gedachte van actieve betrokkenheid van de eigen 'gemeenschap' biedt waarschijnlijk een mogelijkheid de jongere te bereiken: zijn eigen omgeving valt bij de oplossing van zijn problemen te betrekken. Bij de echte probleemgevallen is er niet alleen sprake van stelen en vechten, maar ook van problemen op school en thuis en van verkeerde vrienden. Actieve betrokkenheid van zijn sociale netwerk lijkt een van de weinige zinvolle wegen om de jongere op het goede pad terug te kunnen brengen.

Dit is de lijn die wordt gevolgd met de Family Group Conferences, waarmee op dit moment wordt geëxperimenteerd. De jeugdige dader wordt daarbij geconfronteerd met zijn slachtoffer in aanwezigheid van zijn familie en voor hem belangrijke anderen. In een dergelijke bijeenkomst onder voorzitterschap van een bemiddelaar draait het om de gevolgen van het delict. Men buigt zich gezamelijk over het leed dat het slachtoffer is aangedaan en zoekt naar een manier waarop dit zo goed mogelijk kan worden hersteld. Het slachtoffer heeft een centrale rol. En men buigt zich over de gevolgen van de daad voor de dader, diens familie en diens levensperspectief. De jongen en zijn familie komen hierover aan het woord. Er worden afspraken gemaakt over zaken die anders moeten en de dader heeft daarbij een actieve inbreng. Buitenlandse ervaringen geven aan dat van deze benadering een positief effect op het gedrag valt te verwachten.

Afgezien van de mogelijkheid dat het slachtoffer enigszins genoegdoening ondervindt en vooral erkenning van het leed dat hijheeft moeten ondergaan, kan zo'n bijeenkomst voor de jongere een positieve wending betekenen in de richting die zijn leven dreigt te nemen.

Er zitten zeker haken en ogen aan deze aanpak, onder andere op het vlak van de rechtsbescherming en op het punt van een al te problematisch appèl op de jongere als 'kind van zijn ouders', waar dit juist deel van het probleem kan zijn.

Maar als het ergens urgent en de moeite waard lijkt om met deze methode in ons land te experimenteren dan is het wel met deze groep. Niet bij de incidentele winkeldief, niet bij de jongere die eenmalig bij een scooterdiefstal is betrokken en van wie verder niets alarmerends bekend is, maar juist bij deze jongeren die continu het foute pad op gaan en waar de klassieke methoden machteloos blijken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden