Nieuws Toezicht verwarde personen

Harde kritiek op ministers: nauwelijks verbetering in toezicht op verwarde personen

De overheid heeft nauwelijks vooruitgang geboekt in de aanpak van en zorg voor gevaarlijke psychiatrische patiënten. Dat schrijft jurist Rein Jan Hoekstra aan ministers Grapperhaus van Justitie en De Jonge van Volksgezondheid (beiden CDA). 

Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) na afloop van de ministerraad op 22 augustus. Volgens de commissie-Hoekstra heeft Grapperhaus geen werk gemaakt van aanbevelingen om het toezicht op verwarde personen te verbeteren. Beeld ANP

Hoekstra, die naar aanleiding van de moord op oud-minister Els Borst aanbevelingen deed om het zicht op verwarde personen te verbeteren, concludeert in een tussenrapport dat er van implementatie nog weinig terecht is gekomen. Vooral de afname van dna-materiaal verloopt nog altijd traag.

Hoekstra laat zich in niet mis te verstane bewoordingen uit over de ernstige gevolgen die het falen van Justitie met zich meebrengt. Als voorbeeld noemt hij de moord op de nietsvermoedende Joost Wolters (38) in de Amsterdamse metro, gepleegd door een patiënt van de gesloten psychiatrische afdeling van het Amsterdam UMC.

Hoekstra maant de ministers in het rapport niet meer tijd te verliezen. In een interview met de Volkskrant in juli over de ‘metromoord’ zei Hoekstra: ‘De urgentie ebt telkens weg, totdat er weer een moord is.’ De staatsman Hoekstra (66) kreeg in februari 2017 opdracht van de Tweede Kamer om er op toe te zien dat de aanbevelingen uit de eerste commissie-Hoekstra worden nageleefd. Eerder was hij topambtenaar op het ministerie van Algemene Zaken, lid van de Raad van State en informateur bij de vorming van de kabinetten Balkenende II en IV.

Het tussenrapport stelt dat Justitie nog veel te traag is met de afname van dna-materiaal bij veroordeelden. In het onderzoek naar de zaak-Borst kwam Hoekstra tot de conclusie dat Justitie een fout had begaan door geen dna-materiaal af te nemen bij dader Bart van U. Pas na een klein jaar kon U. worden opgespoord en gearresteerd. In die periode vermoordde hij zijn zus, Loïs. De jurist bepleit dat dna-afname plaatsvindt zodra de rechter een verdachte veroordeelt voor een misdrijf. In het verleden bleken gedetineerden pas opgeroepen te worden voor het afstaan van dna als zij de gevangenis weer verlieten, tot Hoekstra’s grote verbazing. Het ministerie onderzoekt nog of eerdere afname van dna haalbaar is.

Dna-onderzoek bij veroordeelden

Op grond van de Wet dna-onderzoek bij veroordeelden moeten personen die veroordeeld zijn voor een misdrijf verplicht celmateriaal afstaan. De wet geldt voor personen die veroordeeld zijn voor een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 4 jaar of meer staat, maar ook voor een aantal misdrijven met een lagere maximale straf, zoals een mishandeling. Veroordeelden kunnen geen bezwaar maken tegen het afnemen van celmateriaal, maar wel tegen het opmaken van een dna-profiel met dat materiaal (meestal wangslijm). Dat kan tot twee weken na afname, die plaatsvindt in de gevangenis of op het politiebureau. Het ministerie van Justitie onderzoekt nog of afname van celmateriaal ook mogelijk is na iedere aanhouding, zoals in het Verenigd Koninkrijk gebeurt. In februari 2017 zei minister Grapperhaus daarover: 'Ik heb altijd begrepen dat [zoiets] in het Nederlandse [rechts]systeem niet zou kunnen.' In de loop van 2018 vindt een evaluatie plaats, waarin ook een vergelijking tussen de Britse en Nederlandse situatie aan bod komt.

Veroordeelden voor wie een bevel voor dna-afname is uitgevaardigd, verdwijnen vaak spoorloos na hun vrijlating. Volgens cijfers van april dit jaar worden er nog 20.248 veroordeelden gezocht voor het afstaan van celmateriaal. Hoekstra onderstreept het belang van de afnames door te wijzen op het aantal matches met dna in andere misdrijven: 1.743 in 2011 (7,3 procent van het totaal aantal toegevoegde dna-profielen dat jaar.)

Het zicht op de dna-afname wordt verder bemoeilijkt doordat het OM, de Nationale Politie, het Nederlands Forensisch Instituut en andere organisaties verschillende cijfers hanteren. Waar de een uitgevaardigde bevelen voor afname bijhoudt, tellen andere instanties de afnames zelf of de profielen die daadwerkelijk in de nationale databank terechtkomen.

De metromoord: alle instanties faalden en toen was Joost dood

In juli vorig jaar stak een 27-jarige man een willekeurige passagier dood. Philip O. kwam eerder in aanraking met justitie. Toch werd de moord niet voorkomen. Lees hieronder de reconstructie terug van de metromoord: hoe de instanties faalden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.