Harde kritiek op ABN Amro in diamantfraude

Twee ex-medewerkers van ABN Amro, Peter S. en Rob G., zijn veroordeeld tot 240 uur dienstverlening en een jaar voorwaardelijk voor hun rol in de grootste bankfraude uit de Nederlandse geschiedenis....

Twee andere verdachten, die ook werden beschuldigd van de verduistering van 180 miljoen gulden, werden vrijgesproken. De rechtbank oordeelde dat de zaken tegen verdachten Wim D. en Henri van M., tegen wie officier van justitie H. de Graaff ook drie jaar onvoorwaardelijk had geëist, eigenlijk niet aan de rechtbank hadden mogen worden voorgelegd.

Er bestond volgens de rechtbank bij aanvang van de behandeling ter zitting 'geen redelijk vermoeden van schuld'. De advocaten van D. en Van M. kondigden vrijdagmiddag aan dat zij schadeclaims zullen indienen tegen de overheid wegens onterechte strafvervolging.

Met het vonnis komt een einde aan de geruchtmakende affaire rond het diamantfiliaal van ABN Amro, al overweegt justitie in hoger beroep te gaan. Eind 1996 kwam aan het licht dat hoofdverdachte Peter S. grote hoeveelheden geld via een ingenieus systeem van overboekingen had weggesluisd. ABN Amro becijferde het verlies zo'n 180 miljoen gulden.

S. belastte tijdens verhoren door de interne controledienst van de bank ook drie collega's. Zij zouden op de hoogte zijn geweest van de fraude en hem hebben gechanteerd. De vier werden ontslagen en na publicaties in dagblad De Telegraaf deed de bank in 1997 aangifte. Na bijna twee jaar onderzoek werden de vier medewerkers in het najaar van 1998 gearresteerd. Tijdens het daarop volgende onderzoek werd steeds duidelijker dat de controle op het bankfiliaal jarenlang had gefaald.

Een onderzoek van accountantskantoor KPMG, dat in opdracht van ABN Amro werd uitgevoerd, bevestigde dit beeld. De bank ontmantelde het kantoor en nam maatregelen tegen betrokken medewerkers. Het veelbesproken systeem van nummerrekeningen, waarop volgens de verdachten honderden miljoenen aan zwart geld werden gestald door niet-ingezeten en Nederlanders, werd ontmanteld.

Desondanks uit de rechtbank in haar 37 pagina's tellende vonnis zware kritiek op de administratieve organisatie bij ABN Amro. Ook oordeelt de rechtbank dat de top van de bank van een aantal misstanden op de hoogte moet zijn geweest, en derhalve verantwoordelijk moet worden gehouden voor overtreding van de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties en de Wet Identificatie Financiële Dienstverlening.

Verder gaat de rechtbank onder voorzitterschap van E. van Schaardenburg uitgebreid in op de rol van ABN Amro in het strafrechtelijk onderzoek. Verwijten van de verdachten dat de bank erop uit was om haar rol te minimaliseren, worden door de rechtbank niet overgenomen. Volgens de rechtbank is van 'onrechtmatig handelen van de bank' jegens de verdachten geen sprake geweest.

Een woordvoerder van ABN Amro stelt dat de bank op dit punt tevreden is met het vonnis. De bank is het echter oneens met de constatering van de rechtbank dat ABN Amro in eerste instantie geen aangifte wilde doen. Eerder verklaarde topman R. Groenink onder ede dat hij er altijd vanuit is gegaan dat de bank aangifte zou doen.

Maar de rechtbank oordeelt: 'Het ligt veeleer in de rede dat de leiding van de bank bij en vanaf de aanvang (van het onderzoek, red.) heeft getracht de Nederlandse opsporings- en vervolgingsautoriteiten zoveel als redelijkerwijs doenlijk was, vooralsnog buiten de zaken te houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.