Harde afspraken die misschien toch net iets anders kunnen

Het morrelen aan het Energieakkoord is begonnen. Maarten van Poelgeest, voorvechter van klimaatvriendelijker steden, plaatst alvast drie kanttekeningen.

Een vloedgolf aan enthousiaste reacties volgde deze week op een droom die min of meer werkelijkheid is geworden: Nederland heeft een Energieakkoord. Zelfs de altijd kritische milieubeweging, onder aanvoering van Greenpeace en Natuur en Milieu, spinde voldaan. 'Wij denken het maximale uit de onderhandelingen gehaald te hebben en zijn tevreden: nooit eerder werden zulke specifieke afspraken gemaakt rond energiebesparing en duurzame energieopwekking.'


De afspraken zijn concreet en hard, en bieden, zoals dat heet, handelingsperspectief: de komende jaren weten particulieren, woningbouwverenigingen, bestuurders en bedrijven waar ze aan toe zijn, als ze investeren in isolatie, zonnepanelen of windmolens.


Maar zover is het nog niet. Allereerst moeten de achterbannen van de tientallen onderhandelende partijen het akkoord nog goedkeuren. En vervolgens moeten onderdelen ervan nog in wetten worden verankerd. En dan krijg je te maken met de Tweede en Eerste Kamer.


In de Tweede Kamer is de meerderheid min of meer gegarandeerd, maar in de Eerste Kamer moet het kabinet delen van de oppositie zien mee te krijgen.


En dus is het morrelen begonnen. Er zijn zeker kanttekeningen te plaatsen bij het akkoord, zegt Maarten van Poelgeest, wethouder ruimtelijke ordening, klimaat en energie in Amsterdam, al jaren voorvechter van klimaatvriendelijker steden.


Drie zaken zitten hem dwars.


1. De 400 miljoen voor isolatie van huurwoningen.

'Dat geld komt er alleen als er ook een woonakkoord komt. Dat voelt als chantage. Kijk, het Rijk en woningcorporaties lijken de huurder te willen laten opdraaien voor de nieuwe verhuurdersheffing. Als wij, de steden, zeggen: dat kan echt niet, komt er geen woonakkoord. Dan wordt dus die 400 miljoen niet geïnvesteerd in de sociale woningen. Ik wil niet in die klem komen te zitten.'


2. De 6.000 megawatt aan wind op land.

'Dat is een vrij zachte schatting. Die 6.000 megawatt is weliswaar afgesproken met de provincies, maar het is al duidelijk dat die dat waarschijnlijk nooit gaan halen. Er komen protesten tegen de aangewezen locaties, of er wordt geen vergunning verleend, of er zijn geen investeerders te vinden. Dus heb je hoogstwaarschijnlijk meer locaties nodig. En sowieso is dat verstandig, want met die 6.000 megawatt houdt het niet op, als we naar 80 procent hernieuwbare energie in 2050 willen.


'Dan is het raar dat wij als gemeente van de provincie geen nieuwe windmolens mogen neerzetten. Noord-Holland verbiedt het: die wil geen nieuwe molens buiten de aangewezen gebieden. Terwijl Amsterdam graag verder wil met wind op land - er is hier echt draagvlak voor. Het zou fijn zijn als er een soort opt-inregeling komt, zodat je je als gemeente vrijwillig kunt melden om wél windmolens neer te zetten.'


3. De 'postcoderoos' voor energiecollectieven.

'In principe een mooie belastingmaatregel: je krijgt straks 7,5 cent per kilowattuur korting op je elektriciteit, als je die in de buurt opwekt, met collectieve zonnepanelen of een windmolen. Alleen is die buurt gedefinieerd als postcoderoos: je eigen postcode plus aangrenzende postcodegebieden. In kleine gemeenten werkt dat prima, dan heb je ruimte genoeg, maar in de grote steden kan dat beknellend zijn. In de wijk naast je eigen wijk is vaak nog steeds geen ruimte voor een windmolen. Ik zou pleiten voor de gemeentegrens als limiet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden