Harde actie met zaadbom en tomaat

Het seizoen voor ‘guerrilla gardening’ is begonnen. Groenliefhebbers leggen illegaal tuintjes aan. ‘Het is politiek tuinieren.’..

’S Nachts, gewapend met schoffel, bloembollen en een bakfiets vol aarde, is het de kunst om niet door de politie betrapt te worden, vertelt de Amsterdamse Joop Corbin (27). Sinds twee jaar is hij actief als guerrilla gardener. Een keer per maand rukt hij uit. Soms kiest hij ervoor om ‘gewoon arrogant te bluffen’ door overdag met een oranje hesje aan de slag te gaan. ‘Dan lijkt het alsof je bij de gemeente hoort.’ Geen haan die er dan naar kraait.

Tuinieren waar het eigenlijk niet mag, dat is guerrilla gardening in een notendop. De vanuit de Verenigde Staten overgewaaide beweging wint nu ook terrein in Nederland. In minstens 25 steden slaan bewoners van saaie betegelde straten geregeld de handen ineen om wat meer groen in de buurt te brengen. Zonder toestemming van de gemeente.

Het kan een stokroos zijn naast een eenzame boom, het opleuken van een vergeten perkje in het winkelcentrum, maar ook een complete groententuin op een verlaten stuk grond. Want hoewel er misschien genoeg parken zijn in de omgeving, bij guerrilla gardening gaat het erom zélf bij te dragen aan het vergroenen van onbenutte plekken in de omgeving.

En daarbij laten de actievoerders zich niet tegenhouden door autoriteiten, hekken of andere versperringen. ‘We maken bijvoorbeeld seedbombs van een zadenmix, compost en klei’, zegt Corbin, die als kraker woont in de grote guerrillatuin S.W.O.M.P., midden in de Amsterdamse wijk de Pijp. ‘In één vloeiende beweging gooi je een paar van die bommetjes over hekken op terreinen waar je moeilijk bij kunt komen. Het bekende hit and run-effect.’

Guerrilla gardening ontstond in de jaren zeventig in New York. Kunstenares Liz Christy trommelde vrienden en buren op om een verlaten bouwterrein tussen de gebouwen in de Lower East Side onder handen te nemen. Onder de naam Green Guerrilla's werden in het holst van de nacht rondslingerende vuilnis en brokken steen ingeruild voor tomatenstekjes. Het gebied groeide uit tot de eerste officiële communitytuin in New York en wordt vandaag de dag nog steeds onderhouden door een groep Green Guerrilla's.

Al voordat de term guerrilla gardening in het leven werd geroepen, waagden bewoners zich in de jaren vijftig in Nederland aan illegaal tuinieren. De bekende geveltuintjes in de oude volkswijken zijn daar het bewijs van. Een paar straatstenen werden weggehaald, waar vervolgens een zonnebloem werd geplant. Inmiddels zijn de geveltuintjes op veel plekken geoorloofd, en kun je een aanvraag indienen bij de gemeente.

Dat de geveltuin legaal is, daartoe heeft het gedachtengoed van guerrilla gardening bijgedragen, meent Jorrit Nuijens, fractievoorzitter van GroenLinks in Amsterdam Centrum. ‘Je toont aan hoeveel plekken de overheid onbenut laat. Je dwingt ze als het ware tot versoepeling van de regels.’ GroenLinks heeft in veel steden de acties van illegaal tuinieren omarmd.

Is het niet vreemd dat deze vorm van underground tuinieren, dat in het geheim plaatsvindt, wordt gesteund door een politieke partij? ‘Nee’, zegt Nuijnes. ‘Het is een politieke actie die niet wordt gesteund door de wethouders.’ Helaas moet hij wel bekennen dat heel wat illegale tuintjes in de hoofdstad inmiddels alweer zijn weggehaald.

Het overgrote deel van de guerrillatuinders zijn mensen die zelf geen tuin hebben, maar wel graag ergens tuinieren. Voor Joop Corbin gaat het echter veel verder. ‘Het is een protestvorm tegen het tekort aan natuur in de stad en de verspilling van land.’ Volgens hem draait het erom dat je invloed uitoefent op je omgeving en dat niet overlaat aan de gemeente. ‘Het is politiek tuinieren.’

Ook voor natuurliefhebber Robert Jansen (29) uit Deventer gaat het verder dan het opfleuren van de wijk. ‘Door bepaalde bloemen te planten zorg je voor meer eten voor de vlinders en bijen en dus draag je bij aan de biodiversiteit.’ Laatst heeft hij nog bloembollen geplant in het park in de vorm van een hartje. ‘Soms gaat het ook om het symbool. Je moet de mensen een beetje prikkelen.’

Inmiddels is guerrilla gardening uitgegroeid tot een goed georganiseerde internationale beweging met aanhangers van Brazilië tot Australië. Aan het hoofd staat de Britse goeroe Richard Reynolds.

Als gepassioneerd tuinder ergerde hij zich aan de kale grond rondom zijn flatgebouw in Londen. Midden in de nacht zette hij zijn wekker om het gebied onder handen te nemen. Het blog dat hij bijhield over zijn illegale tuinierpraktijken werd een ware hit.

Reynolds schreef het handboek On Guerrilla gardening en geeft workshops over hoe je met dreigende situaties om moet gaan, bijvoorbeeld bij een confrontatie met de politie. ‘Het idee iets te doen dat niet mag, een plantenvandaal te zijn, is toch deels de pret.’

Met de lente in aantocht is het guerrilla gardening-seizoen weer officieel aangebroken in Nederland. Komend weekend is dan ook uitgeroepen tot het landelijke weekend van de groene actievoerders.

In de guerrillakringen worden driftig nieuwe acties gepland. Hoewel Robert Jansen nog nooit problemen heeft gehad met de politie, heeft al die geheimzinnigheid in het donker zo zijn charme. Jansen: ‘Een beetje het gevoel van vroeger wanneer je stiekem een sigaretje rookte.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.