'harddrugs kon ik vrij eenvoudig betalen'

Gerard Wilts (40) worstelde lang met drugs en zijn identiteit, maar heeft de weg omhoog gevonden. 'Ik was het rijkeluiszoontje dat op zijn kamer zat te basen.'..

'In de tijd dat ik hevig op zoek was naar mijn identiteit, zat ik in een praatgroep. Daar hoorde ik mannen van tegen de vijftig vertellen dat ze in hun jeugd weleens door een oom bij hun pik waren gepakt. Dat was zo traumatisch geweest dat ze er nóg last van hadden. Erg vond ik dat toen. Nu denk ik: wat een gelul. Het is dertig jaar geleden. Hou toch eens op met dat koesteren van je slachtofferrol.

Ik geef toe, het heeft mij ook jaren gekost voordat ik in de gaten kreeg dat ik zelf voor mijn leven verantwoordelijk ben. Ik ben op mijn vijftiende uit huis vertrokken, omdat de situatie daar uit de hand was gelopen. Mijn vader vertoonde extreem gewelddadig gedrag. Alleen werd dat voor de buitenwereld keurig verborgen gehouden. Mijn vader had namelijk een topfunctie bij een bankinstelling. Hij had carrière gemaakt in het buitenland. Thuis werden vijf tot zes talen gesproken. Fluit- en pianolessen gingen voor het voetbal en er kwamen allerlei vooraanstaande mensen bij ons over de vloer. Het gezin was een glanzende appel, maar met een door en door verrot klokhuis.

Nadat de zaak letterlijk was geëxplodeerd, met stoelen door de ruiten, ben ik uit huis geplaatst. Ik heb eerst in een kindertehuis gewoond, daarna bij een pleeggezin en toen op mijn achttiende de macht van de kinderbescherming voorbij was, ben ik naar Italië vertrokken. Na ruim een jaar kwam ik terug en via een uitzendbureau werd ik bij een bank tewerkgesteld. Wat denk je? Die filiaaldirecteur las mijn achternaam en vroeg of ik soms familie was van... ''Ja, dat is mijn vader.” Terwijl ik die man al jarenlang niet meer had gezien en me had voorgenomen dat, mócht ik hem tegenkomen, ik hem dood zou maken.

Een uur later kwam die filiaaldirecteur terug met een contract en werd ik aangenomen in vaste dienst, tegen een uitstekend salaris en met geweldige vooruitzichten. Die man wist van het privé-verleden niks en kennelijk vond hij het van belang iets te doen voor iemand met mijn achternaam.

De eerste twee jaar ging het uitstekend. Maar privé zat ik in de knoei. Ik was begin twintig en al mijn vervelende herinneringen en gevoelens drukte ik weg met mijn werk en later met steeds meer harddrugs. Die kon ik met mijn salaris ook vrij eenvoudig betalen. Ik heb dan ook nooit gespoten of bij het station gezworven. Ik was veel meer het rijkeluiszoontje dat in het weekeind op zijn kamer zat te basen.

Maar het ging natuurlijk wel bergafwaarts. Ik ging mijn werk verzaken en na vier jaar heb ik mezelf voor de keuze gesteld: zo doorgaan of radicaal het roer omgooien. Ik koos voor het laatste. Ik heb van de ene op de andere dag mijn baan opgezegd en ik ben bij mijn moeder ingetrokken. Daar heb ik drie weken doodziek op bed gelegen. Zij dacht dat ik een zware griep had, maar ik lag daar gewoon af te kicken.

Alleen: ik zat zo in de knoei met mijn gevoelens, mijn verleden en mijn seksualiteit dat het in feite steeds slechter ging. Ik had baantjes, maar was ook vaak werkloos en intussen zocht ik mijn identiteit en zeg maar, mijn spirituele zingeving. Ik heb aan ontzettend veel bewegingen geroken: de Jesus People, de Pinkstergemeente, Hare Krishna, Bhagwan, noem maar op. Dat heeft een paar jaar geduurd. Ik zwierf van hot naar her en intussen werd mijn leven een steeds grotere puinzooi. Tien jaar geleden bereikte ik het dieptepunt. Ik had schulden, dronk, slikte allerlei pillen en gebruikte dope. Elke kamer die ik bewoonde werd een vervuilde bende.

Negen jaar geleden belde mijn broer: mijn vader lag op sterven en wilde mij nog één keer spreken. Ik heb daar toen over nagedacht. Wat moest ik met die man? Kon ik hem vergeven? Ik ben gegaan en ik heb hem een uur gesproken. Hij wilde sterven in de wetenschap dat ik verder kon leven. Tja, daar zit je dan. Dat uur is voor mij van immens belang geweest. Ik heb op een gegeven moment gezegd: ''Wat je me hebt aangedaan, zit in me, dat raak ik niet meer kwijt. Maar oké, hier stopt het.”

Drie weken later is hij gestorven. Nog eens drie weken later heb ik me aangemeld bij de oud-katholieke kerk, waar ik nu lector ben. Dat wil zeggen: ik verzorg de liturgie, assisteer de pastoor en ik begeleid mensen die hulp nodig hebben.

Sinds die tijd is het vrij steil omhoog gegaan. Iemand zei eens tegen me: ''Als je een boek wilt begrijpen, moet je met de schrijver gaan praten. Dus als je het over de Bijbel wilt hebben, moet je eens met God gaan praten.”

''Ik? Waar zie je me voor aan? Ik houd van mannen in leren broeken op een Harley Da vid son. Zie jij mij in gesprek met God, of wie dat dan ook zijn moge?” Ik heb het op een gegeven moment toch gedaan, op mijn manier. Ik zei: ''God, kom maar op als je durft.”

Op een gegeven moment gaf hij nog antwoord ook. In gesprek raken met God, klinkt vrij kwezelachtig. Het is niet zo dat ik een stemmetje in mijn hoofd hoorde, maar ik ervoer het toch als een gesprek. Een raar gesprek, dat wel, want ik ben eerst gaan schelden over wat mij, kennelijk onder zijn verantwoordelijkheid was aangedaan. Maar op een zeker moment raakte ik uitgescholden en zei God dingen als: ''Pro beer het eens zus, of bekijk het eens zo.”

Zo ben ik tot mezelf gekomen. En zo wilde ik mijn leven ook gaan aanpakken. Eerst de binnenkant, dan de buitenkant. Dat is, denk ik, een restant uit mijn jeugd, waar de buitenkant prima in orde was, maar de binnenkant verrot.

Dat klinkt allemaal vrij eenvoudig. Maar natuurlijk ging het niet zo simpel en een stuk langzamer bovendien. Ik had mijn identiteit en mijn homoseksualiteit dan wel ontdekt, ik heb toch nog wel een paar jaar vrij rommelig geleefd. Ik had een hoop schulden opgebouwd. Ik denk dat ik pas vijf jaar geleden de zaken geestelijk voldoende op orde had. Ik heb me toen omgeschoold tot boekhouder en ik ben aan mijn carrière gaan werken. Ik ben in dienst van Randstad Uitzend orga ni satie en gedetacheerd bij een gemeentelijke bank. Dat is sowieso handig, want de problemen waarmee de klanten van de bank komen, ken ik allemaal uit eigen ervaring.

Daarnaast zit ik in de ondernemingsraad van Randstad Nederland, in de Centrale On der nemingsraad van Randstad Holding en sinds een paar weken in het dagelijks bestuur van het pensioenfonds. Het ambiëren van die functies is misschien wel een overblijfsel uit mijn jeugd, want ondanks alles heb ik in mijn opvoeding ook meegekregen dat je verantwoordelijkheden neemt.

De meeste mensen met wie ik werk, weten niet van mijn verleden. Niet dat ik er voor wegloop, maar je ziet elkaar alleen in een bepaalde setting. Van hen weet ik ook niks. Van sommigen wel natuurlijk. Je hebt altijd mensen met wie je gemakkelijker praat over persoonlijke zaken. Maar dan nog. Als ik zeg dat ik op zondag naar de kerk ga, kijken ze me vreemd aan. ''Jij? Met dat grote stoere lijf?” ''Ja ik. Sterker nog, ik sta op zondag in een jurk te zwaaien met een wierookvat.”

Maar zo ben ik. Ik ben dichter, ik doe aan toneel en ik help mensen die daarom vragen. Ik durf rustig te zeggen dat ik gelukkig ben. Eindelijk. Hoewel, ik ben pas veertig en ik schat dat ik nog zeker veertig jaar heb om mezelf verder te ontwikkelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden