‘Hard werken is heerlijk’

Ooit begonnen ze in een louche salsabar bij het Leidseplein, nu schitteren oud-acteurs van improvisatiegezelschap Boom Chicago in Amerikaanse kijkcijferkanonnen als Saturday Night Live en The Colbert Report....

Engelstalig improvisatiegezelschap Boom Chicago heeft dit jaar dubbel reden voor een feestje: de groep bestaat in 2008 vijftien jaar en trok precies tien jaar geleden in het Leidsepleintheater, midden op het Amsterdamse Leidseplein.

Hier hebben we afgesproken met zakelijk leider Saskia Maas (37). De postbode loopt binnen, de tram klingelt om de paar minuten, het barpersoneel warmt op met een kop thee, de kaartjesverkoper neemt zijn plek in achter de kassa. ‘Dit pand stond in 1998 al twee jaar leeg’, toont Maas met een armzwaai. ‘Veel mensen kennen dit nog als disco De Bios, uit de jaren tachtig. Daarvoor was het een bioscoop, en dáárvoor was het dus het Leidsepleintheater. Maar toen wij hier kwamen, was het een puinhoop. We hebben er heel wat discotroep, glitterbollen en een garderobe uit gesloopt, en er weer een theater van gemaakt.’

Maas leidde de onderhandelingen met de gemeente Amsterdam en bierbrouwer Heineken, en toonde toen al een groot zakeninstinct. Ze slaagde erin de brouwer over te halen de zaak mee te financieren. ‘Wij hadden als parttime beginners toen natuurlijk dat geld niet. Heineken haalde niets uit een leegstaand pand en wilde ons helpen.’ Nog altijd sponsort de bierbrouwer de vrijdagse Late Nite-show, waarbij veel beroemdheden aanschuiven.

Maas heeft het razend druk ‘met alles wat zich afspeelt buiten het theater’. Ze gaat op gesprek bij bedrijven voor op maat gemaakte programma’s, feestjes door heel Europa, conferenties, optredens bij fusies of productlanceringen. ‘Straks heb ik nog een conference call met Sony Ericsson over een klantenevenement in februari, in Lissabon.’

Op Super Tuesday, volgende week dinsdag, treedt Boom Chicago op bij de Amerikaanse ambassade. De show wordt live uitgezonden op Goedemorgen Nederland. ‘De uitslagen komen ‘s ochtends tussen half zeven en half tien Nederlandse tijd binnen. Zitten de mensen net aan het ontbijt.’

De zakelijke kant is een groot deel van Boom Chicago geworden, geeft Maas toe. ‘Ik hou me ook bezig met het personeelsmanagement: we hebben intussen bijna honderd mensen in dienst. Dat had ik nooit verwacht toen we begonnen, maar het is langzaam uitgedijd: we hebben marketing- en personeelsmanagers, twee musicalregisseurs, een eigen keuken, eigen technici, barpersoneel, drie videodirectors, administratieve krachten.

‘Onlangs hebben we voor het eerst kantoorruimte buiten het gebouw moeten huren, omdat we er hier niet meer in passen. Het is nog steeds veel plezier maken – er wordt hier wat afgelachen – maar het is natuurlijk ook keihard werken.’

De andere twee oprichters zijn Amerikanen, alle acteurs zijn Amerikaans, de voorstellingen zijn uitsluitend in het Engels. Hoe ben je betrokken geraakt bij Boom Chicago?

‘Ik studeerde tekstwetenschappen aan de universiteit van Tilburg, en deed een uitwisseling met een universiteit vlakbij Chicago. Daar kwam ik toevallig het broertje tegen van Andrew (Moskos, medeoprichter van Boom, red.) en die vertelde dat zijn broer een theater wilde beginnen in Amsterdam. Ik ging net terug naar Nederland. Zij waren hier geweest en hadden gemerkt dat Amsterdam nog geen improvisatietheater had. Met een stel acteurs uit Chicago zijn ze teruggekeerd, en toen hebben ze mij meteen gebeld. Het bleek best wel moeilijk hier paperassen in orde te krijgen als je geen Nederlands sprak.

‘In het eerste jaar zaten we in een salsabarretje hier om de hoek, waar we dan alleen in de zomer speelden. In de winter gingen Jon en Andrew terug naar Amerika. Tijdens die wintermaanden was ik bezig met het publiceren van mijn scriptie en liep ik stage bij een bureau dat een boek maakte over etnocentrisme in de hulpverlening. In maart kwamen Jon, Andrew en hun acteurs terug. Dat seizoen zijn we verhuisd naar wat nu de Sugar Factory is, waar we van april tot oktober optraden. En dan moesten we daar weer uit. Uiteindelijk zijn we hier in het Leidsepleintheater terechtgekomen.’

Andrew is nu jouw man.

‘Ja, dat liep allemaal een beetje synchroon. Wij werden verliefd en we richtten op hetzelfde moment een bedrijf op met onze beste vriend (Jon Rosenfeld, red.).’

Hoe is het om samen te werken met je man?

‘Dat staat zo los van elkaar, dat ik toevallig getrouwd ben met Andrew... wij zitten niet naast elkaar aan het bureau, als je dat bedoelt. De derde eigenaar is tevens onze beste vriend, en wij vullen elkaar met zijn drieën gewoon erg goed aan.

‘Maar ik kan het heel goed scheiden, mijn privéleven is mijn privéleven. Ik haal thuis niet mijn notitieblok boven om te vragen: heb jij nog die en die gebeld? We begrijpen wel heel goed van elkaar dat als er een keer iemand in de theaterzaal op je zit te wachten je nog een keer terug moet. Als ik hier ’s avonds voor een voorstelling ben, lopen werk en privé vaak door elkaar heen: na afloop sta ik dan gezellig te kletsen met de acteurs.

‘Boom Chicago is mijn lust en mijn leven. Het voelt helemaal niet als: jeetje, wat heb ik het zwaar. Hard werken vind ik heerlijk. We hebben ook nog twee kinderen, jongetjes van vier en zes.’

Hoe combineer je dat allemaal?

‘Eigen baas zijn maakt dat wel veel makkelijker. Finn, mijn oudste, heeft om de twee weken een vrijdag vrij, en dan werk ik vanuit huis. Vandaag (woensdag, red.) ga ik wat eerder naar huis, want dan eet ik altijd een tosti met m’n zoons. Daarna komt de vaste oppas en keer ik terug om nog wat werk te verzetten. Je moet gewoon hulptroepen hebben: schoonmaakhulp, de juiste apparaten. Je richt je leven zo in dat je zoveel mogelijk uitbesteedt: boodschappen laat je thuisbezorgen bijvoorbeeld.

‘Die van zes is nu twee keer naar een voorstelling geweest en hij vindt het helemaal geweldig, hij wil het later zelf ook. Hij is ook grappig, vinden wij (lacht). Ach, laat hem lekker worden wat hij worden wil, maar leuk is het wel.’

Op dit moment hebben jullie twaalf Amerikaanse acteurs in dienst. Waar vinden jullie hen?

‘In Amerika, via audities in Chicago en New York. Tot nog toe is nog nooit een Nederlands acteur tot het gezelschap toegetreden. We doen ook wel audities hier, een keer in het jaar. Er is de taalbarrière, maar vooral de typische stijl is een probleem. Omdat die natuurlijk uit Chicago komt, zit dat Amerikanen in hun bloed, ze hebben het met de paplepel ingegoten gekregen, zijn zelf van kleinsaf aan naar voorstellingen geweest, hebben daar de opleiding gehad... Dat is lastig om te evenaren.’

Hoe haal je Amerikaanse acteurs over om naar Amsterdam te komen?

‘In het begin was het best wel lastig om acteurs te vinden. De meesten wilden zo graag bij The Second City spelen (theatertempel in Chicago, het mekka van het improvisatietheater, red.). Ze waren bang dat als je een tijd in Amsterdam werkt, je helemaal van de radar verdwijnt. Maar intussen treden heel wat van onze oud-acteurs op in films en op televisie, en schrijven ze voor de grootste tv-shows.

‘Moet je kijken: Seth Meyers is de hoofdtekstschrijver van Saturday Night Live, zijn broertje Josh speelt in deze zomer in een speelfilm en had een rol in That 70’s Show. Ex-Boom’ers schrijven voor The Colbert Report, een op het moment razend populaire politieke satireshow, The Daily Show en The Conan O’Brienshow. Oud-Boom’er Nicole Parker stond op Broadway naast Martin Short. En dat gaat allemaal natuurlijk als een lopend vuurtje rond.

‘We vormen één grote familie. Dat houdt ook niet op als de acteurs teruggaan naar de States. Wie hier gewerkt heeft, maakt deel uit van de familie. Het is een band voor het leven: ze bellen oud-collega’s over audities, ze nodigen elkaar uit op feestjes.’

En daar kan Maas enorm van genieten. In het algemeen vindt ze Amerikanen ‘heerlijke mensen’. Waar ze echt een hekel aan heeft: ‘Als Nederlanders Amerikanen oppervlakkig vinden, ‘met hun ‘How ‘re you doing?’ dat ze niet menen.’ Wij zijn óók oppervlakkig! Je kúnt gewoon niet de hele dag intens diepe gesprekken voeren met andere mensen. Als wij aan iemand vragen: ‘Hoe gaat het?’, zeg je ook: ‘Goed’. Ook al heb je misschien wel een klotedag.’

Wat haar ook het bloed onder de nagels vandaan haalt: ‘Mensen die klagen dat het personeel in Amerikaanse restaurants alleen maar vriendelijk is voor de fooi. Ik heb liever iemand die de benen van onder zijn lijf loopt om mij een fijne avond te bezorgen, en die geef ik dan ook graag een fooi, dan een chagrijn die ik dan zou moeten fooi geven omdat die zo lekker oprecht chagrijnig is. Hier zeggen ze: ‘Heeft het gesmaakt?’, en dan denk ik: ‘Nou, daar ben je wel lekker laat mee’. Dat doen ze in Amerika niet.’

Ze komt even op adem en lacht dan: ‘Ja, het stoort me als Nederlanders dat soort dingen zeggen over Amerikanen, dan spring ik meteen voor ze in de bres.’

Ik dacht altijd bij Boom Chicago: die theatershow voor Amerikaanse toeristen. Klopt dat beeld?

‘Dat horen we nog vaak, maar inmiddels is ons publiek voor 70 procent Nederlands, we hebben het ook vaak over Nederlandse onderwerpen. In de begintijd was dat natuurlijk minder, met al die Engelstalige toeristen in de zomer. Maar we hadden al meteen dat eerste jaar een recensie in de Volkskrant. Nederlanders spreken heel goed Engels, maar durven nog gerust te beweren als er vijf Amerikanen in de zaal zitten: ‘Goh, wat zijn er veel Amerikanen.’ Dat komt, vermoed ik, omdat Amerikanen veel actiever en luidruchtiger meedoen. Nederlanders zijn daarin toch iets terughoudender en rustiger.’

Hoe komt dat?

‘Als wij suggesties vragen, kijken Nederlanders liever eerst de kat uit de boom. Dat ligt aan onze ‘comedyopvoeding’, denk ik. Nederlanders zijn opgegroeid met cabaret, en daarom willen ze niet vooraan gaan zitten. Ze vinden het heel leuk als iemand anders eruit gepikt wordt – leedvermaak, altijd leuk – maar zelf de pispaal worden... Terwijl wij nooit iemand voor schut zetten. ‘Wat voor bloemetjesrok heb jij nu aan? Hoe kan je nu zoiets aantrekken?’ Dat soort opmerkingen zullen wij nooit maken.

‘Toen ik studeerde in Amerika viel het me al op hoe normaal het daar is om jezelf voortdurend te presenteren, en dat ook met zelfvertrouwen te doen. Ze zijn er echt heel goed in. Dat krijgen wij toch minder met de paplepel ingegoten. Hoewel, het gaat alsmaar beter, hoor. We hebben het publiek echt nodig, het is een soort wisselwerking. Als je geen ideeën uit het publiek krijgt, kun je ook geen voorstelling maken. De laatste show, Me, MySpace en iPod, is heel interactief. We vragen aan mensen uit het publiek of we hun Hyves- of Facebook-pagina mogen zien.’

Hyves is Nederlands. Kennen de acteurs dat dan?

‘Ja hoor, ze krijgen een behoorlijke inburgeringscursus. Niet van de gemeente dan, maar van onszelf. Nederlandse les, topografie, geschiedenis, actualiteit, tot de namen van de kinderen van prins Willem-Alexander en Máxima toe (lacht)... Dat leren ze allemaal.

‘De humor bij ons gaat al lang niet meer over: haha, wat grappig dat ze hier een kroket uit de muur trekken. We graven dieper. Het gaat meer over de cultuur: dat Nederlanders heel erg hechten aan privacy bijvoorbeeld.’

Maar Boom Chicago kijkt steeds vaker over de grenzen, in de filmpjes die jullie voor internet en mobiel maken.

‘Bij de vorige Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben we een video gemaakt over een niet-functionerende stembus in Florida, waar iedereen de hele tijd op Kerry probeert te stemmen, maar uiteindelijk toch per ongeluk op Bush klikt. Dat filmpje ging de hele wereld rond, was zelfs te zien op CNN. Wat voor ons de aanleiding was om een apart productiebedrijf op te richten voor video. Hier kunnen we vaker iets mee, dachten we.

‘Naar aanleiding van het nieuws dat Google de Chinese regering toelaat om censuur toe te passen, hebben we bijvoorbeeld het filmpje SpongeBob SquarePants in China gemaakt. Dat gaat over het evenwicht tussen zaken doen en het respecteren van de mensenrechten in China. Er hebben zes miljoen mensen naar gekeken! Het is op YouTube een van de meest bediscussieerde filmpjes geworden.

‘Voor een Engelse mobiele operator maken we een serie filmpjes voor de mobiele telefoon.’

Waar komt de inspiratie vandaan voor de grappen van de shows en video’s?

‘Eerst en vooral het nieuws volgen. Daarnaast kijken de acteurs graag naar dingen als Seinfeld, South Park en The Simpsons, en dat zit allemaal in hun hoofd. Maar het zit hen ook in het bloed: als je gewoon op stap met ze gaat, in de trein voor een tournee bijvoorbeeld, vuren ze het ene grapje na het andere af. Tot ik pijn in mijn kaken van het lachen heb.’

Heb je zelf nooit mee willen doen?

‘Nee. Ik vind het heerlijk om in de zaal te zitten, want er zijn maar weinig vakken waar je zo direct feedback krijgt over hoe je het gedaan hebt. Als mensen in de zaal lachen, is dat net als een warme douche. Ik kan me voorstellen dat dat voor een comedian heel verslavend werkt. Maar het lijkt me ook erg spannend om dat avond na avond zomaar uit je mouw te schudden.

‘Ik hou er ook niet zo van om in de schijnwerpers te staan. Ik vind het heerlijk om met ze te lachen, maar ik heb niet zoiets van: o, ik ben zelf ook zo grappig, ik moet gewoon mee op dat podium staan.’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden