Hard, harder, hardst

Gezagsdragers proberen iets terug te winnen van de autoriteit die sinds de vrijgevochten jaren zestig verloren ging. Maar kan dat nog wel?...

Afgelopen woensdag: Job Cohen, burgemeester van Amsterdam, staat voor de draaiende camera’s in een rol waarin hij niet vaak is te zien. Cohen is woedend. Kraken als middel tegen leegstand is in orde, betoogt hij, maar als de eigenaar zijn onroerend goed aan het Damrak weer in gebruik wil nemen, moet je niet ‘eerst het pand in puin gooien’. ‘De héle kraakbeweging komt zo in diskrediet. En laat ik het daar maar bij laten!’

De Raad voor Hoofdcommissarissen verordonneert deze week dat na zonsondergang geel licht uit de koplamp van een rijdende fiets dient te komen en een rood schijnsel uit de achterlamp. Zo niet, dan wacht een bekeuring van twintig euro.

Vijf mannen die kort geleden ruziemaakten over een avondje stappen in Slotervaart en daarbij het samenscholingsverbod overtraden, staan deze week voor de rechter, omdat ze ‘gevoelens van onveiligheid’ hebben veroorzaakt in de geteisterde buurt.

Het gezag probeert weer autoriteit af te dwingen, maar kan dat nog wel?

‘Dat is te somber’, zegt minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken. ‘Het autoritaire gezag is verdwenen bij politie, bij ouders en in het onderwijs. Maar het goede nieuws is dat we op de weg terug zijn. Er is meer gezag dan in de jaren tachtig. Van leraren wordt verlangd dat ze strenger optreden. De politie maakt eenzelfde ontwikkeling door. Het gaat om uitstraling, kleding, hoe je met burgers omgaat. De politie zorgt voor de democratische orde en heeft het geweldsmonopolie niet voor niets.’

‘We kunnen niet terug naar het pre-jarenzestigtijdperk’, zegt socioloog Herman Vuijsje, die eind jaren tachtig Lof der dwang schreef. ‘Het gaat erom weer iets van gezag te herstellen. Het gaat ook niet om nieuw beleid. Doe nou gewoon wat in de wet staat. Dat hebben we al heel lang niet gedaan. Politie moet aangiften vervolgen, en niet laten liggen om het utiliteitsbeginsel. Dat is belachelijk. In Duitsland weet je dat er met een aangifte iets gebeurt. Mensen moeten ervan op aan kunnen dat de politie zijn werk doet.’

Voormalig hoofdcommissaris van politie Jelle Kuiper karakteriseerde de laatste vijf decennia bij zijn afscheid in 2003 als volgt. ‘De jaren vijftig: niets kan, alles moet. De jaren zestig: alles moet kunnen. De jaren zeventig: alles kan ook echt. De jaren tachtig: kan het allemaal wel, of kan het ook anders? De jaren negentig: kan het gedonder ook afgelopen zijn?’

Hoe is deze periode, de jaren nul, te kenschetsen? ‘Het moet nu!’, vertolkt Bart Verhagen, directeur van het trainings- en adviesbureau Vertige de grondhouding van de agressieve burger die met zijn vuist op de balies van de instellingen slaat. Zijn bureau ondersteunt niet alleen politieagenten, maar ook personeel met andere publieke taken waar ongewenst gedrag aan de orde van de dag is. Verhagen: ‘De tijdgeest is gericht op directe behoeftebevrediging. Personeel in verpleging en welzijnszorg en bij sociale diensten worstelt met de vraag: hoe kom ik daadkrachtig over? Die hebben dat van huis uit echt niet geleerd.’

Schelden

Schelden
Om dat geweld aan te kunnen, publiceerde minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken vorige week een plan voor het ondersteunen van werknemers met een publieke taak die worden belaagd. Tweederde van hen heeft te maken met ongewenst gedrag, variërend van schelden tot schoppen en slaan. Treinconducteurs, gevangenispersoneel en ambulancewerkers hebben het meest te verduren. Ter Horst wil centrale regie, en een uniforme norm over wat nog wel en wat niet toelaatbaar is.

Schelden
‘De jaren nul? Dit kan niet meer’, verwoordt Gabriël van den Brink, lector gemeenschappelijke veiligheidskunde aan de Politieacademie, de ‘gut feeling’ van het gezag. Het moet nu! staat met een verhitte kop tegenover tegenover het kwaaie Dit kan niet meer! Nergens nog is de autoriteit vanzelfsprekend. Een grote groep assertieve burgers is het zwaard van de overheid in de jaren zeventig en tachtig ontwend geraakt en bestrijdt het. Gezagsdragers worstelen met het uitoefenen van de macht die ze zelf in de jaren zeventig hebben bestreden. Dan is er een derde partij, die van burgers die zich in het defensief gedrongen voelt en eist dat de overheid optreedt met hard ingrijpen.

Schelden
Van den Brink: ‘Nederland denkt nu collectief na over dit soort onderwerpen. Daarop heb ik mijn hoop gevestigd. De professionals moeten op een moderne manier hun gezag laten gelden. Het is heel moeilijk de burger ervan te overtuigen dat de agent op straat geen toevallige passant is, maar de verpersoonlijking van de rechtsstaat. Dat beseffen veel mensen niet meer, zeker in Nederland, waar velen lak aan het gezag hebben. In het buitenland kent dat geen gelijke.’

Schelden
Eerder deze week vergaderde de Amsterdamse gemeenteraad over de onlusten in Slotervaart na de dodelijke steekpartij op een scholengemeenschap en het incident op een politiebureau, waarbij werd ingestoken op twee agenten, die vervolgens de dader Bilal B. doodschoten. Cohen maakt zich grote zorgen over een groep Marokkaanse jongeren die, ondanks begeleiding, steeds weer in recidive vervalt.

Schelden
Lokale en Haagse politici putten zich uit in voorstellen voor nieuw beleid dat vooral harder moet zijn. Samenscholingsverboden, hoge boetes, cameratoezicht, buurtwacht, een internaat voor probleemjongeren die pas met een diploma weer losgelaten mogen worden, de uithuisplaatsing van jongeren wier ouders hen niet aankunnen, en het aanleggen van lijsten met notoire probleemjongeren.

Parijse toestanden

Parijse toestanden
‘Daar praten we over in de les op de Politieacademie’, zegt teamleider Piet ten Have.’Als er rellen uitbreken in Slotervaart, kijken we naar de vraag of de politie alleen verantwoordelijk is, of dat er misschien nog andere netwerkpartners zijn. Maar we kijken ook naar hoe je omgaat met de pers. De hoofdcommissaris moet verantwoording afleggen aan zijn minister als hij rekening houdt met Parijse toestanden. Maar ook een gewone agent moet uitkijken met wat hij tegen de pers zegt.’

Parijse toestanden
De Amsterdamse korpschef Welten zal het niet zo bedoeld hebben, denkt Gerd Leers, burgemeester van Maastricht, maar ‘die vergelijking van Slotervaart met Parijse toestanden was een uitnodiging aan de Marokkanen om van Amsterdam een Parijse voorstad te maken. Je moet juist deëscaleren in zo’n situatie.’

Parijse toestanden
Als lokaal gezagsdrager heeft Leers last van politici die repressie willen en roepen om nieuw, harder en meer. Het werkt volgens hem naar twee kanten slecht: naar de burger die het zat is, maar ook naar de relschoppers. ‘Al die maatregelen werken als een rode lap op een stier.’

Parijse toestanden
Het verbale geweld in de Tweede Kamer en de beleving in de straat zijn volgens hem twee werkelijkheden die langs elkaar schuren. ‘De onderstroom wordt rustig gehouden met incidentenpolitiek, maatregel op maatregel. Hype-politici doen beloften, maar het gewekte vertrouwen wordt keer op keer beschaamd. Dat schept een groot ongenoegen bij burgers. Dan slinkt het vertrouwen in de overheid. Wij voelen ons als gezagsdragers niet meer gesteund door Den Haag. Er luistert weleens een minister naar me, maar ik heb het gevoel dat ik het alleen moet opknappen.’

Parijse toestanden
De hype-politici – zoals Leers ze noemt – die wedijveren om hard, harder, hardst, varen er volgens peilingen wel bij. Uit recente gegevens van drie onderzoeksbureaus blijkt dat het een flinke groep kiezers is die op Partij voor de Vrijheid of Trots op Nederland zou stemmen. Bij het NIPO komen ze samen uit op 37 zetels, bij het bureau van Maurice de Hond op 35, en de politieke barometer van NOVA telt 39 zetels. De kiezer is ontketend. De overheid heeft zich in de jaren zeventig en tachtig teruggetrokken van de straat. Het ongenoegen daarover leidt er, samen met het onvermogen van de politiek de dingen bij de naam te noemen, toe dat de kiezer straft met zijn stem.

Parijse toestanden
Vanaf 1994 sprongen kiezers met grotere groepen tegelijk naar alternatieven voor de gevestigde macht. Eerst waren het nog D66 en de nieuw opgerichte Ouderenpartij; in 2002 werd massaal gestemd op de partij van een vermoorde lijsttrekker. De SP werd een nette tegenpartij die per verkiezing uitgroeide naar de derde partij. Nu heeft Geert Wilders met de Partij voor de Vrijheid in 2006 een tik uitgedeeld en maakt hij zich met Trots Op Nederland op om over een paar jaar een bres te slaan in de Haagse vestingmuren.

Rancuneuzen

Rancuneuzen
Gabriël van den Brink: ‘De groep rancuneuzen neemt toe. Het is een reactie op de gedoogcultuur. Als je maar lang genoeg normen en waarden verwaarloost, ontstaat een groep die op den duur boos wordt en repressie wil.’

Rancuneuzen
Herman Vuijsje vindt het ongenoegen op basis waarvan mensen op Wilders en Verdonk stemmen ‘niet onbegrijpelijk’. Hij kwalificeert het onbehagen als ‘de last van sommige groepen immigranten. Die moet beperkt worden. Mensen willen al heel lang niet meer op straat worden lastiggevallen door jongeren.’

Rancuneuzen
Guusje ter Horst: ‘Het vertrouwen in het kabinet en de Tweede Kamer is volgens recent onderzoek 37 procent. Als je geen vertrouwen in iemand hebt, heeft die ook geen gezag. Er is behoefte aan duidelijkheid. Mensen hebben genoeg van wollige taal van politici. Mensen hebben nog liever een besluit waarmee ze het niet eens zijn, dan eindeloze procedures. Maar als je kijkt naar de aanwas van Wilders en Verdonk in de peilingen, dan zullen mensen ook ontdekken dat het afgelopen is met een deel van die duidelijkheid als ze regeringsverantwoordelijkheid zouden dragen.’

Rancuneuzen
En als het niet lukt het gezag te herstellen, waarnaar zo wordt verlangd? Bart Verhagen van adviesbureau Vertige: ‘Incidenten zullen dan toenemen, in getal en in heftigheid. Door de continue druk vallen mensen die gezag moeten uitoefenen om, en af. Uiteindelijk ben je als overheid niet meer geloofwaardig; wat er nog aan autoriteit is, wordt verder aangetast.’ Herman Vuijsje: ‘We zijn er te democratisch voor, maar dan kalven de gevestigde partijen verder af, wordt de politiek instabieler en dreigt het risico van eigenrichting.’ Gerd Leers: ‘We komen in dat geval in een zeer gepolariseerde samenleving, waarin Wilders en Verdonk steeds applaus oogsten en iedereen opjagen in een vicieuze cirkel. De jaren nul? Zó kan het niet verder.’

Gedogen

Gedogen
De vraag dringt zich op wat er dan anders moet in die vicieuze cirkel. Allereerst wordt zichtbaar dat de generatie die zich in de jaren zestig en zeventig verzette tegen het gezag – waarop de decennia van het Gouden Gedogen hun intrede deden – moeite hebben dat gezag zelf te herstellen.

Gedogen
‘Dat helpt niet echt’, erkent Gabriël van den Brink. ‘Ik ben 57 jaar en herinner me dat gezag iets fouts was. Dat vloeide toen voort uit de Tweede Wereldoorlog.’

Gedogen
Ook Vuijsje erkent het probleem. ‘Maar die hele jarenzestiggeneratie verdwijnt langzaam uit de macht. De PvdA heeft als regeringspartij altijd moeite gehad met macht, etniciteit en privacy. Het wachten is op de generatie waarvoor macht en gezag geen probleem zijn, die zelf geen Umwertung aller Werte hoeven aan te gaan.’

Gedogen
Het gezag kan zich wel wat herstellen, dat geloven de gesprekspartners. Op een modernere, interactieve manier. In alle sectoren zal het een slag anders moeten: bij de politie, onder bestuurders, onder burgers. Bij de politie bijvoorbeeld doordat die ‘niet meteen in de vechthouding moet springen’, zegt Bart Verhagen, ‘en vooral moet leren praten met jongeren, ook als er niets aan de hand is’. Niet lang geleden zette hij een groep jongeren met taakstraffen en politie uit hetzelfde district met elkaar om tafel. ‘Van Achmed wil ik helemaal niets weten’, zei een agent, ‘want zijn broer Yoessoef heb ik al twaalf keer opgepakt.’ Verhagen: ‘Er was groot verzet bij de agenten om met die jongens te praten. Die ervoeren op hun beurt ook een enorm wantrouwen: hé Achmed, mooie schoenen, hoe kom je daar aan?’

Gedogen
Ook bestuurders en gezagsdragers moeten zich anders gedragen. Van den Brink: ‘Er zijn nog steeds veel bestuurders die hun maatregelen willen opleggen omdat zij gekozen zijn, en dus de macht hebben. Maar dat is ouderwets en het werkt ook niet. Je moet je gezag verdienen en het gesprek met de burger aangaan.’

Gedogen
Die burger, ten slotte, moet weer leren luisteren. Minister Ter Horst: ‘Ik verlang van een burger dat hij de aanwijzingen van een politieagent opvolgt. Een agent kan best tegen een discussie, maar op een gegeven moment is het afgelopen. Ik ben er een groot voorstander van dat politieagenten die worden uitgescholden, een proces-verbaal uitschrijven. Schelden op de politie, dat accepteren we niet. De weg terug is ingezet.’

Marokkaanse elite

Marokkaanse elite
Burgemeester Leers van Maastricht doet een appèl op de ‘zich drukkende Marokkaanse elite die het in Nederland heeft gemaakt’, waarmee hij doelt op ‘de Marokkaanse intellectuelen, de geslaagden bij de overheid en in het bedrijfsleven’. Leers: ‘Zij moeten uit hun studeer- en directiekamers worden gehaald om Marokkaanse jongeren aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Ik weet dat staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken dit gaat doen. Ik snap wel: ze hebben het moeilijk gehad met hun eigen overheid in Marokko. De politie wordt geacht te knuppelen als het uit de hand loopt, maar de overheid kan het niet meer alleen. Ook succesvolle Marokkanen moeten de overheid steunen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden