Hapje, drankje, foto

Van Michael Jackson tot Tom Waits. Popfotograaf Claude Vanheye had ze voor de lens en raakte met ze bevriend. Tijdens zijn ontdekkingsreis door 12 duizend negatieven stelde hij een expositie en een boek samen. Straks te zien in het Amsterdam Museum.

Achteraf gezien zette hij al als 15-jarige met zijn Kodak Brownie de toon voor zijn verdere werk, toen hij zijn vier halfbroers fotografeerde. Op de hei, allemaal met hun zondagse kleertjes aan. Jij moet daar, jij schuin achter hem, jij ietsje naar links. Alsof ze een bandje vormden. The Beatles waren het! En dan te bedenken dat hij zes jaar later, in 1969, bij John Lennon en Yoko Ono aan het voeteneind zat, toen ze in het Hilton in Amsterdam voor de vrede dagenlang in bed lagen - wat heet, hij heeft nog met ze geluncht - en hij niet lang daarna George Harrison tot zijn vrienden kon rekenen.


Kijk, zegt fotograaf Claude Vanheye (64, geboren in Jakarta) op het binnenplein van het Amsterdam Museum, daar zijn ze de poster van zijn expositie aan het ophangen, Claude Vanheye - Famous Popstars in Amsterdam. En er is ook nog een boek op komst, met dezelfde titel.


Nee, als late erkenning vat hij het niet op. Zijn portretten van popartiesten hingen eerder in het Stedelijk Museum, de Nieuwe Kerk en Fodor, de voorloper van Foam. In zijn productiefste periode vloog hij in opdracht de hele wereld over - een week naar Los Angeles, een middagje Londen, terug naar New York. Voor Cream, Jimi Hendrix, Crosby, Stills and Nash, Roxy Music, David Bowie, Blondie, Todd Rundgren. Ze kwamen ook naar hem toe, naar zijn studio in de Hazenstraat, in de Jordaan. Vergelijk het maar met wat Anton Corbijn later zou overkomen.


Herontdekking, dat komt meer in de buurt. Hij selecteerde voor de markering van veertig jaar muzieksterren voor de lens met opzet niet de foto's die in de jaren zestig en zeventig muziekbladen haalden als Hitweek, Muziek Express en Tuney Tunes, het latere Popfoto, of als promotiemateriaal dienden. Dit zijn meer de opnames in de marge van de echte shoot - de dode uurtjes, nog even met de beroemdheden de straat op of nog lekker gek doen in de studio. Zwart-wit, meestal.


Bij het doorploegen van zijn archief met op z'n minst 12 duizend opnames, was er vooral verbazing. Hij voelde zich toeschouwer van zijn eigen werk.


Leonard Cohen in het Amsterdamse Bos, Julie Driscoll op De Dam, Percy Sledge bij de bushalte aan het Damrak, Ry Cooder die herstellend van een jetlag op zijn accordeon speelt voordat hij de studiovloer betreedt. Heb ik dat allemaal gemaakt?


Niet onprettig was het gevoel dat deze foto's ook over hem gingen, dat hij dichter bij zichzelf is geraakt. Er was toch geen ander die dit allemaal zo, buiten de opdracht om, heeft kunnen schieten? Nico van der Stam, pionier in de popfotografie, vroeg hem halverwege de jaren zestig zijn assistent te worden. Hij had de timide Indische jongen met zijn camera zien rondlopen bij de opnames voor het programma Fanclub, later Fenklup, van Ralph Inbar. Vanheye, 16 jaar en student aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, wilde er graag bij zijn, bij wat toen nog beatmuziek heette. Dit was nieuw, opwindend, hij wilde mee het avontuur in. Zelf was hij helemaal niet muzikaal, het was de camera die als instrument diende. Hij gaf meteen zijn studie op en ging na zware gesprekken toch maar niet mee met zijn ouders, die een maand later emigreerden naar Los Angeles.


De artiesten in die jaren moeten hebben gemerkt, denkt hij, dat hij zich aangetrokken voelt tot mensen - een affectie die veel verder gaat dan de interesse dan voor camera, belichting of decor.


Elkaar aardig vinden, reken maar dat het werkt voor de lens. Hij vertroetelt zijn onderwerpen graag in de studio. Hapje, drankje. Aziaat, nietwaar? Die houdt daarvan. Zijn verlegenheid en terughoudendheid zullen ook hebben geholpen. Je dringt jezelf niet op en spreekt niet snel de verkeerde teksten uit. De camera komt pas laat tevoorschijn, alleen wanneer hij het gevoel heeft dat er vertrouwen is. Misschien gaat het wel verder: misschien zweeft er soms al iets van verbondenheid in de lucht.


Zo'n ervaring had hij met Kate Bush. Haar eerste album was uit, The Kick Inside, en zij, 19 jaar, zou tijdens een tussenstop in Nederland voor een sessie van een half uurtje langskomen met platenbonzen van EMI. Hij had veel voorbereid, hij had walvisgeluiden waargenomen op haar plaat en wilde haar fotograferen met een dolfijn. Die had hij weggehaald bij het Zoölogisch Museum - borgsom: 25 duizend gulden - en op blauwe folie gedeponeerd.


Toen Kate Bush binnenkwam, had hij het plan uitgelegd. Ze was hem meteen in de armen gesprongen. De vorige dag had een journalist haar gevraagd wat ze het liefst zou doen. Vliegen in een Concorde, was haar antwoord geweest. Die nacht schoot ze wakker met de gedachte dat ze iets anders had moet zeggen: zwemmen met een dolfijn. Snap jij het? Carte blanche kreeg hij. Tot wanhoop van het EMI-gezelschap is ze zes uur in de studio gebleven.


Het klikte één keer helemaal niet. The Carpenters, die waren ronduit vervelend. Ze wilden niks, ze waren overal tegen. Als hij vroeg of broer en zus Richard en Karen naar links wilden kijken, vonden zij dat het naar rechts moest. Toen heeft hij de opnames maar gestopt en gezegd dat hij naar een afspraak moest. Onaantrekkelijk, dat waren ze ook nog eens.


In zijn foto's zien de artiesten zichzelf, vermoedt hij. Goed, er zijn soms grappen bedacht en constructies, maar in essentie overheerst volgens hemzelf de eenvoud, de puurheid.


Anderen zeggen het ook over zijn werk: ze zien zielsverwantschap tussen maker en object. Niet zo vreemd. Het waren leeftijdsgenoten die hij fotografeerde. De jongens van The Who, Fleetwood Mac en Ten Years After kwamen bij hem thuis, toen ze in Amsterdam waren. Broekies van 17, 18 jaar, op de drempel van sterrendom. Er is een handjevol dat nog altijd voelt als soulmate. Patti Smith is er een van, steevast als ze elkaar weer ontmoeten, fotograferen ze elkaar.


Twee keer heeft hij het domein van de pop verlaten. In het begin van de jaren tachtig was naar zijn gevoel het avontuur voorbij. Met punk had hij niks, hij is toch meer van de melodieuze muziek, en bovendien stapte hij met zijn nieuwe vriendin Carla van der Vorst de modewereld in. Na vijftien jaar volgde een kortstondige terugkeer met het fotograferen van vooral Nederlandse artiesten, maar dat was toch te veel op routine. Plannen voor deelname aan een hotelproject op Bali smoorden in de aanslagen op de Twin Towers en op het eiland zelf.


De laatste jaren richt hij zich op zijn bestaande materiaal. Het besef is er dat hij met zijn foto's cultureel erfgoed bezit, mag hij het zo formuleren? Zijn foto van een 19-jarige Michael Jackson, nog met afrokapsel en zelf een cameraatje in een etuitje in de hand op de Lauriersgracht, bracht op een veiling voor goede doelen bij Christie's 10 duizend euro op, een veelvoud van het gemiddelde van de verkopen. Dat zegt toch iets? Hij is nu ook bezig met een documentaire, waarin hij weer langsgaat bij de helden van toen, al valt de financiering bepaald niet mee.


Hij fotografeert nog altijd, maar nu alleen maar wat hij zelf goed vindt. En het gaat gelukkig weer de goede kant op in de muziek. Er zijn weer lekker veel bandjes. Er is veel live. Er zijn veel jongeren die gewoon weer muzikant willen zijn, al komen er de laatste tijd wel wat te veel singer/songwriters voorbij, van die jongens en meisjes met gitaar of achter de piano. Hij heeft pas James Vincent McMorrow gedaan, kippenvel krijgt hij van hem, de Jeugd van Tegenwoordig, sterke teksten hebben die jongens, en Carice van Houten, let op, het is fantastisch wat ze heeft gemaakt.


Hij is blij met de reacties op de komst van zijn expositie en het boek. Er is belangstelling uit Berlijn, Londen en Los Angeles. De foto's laten zien in New York, dat is zijn doel nu. Het is kennelijk niet opgehouden, er is misschien wel nieuw publiek, hij kan gewoon doorgaan. Als kijkt naar de poster van zijn tentoonstelling voelt dat als het begin van een nieuwe en lange reis.


Claude Vanheye, Famous Popstars in Amsterdam, van 7 september t/m 4 november, Amsterdam Museum.


Claude Vanheye, Famous Popstars in Amsterdam, WBooks, 29,95 euro (vanaf volgende maand verkrijgbaar).


Nog altijd verschijnen vroegere foto's van Claude Vanheye in internationale bladen. Hij heeft er geen zeggenschap over en verdient er niets meer aan. In de jaren zestig en zeventig verstuurde hij zijn werk veelal op originele dia's, maar lang niet alles kwam terug. Een groot deel is nog wel in het bezit van zijn toenmalige agent in Londen. Maar diens bedrijf is inmiddels twee keer doorverkocht. Volgens Vanheye heeft procederen geen zin. 'Het is op de eerste plaats onbetaalbaar en bovendien gaat het me heel veel negatieve energie kosten.'


Foto's Claude Vanheye


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden