Hany's Hollywood

Na Paradise Now werd Hany Abu-Assad groots onthaald in Hollywood. Dat werd een deceptie. De Palestijns-Nederlandse filmer stortte zich op een kleinschalige film: Omar. De grote studio's staan weer in de rij.

'Alles was mislukt, het was allemaal zo mislukt. Ik kreeg een telefoontje van de producent: of ik voor maandag mijn villa met zes slaapkamers wilde verlaten, want die hadden ze nodig voor iemand anders. Toen werkte ik al niet meer voor de Warnerstudio, ik was steeds verder gedegradeerd in de hollywoodpiramide, nu was het op. Met mijn koffers stond ik te wachten op een taxi die me naar het vliegveld zou brengen. Geen limousine meer, geen first class. Opgepropt, twaalf uur terugvliegen naar Amsterdam. Economy, meer kon ik me niet veroorloven. Met de staart tussen de benen naar huis.'


De omgekeerde Amerikaanse droom, zo noemt Hany Abu-Assad (52) zijn hollywoodavontuur. 'Normaal ga je economy heen en first class terug, toch? O, het was triest, ík was triest, maar het was tegelijk allemaal ook zo grappig. Echt, ik heb de hele terugvlucht om mezelf zitten lachen.'


De gulle, wat hese lach van de filmmaker rolt door de hotelkamer. Op de succesgolf van zijn controversiële, want humane portret van twee zelfmoordterroristen, Paradise Now (Golden Globe, Oscarnominatie), tekende Abu-Assad in 2006 een zogenaamde twee-filmdeal met Focus Features, het gerenommeerde productiehuis van arthouse-successen als Lost in Translation en Brokeback Mountain. Hij werd ondergebracht in het peperdure wijkje Brentwood, dat aangeschurkt tegen Beverly Hills. 'Je wordt gepamperd hoor. O wow, o mijn God. Ze doen álles voor je. Die villa: alleen de keuken was al groter dan mijn appartement in Amsterdam. Als ik zei dat ik nieuwe schoenen wilde kopen, kwam iemand gewoon de duurste collectie naar mijn huis brengen. Overal waar je komt, staat iemand op je te wachten.'


Alleen zijn eigen filmplannen, die bleken minder populair dan gedacht. Zoals L.A. Cairo, zijn script over een gevierd Egyptisch acteur die naar Hollywood vliegt op uitnodiging van een studio, voor een rol in een nieuwe film van Steven Spielberg. Abu-Assad, vol enthousiasme, alsof hij zijn idee voor het eerst pitcht: 'Groot nieuws in Egypte: deze man gaat het negatieve imago van de Arabier in de westerse films veranderen! Je weet: Spielberg laat zijn scenario's vooraf nooit inzien, zelfs niet door grote acteurs. Dan komt die Egyptenaar naar Amerika en blijkt dat hij maar één scène heeft, waarin hij Jennifer Lopez moet verkrachten.' In het slot van het script eindigt de Arabische acteur berooid op de Hollywoodboulevard, als Michael Jackson-imitator voor de toeristen; de absolute bodem van de entertainmentindustrie. 'Ik ben ermee langs alle studio's gegaan, niemand wilde het financieren. Om te beginnen was het einde te donker, dat moest meer uplifting. Ik vond dat juist zo grappig, dat hij eindigt als een loser. Ik vertel het nu lollig, maar het was ook wel echt donker hoor. Die acteur vereenzaamt in zijn hotel, neemt stiekem een kat mee naar binnen, maar die gaat dan dood en als hij het dier ergens wil begraven, pakt de politie hem op, want een Arabier met een dode kat in een zak, dat is verdacht.'


Eigenlijk ging L.A. Cairo gewoon over hemzelf, zegt Abu-Assad nu. 'Je komt daar, met veel beloften en heel veel dromen en uiteindelijk beland je ergens achteraf. Na verloop van tijd voelde ik natuurlijk wel hoe het zat in Hollywood: ze willen dat je een bepaald soort film maakt, hun film.' Ook werd verzocht of hij zich publiekelijk wat minder vaak wilde uiten over het Midden-Oosten. 'Een bekende producent zei letterlijk tegen me: we halen je hierheen en maken je rijk, maar je moet wel stoppen met die politieke statements. Zo bot gaat dat. Ze willen gewoon geld verdienen, dat snap ik ook wel.'


Vol anekdotes zit Abu-Assad, over de bijna vier jaar die hij doorbracht in het filmmekka. Hoe ver hij was met Salt, de spionagethriller met een hoofdrol - toen nog - voor Tom Cruise en 120 miljoen dollar aan budget, die later werd omgebouwd tot een actievehikel voor Angelina Jolie. 'Drie uur met Cruise gepraat, die zei ja. De producent, studiobaas Amy Pascal - ze waren allemaal voor.' (Pascal, co-voorzitter van Sony Pictures, is een van de machtigste vrouwen in Hollywood). Tot de laatste horde, de tegenwoordig almachtige green-lightcommissie, de studiodivisie die projecten sec beoordeelt op risico, Abu-Assad terugfloot. 'Ik had nooit eerder een grote film gemaakt. Dus als het mislukte, zouden de mensen hogerop in de problemen raken, omdat ze voor mij hadden gekozen. Dát was het bezwaar.' Vervolgens kreeg hij de film Lakeview Terrace aangeboden, met Samuel Jackson en een budget van 30 miljoen dollar. 'Maar ik vond dat script slecht, dus ik zei nee.'


Weer wat afgewezen eigen ideeën verder en met de toenemende druk in elk geval iets te regisseren, besloot Abu-Assad toe te zeggen op een actiethriller die hem als kant-enklaar pakket werd aangeboden, mét een rol voor Mickey Rourke. Die bleek nog knap lastig te regisseren. 'Mickey is iemand zonder realiteitsbesef, altijd onder invloed. Alleen als je hem 24 uur per dag bewaking geeft, komt hij een beetje normaal op de set. En hij kan zijn tekst niet onthouden, dus elk zinnetje wordt voorgelezen door zijn assistent.' The Courier werd in 2011 nog wel uitgebracht op dvd, maar haalde de bioscopen niet. 'Ik dacht: het script is niet zo goed, maar misschien kan ik de film omhoog tillen. Dat is mislukt, dus ik ben niet zo goed als ik dacht, hahaha.'


Eenmaal terug in Nederland, waar hij zich in 1980 vestigde om te studeren, lonkte zijn geboortestad Nazareth ('ik was het Hollandse weer ontwend'). Daar scharrelde hij met een producent 2 miljoen dollar bijeen om Omar op te nemen, de eerste vrijwel volledig met Palestijns geld gefinancierde speelfilm. Abu-Assad bedacht de opzet van het script in Hollywood: drie jonge Palestijnse vrienden op de Westelijke Jordaanoever plegen een aanslag op een Israëlische militair, waarna slechts een van hen word opgepakt; de pitabroodjesbakker Omar. Eenmaal in de greep van de Israëlische geheime dienst wordt Omar niet meer vertrouwd door zijn vrienden. Een thriller vol paranoïde personages, met een mooi, alles ontregelend meisje, indringend gefilmde achtervolgingen te voet en die eeuwige muur, die bij alles in de weg staat. Omar, vanaf volgende week te zien in de Nederlandse bioscoop, werd eerder dit jaar op het Cannes filmfestival bekroond met een prestigieuze juryprijs. Reden voor Hollywood om de filmmaker terstond weer naar Los Angeles te vliegen voor oriënterende gesprekken. 'Ze belden al voor de eindmontage. Kennelijk had iemand iets te horen gekregen, dat is dan al genoeg.'


Een Palestijnse vriend van Abu-Assad werd ooit benaderd door de Israëlische geheime dienst om samen te werken. Zo ontstond het idee voor Omar, schrijft de regisseur in zijn director's statement in de officiële persmap. 'Ze hadden een geheim van hem: als je niet met ons samenwerkt, gaan we dit geheim verraden.' Wat niet in de persmap staat, is dat hij als twintiger zelf ook twee maal is benaderd om samen te werken. 'Dan word je uitgenodigd, gewoon met een brief: zo en zo laat opdagen bij de politie, in dat en dat gebouw, in Nazareth. Je moet alleen zijn, mag niemand meenemen. Eenmaal binnen laten ze je wachten tot je kapot bent van de spanning, ik denk dat ik er zo'n drie uur zat voor ze me kwamen halen, en dan begint het intimideren.'


Zijn film is niet geheel realistisch, stelt hij, in die zin dat het hoofdpersonage Omar eigenlijk te sterk is om bruikbaar te zijn voor de geheime dienst. 'Als ze je niet direct kunnen breken, hebben ze niks aan je. Mijn zelfbeeld bijvoorbeeld, is vrij hoog. Dat is al lastig voor ze, want je weet maar nooit met zo'n jongen als ik: die kan zomaar spelletjes spelen. Ik neem aan dat ze me destijds uitnodigden om me te bestuderen: is hij intelligent, makkelijk te breken? Iemand als Omar zouden ze in werkelijkheid nooit vertrouwen. Maar dat is film, voor drama gelden andere wetten.'


In Los Angeles werkte Abu-Assad met James Schamus, de producent (onder meer Brokeback Mountain) die hem coachte bij het schrijven van zijn scenario's en inwreef dat paranoia het allerbelangrijkste ingrediënt is voor een thriller. 'Dat sprak me aan, want Palestijnen leven met die paranoia. Als kind hoorde je die verhalen al: o pas op, die en die werkt met de geheime dienst. Ik las ooit een interview met het ex-hoofd van de Israëlische geheime dienst. Die zei: om hun gedrag te beïnvloeden, hoef je mensen alleen maar te laten denken dat je alles weet.'


Hij heeft er zelf ook ervaring mee, paranoia. 'Tijdens de opnamen van Paradise Now dacht ik dat er een verrader was die onze plannen doorgaf aan het Israëlische leger. Dan ga je iedereen verdenken, ook jezelf. Zit er misschien afluisterapparatuur in mijn telefoon? Ik ging niet meer slapen in het hotel waar ik geregistreerd stond.' De opnamen in Nablus verliepen destijds zeer moeizaam. Zowel de Israëlische militairen als de Palestijnse milities stonden argwanend tegenover de filmmaker en een deel van de Europese crew gaf op na een zwarte ontploffing nabij de set. 'Ik was vooraf ook wel bang, toen we voor Omar weer een week in Nablus moesten filmen, maar het ging dit keer heel makkelijk. Het scheelde dat we een volledig Palestijnse crew hadden en dat de Israëli's nu weten wie ik ben. Ze werken me niet tegen, zodat ik journalisten - die daar altijd naar informeren - ook niet hoef te zeggen dat de Israëli's me tegenwerken. Zij blij, ik blij.'


Zelfs bij de scheidingsmuur mocht hij vrijuit filmen, zolang de acteurs maar niet tot aan de top klommen. 'De bovenste 3 meter hebben we in Nazareth nagebouwd.'


Veel van wat hij in Hollywood opstak, zit in Omar. 'Nergens weten ze zo goed hoe je kijkers moet manipuleren. Geloof me, de beste scenaristen van de wereld zitten allemaal in Hollywood. Ze maken vooral shit, maar ze weten zo veel van het vak.'


Inmiddels staat er een door Abu-Assad te regisseren hollywood-remake gepland, van Park Chan-wooks wraakthriller Sympathy For Mr. Vengeance (2002) en voert de regisseur vergevorderde gesprekken met de Fox-studio over de boekverfilming The Mountain Between Us.


Ook leuk: Madonna liet vorige maand weten dat ze haar oudste kinderen, Lourdes en Rocco, bijschoolde over het Midden-Oosten door ze Omar te laten zien, 'a brilliant film', aldus de popster in gesprek met CNN. Belangrijker: het Palestijnse ministerie van cultuur koos Omar als Oscarinzending. Dutch Palestinian director, noemden ze Abu-Assad in de officiële bekendmaking. 'Ik belde ze op: kennen jullie me niet als Palestijn? Ze zeiden: je bent toch óók Nederlander? Ha, ik zeg het zelf ook altijd zo: Dutch Palestinian, of Palestinian Dutch. Ik heb twee paspoorten.'


De vorige keer, bij de Oscars, was de nationaliteit van Paradise Now nog goed voor heibel: Amerikaanse en Israëlische Joden protesteerden tegen de omschrijving Palestina, dat moest 'Palestijnse gebieden' zijn. 'Op zich zegt het me allemaal niks, die nationaliteiten. Ik ben gevormd door zowel de Palestijnse als de Nederlandse cultuur, maar cultuur is dynamisch, er bestaat niet zoiets als één nationale identiteit - allemaal onzin. Het feit dat Palestijnen geen onafhankelijk land hebben en onderdrukt worden, maakt Palestina wel een, hoe noem je dat, een geval apart. En een geval apart vertegenwoordigen, als een soort strijder, dát doe ik graag.'


Vervolg van pagina V3Omar draait vanaf 21/11 in de Nederlandse bioscopen.


Extra: Palestijn in Nederland

Hany Abu-Assad (52) groeide op als oudste zoon in een welgesteld Arabisch gezin in Nazareth, met vijf broers en zussen. In 1980 vertrok hij naar Nederland, waar een van zijn ooms woont, om te studeren. Eerst een jaar lucht- en ruimtevaartkunde in Delft, daarna vliegtuigbouwkunde aan de hts. Zijn stage bij Fokker werd stopgezet nadat men daar had ontdekt dat hij een Palestijn was en geen Israëliër. Eind jaren tachtig bracht hij een tijd door bij zijn familie in Nazareth, waar hij een documentairemaker assisteerde. Terug in Nederland begon hij documentaires te maken en speelfilms (Het 14e kippetje, naar een script van Arnon Grunberg) en films die het midden hielden tussen speelfilm en documentaire. Ford Transit (2002), zijn geënsceneerde verslag over een taxichauffeur die Palestijnen vervoert door de bezette gebieden, werd hevig bekritiseerd omdat Abu-Assad onvoldoende duidelijk zou hebben gemaakt dat de film een fakedocumentaire betrof. Paradise Now (2005), zijn speelfilm over twee zelfmoordterroristen, won een Golden Globe en werd genomineerd voor een Oscar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden