HANS DIJKSTAL

HANS DIJKSTAL, VOORZITTER VAN DE VVD-FRACTIE IN DE TWEEDE KAMER, MIJMERT MISSCHIEN WELEENS OVER HET PREMIERSCHAP, MAAR WE MOETEN NIET DENKEN DAT HIJ STAAT TE SPRINGEN....

Hans Dijkstal komt aanfietsen door de duinen bij Den Haag: licht windjack, nonchalante trui. Hier was hij indiaan en cowboy tegelijk, hij stookte er fikkies en zette de boel op stelten. 'Ik kende het politiebureau van binnen en van buiten. Katten kwaad. Ik had een warme band met die agenten. Het is me, jaren later, overkomen dat een agent, die het verkeer stond te regelen, zwaaide en hard over straat riep: "Ha Hans".'

Hij noemt zichzelf bij herhaling een 'zonnig zondagskind', dat nooit, nee nooit, in de verste verte niet heeft gedroomd van een carrière als minister-president. Toneelspeler had hij wel willen worden, honkballer of saxofonist. 'Ik ben geen planner. Het ging vanzelf, onberedeneerd, intuïtief. Achteraf vind ik dat m'n leven fantastisch is gelopen.'

Hij werd in 1'43 geboren in Port Said, de stad aan het Suezkanaal, waar zijn opa als loods werkte en ook zijn vader in de scheepvaart zat. Het waren de nadagen van het kolonialisme. Grote huizen, bedienden, een tuinman. De uitstapjes voerden dwars door de woestijn in auto's met enorme treeplanken. Van zijn moeder weet hij dat hij vloeiend Arabisch sprak en met Ali naar de markt ging om boodschappen te doen. Hij was 5 toen het gezin terugkeerde naar Nederland.

'Alles was een avontuur' zal hij nu zeggen, al weet hij niet zeker of de herinneringen van hemzelf zijn of van de foto's en films uit die dagen. Hij ging er pas weer kijken toen hij 50 werd, samen met zijn vrouw Anneke en hun twee dochters. Ze stonden voor een van hun huizen, foto in de hand, toen het hek openging en ze binnen werden genood. Maar de 'schok van herkenning' kwam op de pont over het kanaal. Geuren en licht.

Egypte zal terugkeren in het gesprek. Het is het land, zegt hij, dat de sleutel bezit voor de oplossing van het conflict in het Midden-Oosten. Het grootste land in die regio, dat macht heeft en gezag. 'Geld is niet het probleem. Wij barsten van het geld, Amerika barst van het geld. Wij moeten Egypte economisch perspectief bieden, Egypte in ruil daarvoor bereid vinden mee te werken aan herstel van de vrede.'

Hij is een avonturier, zegt hij zelf. Een reiziger, bedoelt hij. Iemand die ooit nog eens met zijn tenorsax langs de Franse boulevards wil zwerven om geld te verdienen, omdat hij dat in z'n jeugd verzuimde. Was hij in een arm land geboren, hij zou zonder aarzelen zijn spullen hebben gepakt en zijn vertrokken. Economische vluchteling. 'Het is onbegrijpelijk dat we in Nederland nooit willen begrijpen, dat de televisie en het reizen de wereld definitief hebben veranderd. In armere landen staat op de hoek van elke straat een tv. Iedereen daar neemt kennis van de vetpotten van de wereld. Het is toch normaal dat ze denken: hoe komen we daar? Maar het kan niet, de wereld zou kantelen. We moeten daar helpen. Absoluut verhinderen dat iedereen hier komt. We zeggen dat ook tegen elkaar, maar we doen het niet. We maken wetten die door de Tweede Kamer weer even hard worden uitgehold. Het falen van het asielbeleid is het falen van een ambtenaar die zich niet gesteund voelt door z'n baas en door de politiek. Als die een keer tegen een Chinese minderjarige asielzoeker zegt: je moet terug, dan heeft ie binnen een week Ka mer vragen en mag die asielzoeker toch blijven.'

Zijn vader - terug in Nederland uitbater van winkels in oosterse en Afrikaanse kunstnijverheid - was katholiek, zijn moeder protestant, maar van beiden heeft hij nooit gezien dat ze er 'zichtbaar uiting' aan gaven. Hij ging in de buurt naar school, een neutrale school. Later naar het Vrijzinnig-Christelijk Lyceum, ook al omdat dat in de buurt was. Hij had het razenddruk, zegt hij, met toneel, muziek, softbal, volleybal, basketbal.

Zijn vijf jaar oudere zus bracht vriendjes mee naar huis en de jazz. Hij was verkocht. 'Die hele cultuur, eind jaren vijftig, die Amerikaanse cultuur, Frank Sinatra, jazz, dat waren onze vetpotten. We gingen naar jazzconcerten in Scheveningen, of 's avonds laat op onze buik kijken naar Pia Beck die optrad in een Schevenings souterrain. Bill Haley kwam voor het eerst naar Nederland. Je wilde er bijhoren. Een deel van de jongeren toen kwam in de popscene terecht en ik toevallig in de jazz. Ik ben nooit naar een concert van de Rolling Stones geweest, wel naar Miles Davis en Mulligan.'

Jazz 'hadden die rechtse ballen van het studentencorps in Leiden' niet, dus trok hij om te studeren naar Amsterdam. Rechten, want geen idee wat hij wilde. Zijn kandidaats haalde hij nooit. Niet de jazz, maar het toneel riep. Het is een verhaal over zorgeloosheid en genieten, een verhaal dat hij graag vertelt. Hoe hij met vrienden terechtkwam in de stamkroeg van Piet Römer en Leen Jonge waard, acteurs bij toneelgroep Centrum. Hoe zij zichzelf uitermate geschikt vonden voor figurantenrollen waarvan er toen plots een paar vrij kwamen. 'Na een paar stukken die flopten, kwam ik in Nathan de Wijze terecht, een klassieker met Guus Hermus in de hoofd rol en toen is het een beetje misgelopen met de studie. Ik was soldaat op een muur, altijd. Muur op, muur af. Je kreeg er ook nog geld voor. Bij de uitgang deelden we handtekeningen uit. Vonden we sjiek.'

Z'n ouders hadden er goed de pest in, vreesden dat het nooit meer goed zou komen. Hij moest in militaire dienst, voelde zich als 21-jarige luchtverkeersleider de baas van het luchtruim, maar besloot na eni ge aarzeling niet bij te tekenen. In mid dels was hij getrouwd met Anneke ('ze vond me een geweldige showbink') die kapster was en voor het inkomen zorgde.

In Amsterdam was hij lid geweest, zelfs bestuurslid, van de liberale studentenvereniging. Het waren de jaren zestig. Am ster dam was rood en radicaal en hij was niet radicaal en allesbehalve socialistisch. Hij werd actief in de vvd, verhuisde naar Was senaar, verdiende de kost als financieel adviseur, gaf managementtrainingen, zat binnen de kortste keren in de gemeenteraad en voelde dat hij thuiskwam.

'Ik vond het leuk allemaal. Op een gegeven moment stond ik voor de keuze wethouder te worden. Achteraf is dat een cruciaal moment geweest.' Toen de vvd bij de verkiezingen in 1982 een enorme klapper maakte, gleed hij zo de Kamer in, werd in 1994 minister van Binnenlandse Za ken en vice-premier en vier jaar later fractievoorzitter.

Hij is, zegt hij, zonder overgang, meer bestuurder dan politicus geworden. Misschien dat dat zijn opvallende terughoudendheid in het parlement verklaart. Het leed blijkt dieper te zitten. 'Ik erger me mateloos aan de verbureaucratisering van het parlement en de totaal overschatte manier waarop we soms bezig zijn. Werkelijk aan alle kanten oninteressant, slecht georganiseerd, verkeerd tijdstip van beginnen, veel te lange spreektijden. Om half twee 's nachts behandelen we de Luchtvaartwet in een totaal lege zaal. Geen hond die het volgt. Ik probeer me eraan te onttrekken, wil er niet te veel onderdeel van zijn. Bij de politieke beschouwingen ben ik bijna ostentatief de zaal uitgelopen en op mijn kamer gaan zitten. Ik vond dat de interrupties over de oorlog in Afghanistan lang genoeg hadden geduurd. Ik zit niet in de Twee de Kamer om te debatteren, heb ik nooit gezeten. We hebben een pretentie die veel verder gaat: de belangen van mensen behartigen. Dat er af en toe een debat voor nodig is, akkoord. Maar niet een debat omwille van het debat.'

Nee, nee, nee, reageert hij razendsnel na de constatering dat alles wat de regering doet dus welgedaan is. 'Die indruk wil ik niet wekken, maar ik werk op een andere manier. Het moderne bestuur, bedrijfsleven of overheid, is een kwestie van procesmanagment. Als ik van a naar b wil, ben ik bezig met de vraag hoe ik bij b kom. Voorbeeld? Rekening rij den. In het regeerakkoord staat een vage tekst. Mij was van begin af aan duidelijk dat we, door de geweldige lobby van anwb, vno en de Telegraaf, een rampzalig traject bewandelden. Hoe kom ik, dacht ik, van het rekeningrijden af zonder dat ik de pvda schoffeer en zonder het regeerakkoord eenzijdig op te zeggen? Tineke Ne te lenbos (minister van Verkeer, red.) werd ongelooflijk het vuur aan de schenen gelegd. Ja, ook door de vvd, wij waren absoluut aan het difficulteren.

'Ik heb me toen ingespannen ruimte te scheppen, te zorgen dat ook Kok en Melkert ervan afkonden. Ik heb er de druk van de verkiezingen in Utrecht voor kunnen gebruiken. Leefbaar Utrecht en de vvd hadden het rekeningrijden geweldig opgepijpt. Toen hebben we als coalitie samen besloten dat we iets anders moesten en zijn we de weg naar de kilometerheffing ingeslagen.'

En dan toch klagen dat iedereen wegblijft uit de vergaderzaal?

'Nou ja, het komt toch weer terug in de Kamer?'

Als de zaken in de achterkamertjes zijn geregeld.

'Jij vindt het gevecht in de coalitie interessant. Ik wil zorgen dat er iets tot stand komt waarover publiekelijk verantwoording wordt afgelegd. Je maakt het aanvaardbaar, je zorgt ervoor dat iedereen die bocht kan maken. Niet alle eer komt mij toe, hoor. De anderen hebben het ook op tijd gezien. Maar stel je voor dat we het niet hadden gedaan. Dan had Tineke Netelenbos de anwb moeten negeren, vno, Utrecht. Al die ingewikkelde deals die ze moest sluiten. Ik heb haar nooit willen beschadigen, maar het was een uitzichtloze weg. Ze heeft dat goed aangevoeld en aangegrepen.'

Zijn houding is ronduit afwerend als de opmerking valt van Rick van der Ploeg dat parlementair werk uitholling is van het intellectuele kapitaal. Nitwit, bromt bij zachtjes. 'Laten we hopen dat hij geen minister wordt. Ik heb niks aan al die betweters. Je hebt genoeg intellectuelen die een mening hebben of geen mening hebben. Het gaat om het karakter. Ik heb duizenden cursussen gegeven, mensen duidelijk proberen te maken dat als je kunt communiceren, lobbyen en conflicten hanteren, als je debatten kunt voeren of wat dan ook, dat dat allemaal heel aardig is, maar dat de kern van de zaak is dat je belangen beheert. Dus als je eens een fel debat wilt aangaan en je je lekker wilt profileren over de rug van de coalitie, moet je jezelf eerst de vraag stellen of het dienstbaar is aan het oplossen van het probleem. Als het antwoord nee is, moet je het niet doen. Als je aarzelt moet je het wel doen.

'Ik vind de Kamer hartstikke leuk, maar wel vanuit dat perspectief. Kamerleden die niet opvallen, doen vaak tien keer belangrijker werk dan al die schreeuwlelijkerds. Ja, ook die van ons. Ze zitten in alle fracties, de dominees die vertellen hoe de wereld eruit moet zien.'

Hij is een baas, zeggen ze in zijn omgeving. Onbetwistbaar de leider. Knap eigenwijs, soms ook. Hij pareert met: 'Dat heet participerend leiderschap.' Voegt er direct aan toe: 'Iedereen die niet de baas is, kan uiteindelijk nog even op het laatste, lastigste moment wegblijven. Een beetje eigenwijs ben ik wel. Wie heeft dat eigenlijk gezegd?'

U denkt na over het premierschap.

'Nee.'

Natuurlijk wel.

'Ja. Mijn grootste probleem is dat ik geen antwoord op die vraag wil geven. Ik denk er niet echt over na, maar laten we eerlijk zijn, ik zit het al zeven jaar van dichtbij gade te slaan. Eerst als vice-premier, de laatste jaren als fractievoorzitter. Op de een of andere manier ben ik er wel mee bezig, maar ook met andere posten. Het heeft me veel energie gekost al onze bewindslieden weer mee te laten doen. Hoe ik dat doe? Pra ten, voor sfeer zorgen, garanderen dat de baantjes niet op voorhand vergeven zijn. Het is een methode van werken die ik heb ingezet op weg naar de formatiebesprekingen. Hoe houden we de familie bij elkaar? Waar komen we voor te staan? Hoe vullen we de gaten op? Stel dat de pvda zo doet en het cda zus? Al dat soort dingen. Dan zie ik al die verschillende rollen ook voor me.'

Hoe lastig is het jezelf aan te wijzen?

'Heel lastig. Maar als ik dat zou besluiten, doe ik het niet alleen. Ik probeer er heel realistisch over te zijn, er goed over na te denken. Niet alleen voor mezelf, ook voor anderen. Tegen onze groep bewindslieden heb ik vorig jaar al gezegd dat ik er ook met hen tijdig over wil praten. Maar ik ben wel degene die uiteindelijk de beslissing neemt.'

Interessant, eervol, een baan om nooit nee tegen te zeggen, ook een baan die je niet zou moeten willen. Hij somt alle voors en tegens van het premierschap op, laat zijn gedachten de vrije loop. 'Je leven verandert drastisch. Je kunt dingen niet meer doen. In een band spelen bijvoorbeeld. Volgende maand heb ik nog twee optredens. Je hebt 24-uurs verantwoordelijkheid. Niet het soort baantje waarvan je zegt: hier heb ik nou jaren naartoe gewerkt. Anneke tolereert het dat ik dit doe. Ook haar rol zou een andere zijn als ik premier zou worden. Dat zijn dingen die we onder ogen moeten zien. Gelukkig hoeft in Nederland de partner niet altijd meer op te draven. Anneke maakt zelf die afweging. Ze is nog nooit van haar leven meegeweest naar een jaarvergadering van de vvd. Voor haar had het ook allemaal niet zo gehoeven. Na tuur lijk is ze trots, maar het is niet aan mij over haar of mijn dochters te vertellen. Ik voer dit soort gesprekken omdat ik vind dat ik mezelf wel wat bloot moet geven, omdat politiek ook over vertrouwen gaat. Maar er zijn dingen die niemand iets aangaan. Je zult mij niet in lief- en leedprogramma's zien.'

U heeft een zoontje verloren.

'Ja, maar dat gaat de openbaarheid niet aan. Natuurlijk ben ik erdoor gevormd, maar ik hoef er geen mededelingen over te doen. We krijgen allemaal onze portie tragiek, het leven heeft voor ons prachtige hoogtepunten en trieste dieptepunten. Ik erken best dat er veel over te vertellen valt, maar ik scherm het af. In die periode, nu alweer twintig jaar geleden, ben ik voorzitter geweest van een instelling voor gehandicapten. Het zijn ingrijpende gebeurtenissen, die laten je niet meer los. Maar ik los mijn problemen zelf op, ik kan ook op mezelf vertrouwen. Ik ben gehecht aan mijn vrijheid, ik maak me niet graag afhankelijk van een ander, ook niet van vrienden. Ik ben niet de lolbroek waar mensen me soms voor houden, ook geen moppentapper, maar ik maak wel gebruik van humor. Soms zo erg dat mensen er niks meer van begrijpen.'

Lachen. Daarover spreekt hij vaak. Van GroenLinks moet hij niks hebben, maar Ro senmöller noemt hij een vriend. Samen kunnen ze onbedaarlijk lachen. In Paars i zat hij aan de regeringstafel tegenover Kok en tussen Melkert en Zalm, de kemphanen van dat kabinet. Hij vertelt hoe ze, voor hem langs, elkaar in de haren vlogen en hij, achterover leunend, er met Kok aan de andere kant van de tafel de spot meedreef. 'Ad en Wim zijn er goed in, in grappen maken die absoluut niet kunnen. Liggen ze bulderend over tafel.' Vertel hem niet dat Melkert en Zalm niet in een kabinet kunnen. 'Ach, ze cultiveren die strijd een beetje. Ze waarderen elkaar zeer.'

Hij is gevat en direct, een meester in oneliners, maar tot wanhoop van tekstschrij- vers weigert hij ze te gebruiken. 'De nuances gaan verloren. Mij gaat het erom of de zaal enthousiast is, of dat ik het Journaal moet halen. Dan gebruik je andere teksten. Ik vind het leuk de handel te verkopen. Handels reiziger, schreef Martin Bril. Zo voel ik het ook wel een beetje. Ik vind het enig om campagne te voeren. Ik kan zo de straat opgaan en tegen mensen zeggen: weet u dat Zalm bij ons op de lijst staat? Ik ben beland op verjaarspartijtjes waar ik, gebak etend, de gasten lid maakte van de vvd. Gewoon door de voet tussen de deur steken.'

Peinzend zegt hij dat het wonderlijk is dat de vvd niet is teruggevallen in de peilingen nadat hij het leiderschap had overgenomen van Bolkestein. Hij, de populaire saxofonist, als opvolger van een afstandelijke intellectueel. 'Iedereen had het verwacht. Ik kan het zelf niet analyseren. Ik denk wel dat het weinig met mij heeft te maken. Je ziet hetzelfde verschijnsel bij Mel kert, nu hij Kok opvolgt. Ook de pvda blijft het goed doen. Het zou mij niet verbazen als daar hetzelfde mechanisme aan ten grondslag ligt. Ie mand zou daar eens onderzoek naar moeten doen.'

Het gedachtesprongetje naar de positie van de vvd is klein. 'Ik ben in de politiek gekomen toen het cda meer dan vijftig zetels had, de pvda meer dan vijftig en de vvd 25. Het cda is van plus naar vraagteken gegaan, de pvda heeft er geen vijftig plus meer, maar zit er niet ver vandaan en wij maken een beweging hup naar boven. Dat is ongelooflijk voor Nederland. 'Het is geen incident meer. Het liberalisme heeft, met de vvd als exponent, de rol van het cda overgenomen als grote partij. Misschien de grootste. En wat ook zo idioot is: het aantal mensen dat contact met me zoekt, neemt buitenproportioneel toe. Vroeger kwam er weleens een verdwaalde ambassadeur langs, nu heb ik er elke week een aantal dat kennis wil maken.'

'Het is ons gebeurd', zegt hij zacht, als de cda-crisis ter sprake komt. Zijn generatie, de generatie van 1982 - Annemarie Jorritsma, Benk Korthals, Frank de Grave, ook Loek Hermans - zat middenin de ruzies rondom Nijpels. Dit eooit meer, hebben ze elkaar beloofd. 'Het zal mij niet overkomen', zegt hij fel. 'Zodra er twijfel is over de vraag of ik de goede wel ben, stel ik mijn zetel ter beschikking. Ik zeg ook: u kunt van mij elke dag afscheid nemen. Ik heb m'n tekortkomingen, maar je moet met elkaar vaststellen: heb je voldoende om de markt op te gaan? Heb je dat niet, dan is het tijd voor verandering. Het aardige van mij, van Benk, van Annemarie is: we hebben best ambities, maar als het moet zijn we morgen vertrokken. Politiek is niet de ziel van het bestaan. Maar, moet ik ook zeggen, niks is zo compleet, zo integraal boeiend als de politiek.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden