Hanneke en haar schrijverds en schrijverinnen

Op Eerste Pinksterdag in de namiddag werd het straatbeeld in heel slaapstedelijk Nederland pardoes gedomineerd door onberispelijk gecoiffeerde en wuft bebrilde dames van middelbare leeftijd op blinkende Gazelles....

Zelden eerder zal de beëindiging van een VPRO-programma zoveel onmin teweeg hebben gebracht onder de abonnees van AVRO's Televizier. Want De Plantage mocht dan uit de koker komen van de omroep die nergens op lijkt, de manier waarop cultuur er over tafel zeilde, ademde meer dan eens de sfeer van Service Salon en Koffietijd.

Hanneke Groenteman leverde in De Plantage mooi werk wanneer de gasten of het onderwerp ver van haar bed stonden. Restauratie van Hollandse Meesters in Cuba. Een marathonsessie van Shakespeare-vertolkingen in Rotterdam. Architectonische experimenten in Almere-Haven. Allemaal onderwerpen die bij de gastvrouw overwegend een journalistieke nieuwsgierigheid opwekten, met als gevolg vaak concrete, heldere en aangenaam gedempte gesprekken met de gasten-aan-tafel.

Ironisch genoeg verloor De Plantage die charme van de nuchtere en eerlijke informatieverstrekking zodra Groentemans favoriete kunstuiting aan bod kwam: de literatuur. Wanneer er een schrijver van haar goesting aanschoof, schakelde Groenteman steevast over op een wild uitslaande emotionaliteit en fixeerde zij zich eindeloos op vragen naar het autobiografisch gehalte van roman zus-en-zo. In de verbeelding, in taal, laat staan in zoiets ongezelligs als een literatuuropvatting bleek zij nooit geïnteresseerd. In boeiende, gekke, eigenzinnige, en liefst intens voelende schrijverds en schrijverinnen des te meer. In de loop der jaren formeerde zich rond De Plantage een ring van schrijvers voor wie Groenteman haar vragen diep uit de onderbuik opgroef en die zij bij voorkeur meteen bij de voornaam aansprak. Connie. Over Ischa. Adriaan. Han. Renate. Arnon. Han. In 1998 schreef Joost Niemöller in HP/De Tijd een vernietigend stuk over De Plantage en Groentemans ons-kent-ons-kringetje van voornamen. Niemöllers essay was in de grond van de zaak een verdediging van de literatuur tegen de nivellerende effecten als gevolg van het kleverig gehengel naar autobiografie en de diepe, diepe emoties, zich samenballend in Groentemans meest therapeutische vraag uit die zeven jaar, gesteld aan la Palmera (Connie natuurlijk, voor Hanneke): Connie, wat heb je met ons willen delen?

Onovertroffen was Groenteman in haar vermogen om mee te waaien met de briesjes uit de grachtengordel, dat stukje Nederland waar dames met klepperende fietstassen zo makkelijk van in katzwijm raken. Joost Niemöller zou zeggen: Adriaan van Dis was smaakmakend, Hanneke Groenteman uitsluitend smaakvolgend.

Het meest curieuze aan De Plantage was nog wel dat Groenteman haar amechtige neiging tot identificatie met romanpersonages presenteerde als een proeve van smaakgevoel en literair inzicht. Raar toch dat niemand uit de redactie van De Plantage ooit op het idee is gekomen om haar eens een elementaire tekst over het wezen van literatuur in handen te geven. Lectures On Literature bijvoorbeeld, van Vladimir Nabokov. Het stompzinnigste dat een lezer kan doen is zich identificeren met een romanpersonage, luidde een van Nabokovs credo's. Was Nabokov een Nederlandse schrijver geweest en had hij Lolita niet in 1955 maar bijvoorbeeld in 1997 gepubliceerd, dan was hij aan tafel bij Groenteman natuurlijk nooit Vladimir geworden. Want brrr, in zo'n onfijne antiheld als de pederast Humbert Humbert kun je je natuurlijk niet verplaatsen.

Inmiddels hebben veel Nederlandse schrijvers ervaring met literaire journalistiek en talkshows in het buitenland. In Duitsland bijten interviewers nog liever hun tong af dan dat ze aan een schrijver vragen naar allerlei autobiografische rimram. Zoiets wordt daar gezien als het toppunt van ongevoeligheid voor literatuur.

Verhelderend is ook hoe buitenlandse auteurs reageren op dit soort kwesties. Oprah Winfrey vroeg eens aan de Duitse schrijver Bernard Schlink of hijzelf, net als de hoofdfiguur in zijn roman De voorlezer, ook ooit een affaire had met een oudere vrouw. Schlink legde haar uit dat hij uit de oude wereld kwam, waar literatuur nog niet was geofferd aan de nivellerend werkende nieuwsgierigheid naar de onderbroek van de schrijver.

De Engelse schrijver Tim Parks pakt het offensiever aan. Op iedere opmerking over het mogelijk autobiografische gehalte van zijn romans en zijn zogenaamd onsympathieke hoofdpersonages reageert hij steevast met een eenvoudig: Fuck Off! Te gast in De Plantage hadden sommige Nederlandse schrijvers - en ik steek op dit punt ruimhartig de hand in eigen boezem - over de tegenwoordigheid van geest van Tim Parks moeten beschikken.

Zeven jaar lang heeft Groenteman in De Plantage met schrijvers gesproken over hun ouders, hun jeugd, hun echtgenoten, hun kwalen, hun rouwperioden en de voedertijden van hun loopvogels. Hoogste tijd voor de VPRO om nu weer een echt literair programma te ontwerpen waarin schrijvers kunnen spreken over datgene wat bij Groenteman altijd de sluitpost van de conversatie was: de literatuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden