Hangplekken

In zijn ideeën over ruimte staat Herman Hertzberger open voor alles - van Madame Bovary tot Bert Schierbeek. Ruimte is een verlangen, citeert de architect de dichter in 'Articulations'....

Zijn architectuur en denken kan door van alles en nog wat worden opgeschud, hij heeft een ruime en poëtische geest. Het kan de vorm van een weg zijn die zich door een terraslandschap omhoog worstelt, waar hij zich door geïnspireerd voelt, een werk van de beeldhouwer Giacommetti of een arcadische picknickplek waar het asfalt van een parkeerterrein zorgvuldig omheen is gelegd, de kunstige constructie van een steiger van een visser of de vorm van een kiezelsteen.

In Articulations geeft Herman Hertzberger inzicht in zijn werk en denken. Je leert zien hoe hij te werk gaat, vanuit welk uitgangspunt en met welke intentie. Voor hij begint met het gewicht van dat denken, krijgen we eerst een aantal autobiografische notities voorgeschoteld in de vorm van vroege jeugdherinneringen, een aantal statements als losse gedachten, en een serie foto's van objecten en situaties die hem frapperen en inspireren.

Het zijn vrije associaties, hij presenteert ze ook losjes, fris en niet dwingend zodat je direct kunt mee associëren. Maar ze zijn ook bepalend; soms zelfs, zie je later in zijn werk, levensbepalend. In zijn autobiografische aantekeningen vertelt hij over zijn eerste indrukken van architectuur en ruimte. Hij zat in Amsterdam op de Montessorischool, 'modern en een beetje anarchistisch', leerde er kritisch te zijn en onafhankelijk. Zijn vader, huisarts, nam hem vaak mee op doktersvisites in het Plan Zuid van Berlage, waar zijn patiënten woonden. Hertzberger ging van die buurt houden, 'waar iedere steen een hoeksteen is, elk raam een hoekraam, waar je overal kunt zitten en je overal kunt afzonderen'.

Zijn statements zijn vaak waarschuwingen, met vele uitroeptekens van gevaar. 'Mensen zijn ons speelgoed, in die zin zoals katten met muizen spelen. Want architecten hebben macht.' Of: 'Dat de dingen die we maken verrassend zijn en er goed uitzien is niet genoeg. Ze moeten op z'n minst iets bevatten, een idee, dat waardevol is voor de wereld.' En: 'Architectuur is te gepreoccupeerd met zichzelf.'

Architectuur, wil hij maar zeggen, heeft ook een geweten.

Zijn los geformuleerde gedachten worden later verder uitgewerkt, als hij het begrip ruimte nader definieert. In zijn ideeën over ruimte blijkt hij open te staan voor alles: voor de beleving van de omgeving in Madame Bovary van Flaubert, voor een gedicht van Bert Schierbeek ('ruimte is een verlangen'), een beschrijving van Theun de Vries van de verschillende stemmen in een koor, die alle hun eigen weg volgen en toch samen iets tot stand brengen. Hij vindt de ideale omschrijving van het moeilijke begrip tussenruimte in een gedicht van Leo Vroman: 'In de ruimte tussen mijn vingers leeft een andere hand.'

Het zijn geen definities van een begrip alleen die hij hier ontvouwt, maar lessen in denken voor het handelen kan beginnen, helder geformuleerd en even associatief als die foto's en losse gedachten. Hij herkent zijn idealen in de ruimtelijke vormen van het Guggenheim Museum in New York van Frank Lloyd Wright en in het speeldak (met kinderbad) van Le Corbusiers wooncomplex in Marseille.

Herman Hertzberger (1932) is een van Nederlands belangrijkste architecten. Hij heeft een groot en constant oeuvre. In Articulations begint dat oeuvre met een fabrieksuitbreiding, begin jaren zestig in Amsterdam. Al direct zit er het modernisme in dat hij in zijn jeugd ontdekte, en een blijvende fascinatie voor daken. Bovenop een oude negentiende-eeuwse fabriek bouwde hij een nieuw, licht complex naar de idealen van Van der Vlugt & Brinkman en het vrije dak van Le Corbusier.

Zijn werk is bekend en verspreid over heel het land. Hertzberger bouwde wooncomplexen, studentenflats, verzorgingstehuizen en experimentele woningen, woningen op het water en op rivierdijken. Hij bouwde veel scholen (in Amsterdam, Almere, Delft en Venlo) en kantoorgebouwen (Centraal Beheer in Apeldoorn, Ministerie van Sociale Zaken in Den Haag), theaters en concertzalen (Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht, Chassé in Breda, Markant in Uden).

Het dak is een avontuurlijke zijlijn in zijn werk, een speelse en ruimtelijke obsessie. De Polygoon School in Almere gaf hij, voor licht en ruimte, een dak als een tent. Het dak van het cultureel centrum de Nieuwe Veste in Breda loopt als een hellingbaan de hoogte in. Voor het Chassé Theater in die stad ontwierp hij het ultieme dak, een dak dat golft als het ritme van de zee. Niet het front van het theater, maar het dak is de bepalende gevel, het beeldmerk van het gebouw geworden.

Zijn poëtische ideeën lopen als een heldere lijn door de uitvoering van zijn projecten. Op de eerste plaats is er die vrije ruimte die hij in Berlages Plan Zuid had ontdekt. Hij riep die stadservaring terug in al zijn grote projecten en maakte van kantoorgebouwen, concertzalen, theaters en scholen kleine communes; met centrale plekken of doorgaande routes die naar alle kanten open zijn, de verdiepingen doorbreken, de meest wonderlijke en avontuurlijke zichtlijnen en doorkijkjes bieden en die tot diep in hun hart een ervaring van lucht en ruimte geven en tegelijk van geborgenheid, soms zelfs huiselijkheid.

Gebouwen ontwerpen als kleine steden is zijn grote thema, het wezensaspect van zijn werk. Gebouwen die overal plek bieden om te stoppen voor een praatje, die adem geven. Er is geen architect, die zoveel aandacht heeft voor die vage noodzaak die hangen heet, voor plekken 'waar je overal kunt zitten en je overal kunt afzonderen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden