Hangplek voor de oude chic van Den Haag

Nederland Den Haag..

Als Ronald Naar kind aan huis is in Clingendael, en dat is ie, dan is Rocksy dier aan huis. Met grote vanzelfsprekendheid komen baas en hond dinsdagmorgen het Haagse park binnen door een van de talloze achterdeurtjes. De aantrekkende wind verlost de bladeren van hun wateroverlast, Rocksy neemt met kwispelend ongeduld de leiding.

Eigenlijk heet deze strook nog Bosjes van Zanen, maar je moet wel een reusachtige Hagenaar zijn om te weten dat het eigenlijke Clingendael pas begint achter de tankgracht iets verderop. Toch is dit meest westelijke gedeelte anders van karakter, een stuk woester en ongerepter dan de rest. Hier komt Ronald Naar ook het liefst.

Dat doet de 52-jarige bergbeklimmer al vanaf zijn prille jeugd. Nog geen tweehonderd meter van waar hij nu woont, is Ronald Naar getogen. Benoordenhout was toen een wijk die werd bevolkt door jonge gezinnen en nu het domein is van welvarend grijs. Die sociologische kentering zie je aan de rand van het park waar de sportvelden van toen hebben plaatsgemaakt voor het onbegrensde groen van de golfers.

Alpinist Naar groeide op in een wereld zonder klimhallen en leerde zichzelf dus een weg omhoog banen. Dat deed hij hier in het park, in beuken die voortaan door het leven gaan als Matterhorn of Mont Blanc.

We komen uit bij een vaag kunstwerk dat door zijn aard en omvang destijds dienst deed als steile wand. Het is nog niet zolang geleden opgeknapt, vertelt Naar, en in de wijkkrant werd al de hoop uitgesproken dat hij het voortaan met rust zou laten. Nu dient Clingendael echter vooral als hardloopparkoers om Naars conditie op peil te houden.

Waarom een wereldburger als hij zijn wortels is trouw gebleven, weet Ronald Naar eigenlijk niet. Nee, het zal geen toeval zijn, al kan hij geen andere reden bedenken dan de noodzaak van natuur in de directe nabijheid. Dat is het in de meest letterlijke zin. Struikgewas is zijn overbuur aan de Van Ouwelaan.

Zo kan hij staande voor het raam een jeugdherinnering ophalen aan vrouwelijke militairen die met tientallen in een bunker verdwenen. Toen was dat een opwindend raadsel, nu weet hij dat de relatief kleine bunker diep de grond in gaat en via een ondergrondse gang eindigt in wat ruim zestig jaar geleden een militair hoofdkwartier van de Duitse bezetter was.

De wandeling met Rocksy leidt dinsdagmorgen langs meer bunkers, maar je moet er goed het oog in hebben. In het achtertuintje van Clingendael is het gewapend beton al helemaal overwoekerd. Aan de andere kant van de tankgracht wordt het verleden juist gekoesterd.

Wie Clingendael via de voordeur betreedt, naast het ANWB-kantoor aan de Wassenaarseweg, neemt een sprong in de geschiedenis. Den Haag is al geen stad die kwettert van modern leven en het Benoordenhout is bepaald bezadigd, maar de statige oprijlaan voert naar een landhuis dat in de tweede helft van de 17de eeuw gestalte kreeg en aan die ambiance is weinig veranderd.

Een eeuw eerder was het gebied in handen gekomen van de familie Doublet. De derde generatie van deze notabelen, in de persoon van Philips III, maakte er met een Frans-classisistische tuin en landhuis een buitenplaats van, ver weg van al het rumoer op het Binnenhof. Hij ook gaf het de naam Clingendael, zijnde een dal tussen de klingen (binnenduinen).

Pas in de 19de eeuw, als het landgoed in eigendom is gekomen van de handelaarsfamilie Van Brienen, kreeg Clingendael verder vorm volgens het Engelse ideaal van een country estate. De laatste in die rij is een ongetrouwde dochter, in de geschiedenis met fonkelende letters bijgeschreven als 'freule Daisy'.

Deze baronesse Van Brienen heeft veel aan het park bijgedragen, waarvan de Japanse Tuin het meest in het oog springt. Dit stukje Clingendael is slechts een paar weken per jaar geopend, op het breekpunt van lente en zomer.

Freule Daisy stierf in 1939. Ze werd begraven op de Pauwenheuvel met uitzicht op het landhuis en omringd door de stoffelijke resten van haar geliefde hondjes. De dood had niet veel later moeten komen, want in 1940 nam Seyss-Inquart als bewindvoerder van de Duitsers, bezit van Clingendael en hopelijk heeft de Engelsgezinde Daisy zich in haar graf kunnen omdraaien.

In het Poortgebouw, tegenover het landhuis, zetelde de Grüne Polizei en een plaquette herinnert nog aan de vermoedelijk gruwelijke verhoren van Reichsführer Himmler.

Clingendael is tamelijk ongeschonden uit de strijd gekomen en in 1954 werd het grootste deel als openbaar groen verkocht aan de gemeente. Het landhuis wordt sinds een kwart eeuw verhuurd aan het gelijknamige instituut voor internationale betrekkingen.

Helaas heeft freule Daisy de Pauwenheuvel moeten verlaten om in Wassenaar te worden herbegraven. Een graf geeft geen pas in openbaar groen, maar de freule had een uitzondering op die regel moeten zijn. Gelukkig rusten haar hondjes wel voor eeuwig in Clingendael.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden