'Hang Rembrandt naast Carravaggio'

Europese musea presenteren oude meesters altijd naar land. 'Maar een Europese kunstgeschiedenis kan nieuwe inzichten bieden.'..

Of je nou het Louvre in Parijs binnenloopt, de Alte Pinakothek in Mn of de National Gallery in Londen: de schilderijen hangen er altijd netjes naar land. Terwijl van de vijftiende tot de negentiende eeuw overal in Europa dezelfde thema's werden verbeeld. Henk van Os, hoogleraar Kunstgeschiedenis en oud-directeur van het Rijksmuseum, vindt deze indeling geforceerd en eenzijdig.

Van Os: 'Deze categorisering stamt nog uit de negentiende eeuw, toen het nationalisme groeide en kunsthistorici het karakter van een volk gereflecteerd zagen in kunst die eeuwen daarvoor in dat land werden gemaakt.'

Hoewel kunsthistorici sinds de Tweede Wereldoorlog een stuk voorzichtiger omspringen met een begrip als 'volksaard', meent Van Os dat de hele kunstgeschiedenis in essentie nog steeds nationalistisch is. 'Terwijl de meeste landen in de tijd dat de schilderijen werden geschilderd niet eens in die vorm bestonden.' Door het zich blindstaren op de landenindeling worden belangrijke overeenkomsten over het hoofd gezien, denkt Van Os. Het loslaten van deze structuur kan nieuwe inzichten bieden, meende hij onlangs in een pleidooi in De Groene Amsterdammer voor een Europese kunstgeschiedenis.

Weinig nieuws, vindt professor Kunstgeschiedenis Eric Jan Sluijter van de Universiteit van Amsterdam. Althans in de wetenschap. Volgens hem zijn kunsthistorici er al jaren van doordrongen dat een nationalistische indeling niet meer serieus te nemen is. Het pleidooi van Van Os is volgens Sluijter vooral van betekenis voor de museale wereld. Hij beaamt dat een Europees overzicht het publiek een verscherpt gevoel van kwaliteit kan geven.

Rembrandt naast Carravaggio? Lucas Cranach naast Leonardo da Vinci? Niet iedereen kan zich vinden in dit grote gebaar. 'Een indeling naar onderwerp is zo vervnd', zegt Konrad Renger, hoofdconservator van de Alte Pinakothek in Mn. 'De verschillen zijn te groot, dat boeit hooguit een paar maanden. Daarna wil je de schilderijen van kunstenaar, en van land, weer gewoon bij elkaar zien hangen. Om de nuancesin de ontwikkeling te kunnen zien.' Het Rijksmuseum, waar Van Os leiding aan gaf van 1988 tot 1996, heeft bovendien een nationale collectie. Het Rijksmuseum kdus nauwelijks Europeser worden, en de grote Europese collecties, zoals in de Alte Pinakothek, moeten het volgens Renger niet willen.

De collectie is het uitgangspunt, vindt ook Emily Gordenker, conservator Nederlandse schilderkunst in de National Gallery of Scotland in Edinburgh. 'Voor een Europese presentatie moet je wel de schilderijen in huis hebben. Als je maar een paar schilderijen uit een ander land hebt, raakt de presentatie uit balans.'

Niet dat dat in haar museum een probleem is: de Schotse National Gallery bevat een enorme, internationale collectie schilderijen. Toch hangen ook hier de schilderijen 'op land'. 'Dat heeft vooral te maken met de wensen van het publiek', zegt Gordenker. 'Internationale bezoekers zoeken de zaal met hun eigen kunst.'

Dat het publiek er nog niet aan toe zou zijn, gelooft Gabriele Finaldi, mede-directeur van het Prado Museum in Madrid, niet. De presentatie in zijn museum komt misschien nog het dichtst in de buurt van de Van Os-methode: hoewel de meeste zalen naar land zijn ingericht, zijn er uitzonderingen. In de Carravaggisten-zaal hangen bijvoorbeeld navolgers van de Italiaanse schilder Carravaggio uit Nederland, Frankrijk en Spanje naast een schilderij van de meester zelf. In de andere zalen wordt door middel van informatie gewezen op overeenkomsten met schilders uit andere landen.

Het Prado maakt bovendien gebruik van de vorm die zich voorlopig het beste leent voor de Europese aanpak: de tijdelijke tentoonstelling. In veel tentoonstellingen worden internationale verbanden gelegd. Zo werd vorig jaar de Schilder in zijn atelier van Vermeer (uit het Kunsthistorisches Museum in Wenen) naast Las Meninas van Veluez gehangen. 'Een prachtig voorbeeld van een thema - een schilderij over schilderen - dat op verschillende manieren is verbeeld', aldus Finaldi.

De tijdelijke tentoonstelling is ook volgens Van Os een uitgelezen gelegenheid voor de Europese benadering, omdat je daarbij schilderijen kan lenen uit andere collecties. Van Gebed in Schoonheid (Rijksmuseum, 1994) tot de huidige tentoonstelling Het Russische Landschap (Groninger Museum) experimenteerde hij met de methode. Maar, meent Van Os, er is nog een lange weg te gaan voor de eenwording van de Europese kunstgeschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden