Opinie

'Handjevol partijleden verdeelt de beste banen'

Bij de benoeming in bestuursfuncties weegt de partijloyaliteit vaak zwaarder dan deskundigheid, betoogt Teun Gautier.

Sharon DijksmaBeeld anp

Politieke partijen moeten ophouden met het uitsluitend onder de eigen incrowd werven voor politieke, bestuurlijke en toezichthoudende functies. Daar zijn meerdere redenen voor maar een ervan is eenvoudig. 2,5 procent van de Nederlanders is lid van een partij, nog geen 10 procent van hen is actief.

Dat betekent dat 99,75 procent niet primair in aanmerking komt voor openbare functies, en daarmee blijft veel en groot talent onbenut voor het publieke domein. De recente benoeming van Sharon Dijksma laat ook weer zien dat werkelijk relevante kwalificaties ondergeschikt zijn aan partij-prominentie.

Het werven in een zeer kleine groep mensen beperkt de mogelijkheden om de allerbesten te vinden en te benoemen, maar het ondermijnt bovendien de scheiding der machten omdat de macht en de tegenmacht uit dezelfde familie komt en dikwijls stuivertje wisselt.

De particratie, het stelsel van politieke partijen, is de bron van politieke functies, maar brengt ook topambtenaren en bewindvoerders voort, alsmede toezichthouders van zelfstandige bestuursorganen, bestuurders van genationaliseerde banken en luchtvaartmaatschappijen. Daarnaast zijn partijen de plekken waar de antwoorden op de problemen van vandaag en morgen zouden moeten ontstaan. Het zouden daarmee plekken moeten zijn waar veel denkkracht is gebundeld.

Benoemingscultuur
Geen samenleving kan het zich veroorloven om in beide domeinen minder dan de allerbest gekwalificeerde mensen te hebben. De vraag is daarmee gerechtvaardigd of de gepolitiseerde benoemingscultuur daar aan bijdraagt.

Actieve partijleden kenmerken zich op een aantal manieren. Ze zijn om te beginnen niet erg talrijk, en de weg omhoog in de partijrangen is primair afhankelijk van hun loyaliteit aan de partijlijn en -leiding. Autonome of zelfs kritische denkers worden niet erg gewaardeerd. Ook Kamerleden worden geacht zich onherroepelijk aan regeerakkoorden en fractiediscipline te onderwerpen. Een Kamerlid van D66 kreeg te verstaan dat 'je bij ons één keer de kans krijgt om niet met de fractie mee te stemmen'. De grote, vernieuwende en eigenwijze denkers voelen zich doorgaans niet thuis in dit soort omgevingen en hun afwezigheid leidt tot zeer schadelijke intellectuele armoede in de politiek.

Een ander, maar niet minder wezenlijk, argument tegen de gepolitiseerde benoemingscultuur is dat het de scheiding der machten ondermijnt. Een partijprominent die minister is, wordt gecontroleerd door partijleden die prominent willen worden. Benoemde partij-burgemeesters zijn lid van de Eerste Kamer. Wethouders, topambtenaren en toezichthouders zijn afhankelijk van de partij voor hun volgende benoeming. Prominente VVD senatoren zijn lid van de Raad van Toezicht van het COA waar hun partij-collega als minister onderzoek naar doet.

Beloning
De beloning is er natuurlijk wel: toegang tot banen en functies waarvoor de meeste leden niet zijn gekwalificeerd. Theodor Holman schreef ooit over Camiel Eurlings: 'Als hij niet in de politiek had gezeten, had hij het waarschijnlijk niet verder geschopt dan assistent-filiaalchef van de Rabobank in Valkenburg.'

Ik heb het ooit, als voorzitter van een politieke partij in Amsterdam, gewaagd om een zeer zwaar gekwalificeerd niet-lid voor te dragen voor het wethouderschap. Mijn stelling was dat we de allerbeste wethouder voor 750 duizend Amsterdammers moesten vinden en niet een volgende functieinvulling voor een lokale prominent. Dat kwam mij op woede en venijn te staan. Het partijkader schoot in de kramp bij deze aanval op het privilege der privileges, het mandaat op de mooie plekken in het publieke domein.

Dit alles is uitermate eenvoudig op te lossen: doorbreek de gepolitiseerde benoemingscultuur en zoek, desnoods in samenwerking met een headhunter, naar de best gekwalificeerde kandidaat voor voorliggende functies. De ideologische oriëntatie van een kandidaat zal daarbij natuurlijk worden meegewogen. Daarmee ondermijn je als partij wel een belangrijke reden voor het actieve lidmaatschap maar je versterkt het vermogen van het publieke bestel om niet langer de bron van het probleem te zijn, maar de bron van de oplossing, zoals het hoort.

Teun Gautier is directeur/ uitgever van De Groene Amsterdammer.

 
Kritische geesten gedijen niet in de partijen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden