ColumnMaarten Keulemans

Handig, zo’n coronapas. Maar is er eigenlijk bewijs dat die werkt?

null Beeld

Het geval wil dat ik al een jaar chronisch verkouden ben. Een paar keer per dag moet ik onbedaarlijk niezen en begint mijn neus te lopen als een kraan waarvan het rubbertje dringend moet worden vervangen. Dus daar stond ik, afgelopen zomer, op het vliegveld van Valencia. Proestend en snotterend, maar wel met de QR-code van iemand die zich volledig heeft laten vaccineren.

Prima, zei het scanapparaatje van de controleur: die snotneus mag het vliegtuig in. Terwijl mijn tienerdochter – geen snotneus, maar nog maar één prik gehad – eerst langs de teststraat moest, om haar neus te laten doorzoeken op coronavirus.

Ik moest eraan denken nu de ‘coronapas’ voor bioscoop en kroeg toch echt een feit wordt. Fantastisch idee, alleen de veiligverklaarden binnenlaten, denk je in eerste instantie. Totdat je beseft dat je dus ook een geldige QR-code kunt laten zien terwijl je – oeps! – net de controleur in het gezicht hebt geniest. Of neem de gevaccineerde die toevallig positief is getest. Ook die kan ’s avonds een biertje gaan pakken in de kroeg, tegen de schrik. De QR-code blijft nog even groen.

Wérkt zo’n coronapas eigenlijk wel? Is er zoiets als wetenschappelijk bewijs dat de pas meehelpt ziekenhuisopnames te voorkomen, het doel van het beleid?

Consultancyadvies

Het eerlijke antwoord is: nee. Het coronapaspoort komt niet voort uit een of ander gedegen onderzoeksprogramma, ontdek ik na wat uitzoekwerk. Het was gewoon een aanbeveling in een rapport van KPMG. Als je de maatschappij wilt openen terwijl nog niet iedereen is ingeënt, redeneerde het consultancybureau begin dit jaar, is een immuniteitspas zinvol om ‘gedifferentieerd beleid mogelijk te maken’. Oftewel: sommige mensen vast naar de kroeg te laten gaan.

Een ideetje van economen die de economie willen openen dus, niet van epidemiologen die bezig zijn ziekte binnen de perken te houden. Voor doorrekening in een computermodel is zo’n pas dan ook te grillig, legt RIVM-modelleur Jacco Wallinga uit, als ik hem erover bel. Mensen moeten zich maar net aan de regels houden, er niet mee sjoemelen, niet door het toiletraampje naar binnen kruipen of de controleur bij de deur omkopen met een drankje.

Los nog van het toeval. Vaccinatie of de infectie doormaken beschermt voor zo’n 70 tot 80 procent tegen (her)infectie, een sneltest komt ruwweg vier op de vijf besmette keeltjes op het spoor. Zo’n QR-code zal dus heus wel de meeste coronakuchers buiten de deur houden – maar niet allemaal.

Ik duik in de medische literatuur, op zoek naar eerdere ervaringen. Officiële studies naar wat immuniteitspaspoorten precies aan het R-getal of het aantal besmettingen veranderen, blijken inderdaad niet te vinden. Academische verhandelingen die gehakt maken van het paspoort wél. Zo’n coronapaspoort zou ‘antistoffen monetariseren’, een wig tussen groepen drijven en zorgen voor nieuwe vormen van discriminatie, lees ik.

19de eeuw

In een Amerikaans vakblad vind ik een boeiend voorbeeld. In de 19de eeuw was Lousiana verdeeld in ‘geacclimatiseerden’ die de gele koorts hadden overleefd, en ‘ongeacclimatiseerden’ die nog niet immuun waren. De laatste groep mocht bepaalde baantjes niet beoefenen, kon geen leningen afsluiten, geen politieke functies uitoefenen, mocht minder reizen en kon zelfs niet met iedereen trouwen.

Ach, dat was vroeger, zegt u? Mwah. In Italië is de coronapas vanaf half oktober verplicht op de werkvloer. In Slovenië mag men zonder coronapas de supermarkt niet meer in. Frankrijk schorste drieduizend zorgmedewerkers die zich niet lieten vaccineren. En in ons land wil het OMT onderzoeken of het hebben van antistoffen niet ook een criterium moet zijn om de QR-code te krijgen. Is de volgende stap dat mensen die toevallig geen antistoffen aanmaken zich extra moeten laten testen?

Enfin, denk aan Denemarken. Toen het land laatst op 80 procent vaccinatie zat en het virus wel zo’n beetje was bedwongen, was de coronapas het eerste wat men schrapte. Je mag hopen dat het in Nederland ook zo zal gaan.

En toch, als ijverige overheidsdienaren systeempjes gaan bedenken, pas dan op. KPMG speelde met het idee voor een puntensysteem, zo lees ik: ‘Iedereen met een negatieve test zou een aantal punten krijgen die kunnen worden ingezet voor deelname aan activiteiten, waarbij meer risicovolle activiteiten meer punten kosten’.

Wat een monterheid. De KPMG’ers hadden er duidelijk zin in. Totdat je denkt aan een samenleving waar de één het hele concert mag blijven, en de ander na het voorprogramma de deur uit wordt gezet omdat de punten op zijn – allemaal voor de volksgezondheid, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden