Handelsreiziger in woord en gebaar

Edwin Rutten (61) vertelt het muzikale verhaal van Peter en de wolf in het Utrechtse museum Van Speelklok tot Pierement en begint later deze maand aan de Ome Willem Jubileum Tournee, waarvan Baarn deze week een voorproefje kreeg....

Lunchtijd in een groot wegrestaurant. Achter tafeltjes waarop de laptops en de paperassen worden verdrongen door melk en kroketten, houden misschien wel honderd eender uitziende mannen-in-pak mobiel kantoor. Edwin Rutten komt binnen en vindt feilloos de weg naar het rustigste hoekje, rechts achterin. Hij laat een spoor van herkennend glimlachende heren achter.

Niet toevallig fungeert een Van der Valk-motel als decor van de ontmoeting, want hij is altijd onderweg. Vanochtend had hij hier een afspraak, straks moet hij in Ede zijn voor een uitvoering van Stravinsky's l'Histoire du soldat met Het Gelders Orkest. Een dag eerder deed hij die in Zutphen; een dag later heeft hij in Baarn een tweevoudige voorstelling vanwege de Ome Willem Jubileum Tour (Ome Willem is er weer), die volgende week zijn offici premi beleeft in het oude Luxor Theater in Rotterdam.

Dan zal hij, als dagvoorzitter van congressen, deze dagen ook nog twee politiekorpsen door het netelige vraagstuk van de jeugdcriminaliteit en de 'politi jeugdtaak' loodsen, en spreekt hij ergens midden volgende week in Roermond de verzamelde Limburgse kraamverzorgenden toe op hun symposium (thema: Dragen). 'Oude en jonge rakkers' in Almelo hebben hem tegen die tijd ook alweer in zijn rol van Ome Willem kunnen bewonderen ('Ri ra rook, kom je ook?'); in Utrecht is hij dit weekeinde te horen als verteller in de 'familievoorstelling' Peter en de wolf.

Hij voerde het stuk van Prokofjev al veel vaker uit, op cd en in de zaal, maar dan meestal met orkest; voor deze reeks uitvoeringen liet hij zich graag overrompelen door de klank van de dansorgels in het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement. 'Ik had er al veel over gehoord, maar ik was er nog nooit geweest en ik moet zeggen: het is fantastisch. Wat een idee, dat vroeger een paar honderd mensen aan het dansen waren op de muziek van zo'n orgel, als orkest bij een avondje uit. Fascinerend.'

Toen ze Rutten vroegen, moest de partituur van Peter en de wolf nog voor het orgel worden omgezet. 'Ik dacht: dat komt goed uit, want er zijn nogal wat varianten van dat stuk in omloop. Zelf heb ik er een paar jaar geleden eentje bewerkt voor een cd-opname met het Rotterdam Young Philharmonic die, laten we zeggen, true to the code is. Die tekst had ik vergeleken met Engelse en Duitse vertalingen en ook nog eens naast een Russische versie gelegd, niet dat ik Russisch kan lezen, maar daarin is wel precies te zien hoe je met bepaalde sleutelmomenten moet omgaan. Dus die bewerking heb ik opgestuurd en toen is er een man aan de gang gegaan met het kappen, zoals dat geloof ik heet, van die dingen voor het dansorgel.'

Gewapend met een bandrecordertje kwam hij er vervolgens repeteren en dat was dan, 'ondanks dat je zo'n stuk van buiten denkt te kennen', toch weer een 'grote verrassing'. Dezelfde soort oprechte verbazing ziet hij vaak terug in de ogen van de kinderen die zijn muziekvoorstellingen bezoeken. Want 'een hoofd van een kind, daar zit zoveel in', en als hij de vonk kan doen overslaan die ertoe leidt dat het er ook uitkomt, dan is zijn missie al dik en dik geslaagd.

'Bij Het Gelders Orkest zit een trombonist, Jilt Jansma, die ook in de Skymasters heeft gespeeld en bij het Metropole Orkest, dus die kent de klassieke muziek de jazzmuziek op zijn duimpje. Hij zei: toen ik een jaar of 10 was, hoorde ik een plaat met een trombonist, Frank Rosolino, waardoor ik ogenblikkelijk heel zeker wist dat ik ook trombone wilde spelen. Ik zeg: ja, Rosolino, daar noem je er ook wel eentje. Maar het allermooiste is natuurlijk gewoon dat Rosolino nooit heeft geweten dat zo'n jongetje in Elburg door zijn spel intens is geraakt. Als Rosolino nou niet zo'n goeie trombonist was geweest, zonder techniek, zonder cuore, zonder hart en ziel, dan weet je niet hoe het met Jilt Jansma zou zijn gelopen. Die mystieke dingen, die vind ik zoi.'

Bij hemzelf begon het 'gewoon thuis', door een moeder die stapels jazzplaten beluisterde en een vader die zich op zijn gemak voelde in de hoek van de serieuze muziek, 'zo tussen Sacre en Kurt Weill'. Zijn vader, regisseur Gerard Rutten, had de kunstacademie in Den Haag doorlopen. 'Dus er werd bij ons thuis geschilderd en getekend, maar ik ben ook van nabij getuige geweest van de sores van het filmvak: in een land in wederopbouw, vlak na de oorlog, is eerder geld voor het bouwen van huizen dan voor het maken van een speelfilm.'

Dat hij op zeker moment 'op de planken ging staan', had daarom ook alles met zijn opvoeding te maken. 'Als het je thuis komt aanwaaien, is het zo natuurlijk, zo gewoon.' Voordat hij zich in de jaren zestig met 'hitjes zus en zo' ontpopte tot tieneridool, had hij op zijn middelbare school, het Vossius Gymnasium in Amsterdam, al zo ongeveer elke gelegenheid te baat genomen om zich te bekwamen in toneel en cabaret. 'De getemde feeks gespeeld, en de klassieke tragedies, met de postorderlakens om, zal ik maar zeggen.' Nog eerder, op 9-jarige leeftijd, had hij zijn offici acteerdebuut gemaakt in Sterren stralen overal, een film van zijn vader.

Intussen ging zijn hart uit naar de muziek. 'Op mijn elfde, twaalfde jaar kon ik hele bassolo's van Ray Brown zingen, hele stukken van Oscar Peterson.' Op het gymnasium zat hij in de klas bij de intussen overleden dirigent en componist Rogier van Otterloo. Hun vriendschap ontstond 'doordat je van elkaar diezelfde interesse ruikt'. Van Otterloo ging in het bandje piano spelen, een ander ontfermde zich over de bas, 'ik kwam als laatste terug van vakantie en toen was alleen het slagwerk nog over'.

Ze waren nog lang niet toe aan het eindexamen toen ze met hun Gold Coast Combo al met gemak drie avonden per week konden optreden. 'Gingen we in de zomervakantie aan boord van de studentenboot van de NBBS naar Amerika, lekker spelen met het trio.' Als muzikant is hij volledig autodidact en hij kan, hoewel hij jarenlang op veel conservatoria onderricht heeft gegeven in zang en voordrachtskunst, nog steeds geen noten lezen. 'Is het niet geestig? Maar dat ik bij Ome Willem achter het drumstel belandde, komt dus door dat allereerste bandje.'

Ome Willem, ja, daar is hij dan; het valt hem zwaar in zijn ruim veertigjarige loopbaan als 'handelsreiziger in woord en gebaar' een rode draad aan te moeten wijzen, maar als er toch iets uitgepikt moet worden, waarom zou dat dan Ome Willem niet mogen zijn? Tussen 1974 en 1990 nam hij ruim tweehonderd afleveringen op van het kindertelevisieprogramma. Daar had het best bij kunnen blijven, als hij een paar jaar geleden in het zicht van honderdduizend uitzinnige toeschouwers op het Parkpop-festival in Den Haag niet aan de zijde van pret-dj's Wipneus en Pim had gemerkt dat er kennelijk nog steeds grote behoefte bestaat aan het doordachte kindervermaak waarin De film van Ome Willem uitblonk.

Dat de herhalingen op televisie, in de vakantieperiodes op Nederland 3, ook al een paar jaar lang een groot succes zijn, hoeft dus niet te verbazen. Ome Willem is 'echt', en kinderen laten zich niet beduvelen, die 'hebben nu eenmaal een groot gevoel voor wat echt is'.

Door die gedachte laat hij zich leiden bij alles wat hij voor kinderen schrijft. Hij gaat niet op zijn kniezitten - daar prikken ze meteen doorheen. 'Ik denk altijd maar aan Roald Dahl, die bij de uitgever een boek inleverde en daarover werd teruggebeld met de vraag: ja meneer Dahl, wat is dit nu, is dit voor kinderen of voor grote mensen? Zegt Dahl: dat mogen jullie bepalen. Leuk hIk zag eens een interview met hem waarin hij zei: iets schrijven voor kinderen is het moeilijkste wat er is. Toen sprong ik op van blijdschap. Zo, dacht ik. En z het.'

Hij herinnert zich een 'schoolconcert' in Groningen waar hij na afloop bij de artiesteningang werd opgewacht door een jongetje 'in een boerenoverall' dat vroeg: 'Hee Edwin Rutten, was dat nou klassieke muziek?' Ja, zei Edwin Rutten, dat was nou klassieke muziek. Het jongetje: 'Best leuk!'

'Dan is het toch 1-0, denk ik dan. We hebben het niet voor niets gedaan.' Priemt met zijn vork boven een boerenomelet: 'En zo is dat leuk. Begrijp je? Dat is h dicht bij de rol van die trombonist. Voor mij is dat zo'n Frank Rosolino-moment. De motor der dingen.' En daaraan ontleent hij 'verschrikkelijk veel plezier' - of het nu met Stravinsky is bij Het Gelders Orkest, of in de Berliner Philharmonie met Mozart, of met Ome Willem in Zevenaar.

'Het is een kunst, een mentaliteit, iets diep in jezelf, om daarmee steeds weer iets nieuws te ontdekken. Ik hoor weleens mensen zeggen: je zult maar Ome Willem wezen. Nou, dat ben ik. En hoe nu verder? Ja, kan mij het schelen!' Stralend: 'Ik krijg toevallig laatst wel mooi een mailtje binnen met: Ome Willem, hartelijk bedankt voor mijn fijne jeugd.'

Peter en de wolf in Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement: vanmiddag (14 en 15 uur) en op 6 november met Edwin Rutten; op 10, 13, 16, 23, 24 en 31 oktober met Huub Blankenberg. www.museumspeelklok.nl, www.edwinrutten.nl, www.omewillem.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden