Handelsblokkade van Verenigde Naties tegen Servië is makkelijk te omzeilen Waar komen toch al die BMW's in Belgrado vandaan?

De boetiekhouder in de City-passage spreidt zijn handen uit. 'De sancties? Tja, de sancties. Het met spiegelend marmer beklede winkelcentrum in het hart van de stad is gezellig druk....

Van onze correspondent

Bart Rijs

BELGRADO

Het is duizend dagen geleden dat de Verenigde Naties een handelsboycot instelden tegen Servië en Montenegro. Dat zou ze leren; ze dienden onmiddellijk alle steun te staken aan hun volksgenoten die bezig waren met de 'etnische zuivering' van Bosnië. Het was geen gemakkelijke tijd, beaamt de boetiekhouder. 'Maar Serviërs zijn kunstenaars in het overleven.' Zijn familie gaat het goed. Wintersport zit er dit jaar niet in, zegt hij spijtig. Alle skihotels in Servië bleken al volgeboekt.

Zeker, de handelsboycot heeft de Servische economie zware klappen toegebracht. Tweederde van de fabrieken staat zonder werk weg te roesten. De helft van de beroepsbevolking is met een minimale uitkering naar huis gestuurd. De hyperinflatie, die in 1993 in de negen nullen liep, is met kunst en vliegwerk tot staan gebracht. Maar de lonen zijn laag, ook al worden ze nu uitgekeerd in waardevaste 'superdinars'. Het Joegoslavische Bureau voor Statistiek rekende in januari uit dat er twee modale salarissen nodig zijn om alle eerste levensbehoeften te kopen.

Wie kunnen dan de colbertjes in de City-passage kopen die geen twee maar vier modale maandlonen kosten? Waar komen de glanzende BMW's vandaan die alle trottoirs blokkeren? De met goud en bont behangen dames op de terassen?

'De grijze economie maakt 50 procent van het Servische nationale produkt uit,' verklaart de hoogleraar economie Jurij Bajec. De mensen die zonder geld zaten, zochten hun toevlucht in de smokkel, in de half-legale handel en schimmige zakendeals. De staat keek de andere kant op; bijverdiensten waren de enige manier om de bevolking rustig te houden. Mensen met durf en goede connecties konden in één nacht rijk worden. Wie een vrachtauto met benzine over de grens wist te smokkelen, had twintig-, dertigduizend gulden verdiend.

De blokkade is makkelijk te omzeilen. Aan de Albanese kant van de grens, waar paard en wagen het meest gerbuikte vervoermiddel is, rijden dagelijks tientallen benzinetankers. VN-waarnemers bij de Macedonische grens moesten hun kamp verplaatsen, ze hadden last van het lawaai van het passerend vrachtvervoer. In het Roemeense grensgebied zijn de benzineprijzen omhoog geschoten; er werd zoveel naar Joegoslavie gesmokkeld dat er tekorten waren.

De sancties zijn een bot wapen gebleken. Ze hebben een klasse nieuwe rijken geschapen: mafiose zakenlieden, handige ambtenaren, zwarthandelaars - de vrienden van Milosevic. 'Hij wil niet te snel van de handelsblokkade af,' zegt een diplomaat in Belgrado. 'De elite profiteert ervan.'

Toch bijten de sancties, vooral financieel. Joegoslavië heeft dringend kredieten nodig om te voorkomen dat de economie weer vastloopt. De buitenlandse tegoeden van Joegoslavië zijn bevroren, buitenlandse investeringen zijn onmogelijk. Maar, denkt econoom Jurij Bajec, 'met een zeer strikte monetaire politiek kunnen we het nog jaren volhouden.'

Als het de bedoeling was dat de verarmde Serviërs zich tegen het regime zouden keren is dat niet gelukt. De hoog opgeleide jongeren die de kern van de oppositie vormden, zijn teleurgesteld naar het buitenland vertrokken, een betere toekomst tegemoet. De meeste mensen zijn te druk met overleven om zich met politiek te bemoeien; als ze al kwaad zijn, dan vooral op die landen die de Serviërs in hun ogen onterecht alle schuld voor de oorlog in de schoenen hebben geschoven.

En Stevo? Is Stevo kwaad? Voor de oorlog was hij vertegenwoordiger en verdiende vierduizend gulden per maand. Nu vijfhonderd. Dat wil zeggen: als de politie hem niet te vaak bekeurt. Maar kwaad, ach nee. Stevo houdt de wacht voor het paleis van de Joegoslavische president, bij zijn roestige Eend. De achterbak staat vol limonadeflessen met smokkelbenzine, drie gulden vijftig de liter. Maar, zegt Stevo, op straat staan is altijd nog beter dan een baan bij een staatsbedrijf. 'Met eerlijk werk valt niets te verdienen.'

Wie niet de kracht of de relaties heeft zich overeind te houden in de straathandel, moet het ontgelden. Zieken, vluchtelingen, bejaarden, gehandicapten. Het Internationale Rode Kruis concludeerde onlangs dat één miljoen Serviërs - bijna 10 procent van de bevolking - in 'abjecte armoede' leeft.

'De sancties zijn een ideaal excuus voor Milosevic', zegt econoom en oppositie-politicus Dusan Bajec. Hij ziet de sancties slechts als één van de oorzaken van de economische neergang. 'Het uiteenvallen van het oude Joegoslavië, de kosten van de oorlog, het ouderwetse socialistische systeem en de enorme corruptie bij de overheid zijn net zo belangrijk. Als de oorlog morgen stopt, zouden de armoede en de werloosheid bijna net zo groot zijn. Maar nu kan het regime alle schuld op de sancties schuiven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.