Handelaar zonder positie

Twee maanden geleden was hij nog optiehandelaar. Op de beurs gold hij als king van de Koninklijke. Eind november werd hij plotseling door zijn baas Coffeng aan de kant gezet....

HIJ HEEFT maar één keer in zijn leven gefraudeerd. Dat was op vrijdag 4 december. Adri van Eerden reisde zonder te betalen met de metro van de Bijlmerbajes naar het Centraal Station. Hij was om één uur 's middags vrijgelaten na bijna een volle week in de cel te hebben gezeten.

Een week eerder - op vrijdag 27 november - zat hij 's avonds in een café in Amsterdam. Van Eerden had 's middags van de beurs te horen gekregen dat hij was geschorst als optiehandelaar. De optiepositie van Coffeng, het beursbedrijf waarbij hij als marketmaker in dienst was, bleek zwaar verliesgevend te zijn.

Het was slecht nieuws. Op de optiebeurs zijn tijdelijke schorsingen van handelaren weliswaar niet ongebruikelijk, maar in dit geval werd ook het hele beursbedrijf meegesleept. Coffeng zou niet meer actief mogen zijn, voordat financieel orde op zaken was gesteld.

Van Eerden besloot maar een borrel te gaan drinken. In het café werd hij op zijn mobiele telefoon gebeld door Fred Ooms, beursveteraan en directeur van Coffeng. 'Of hij om half negen 's avonds op kantoor wilde komen.'

Van Eerden rook geen onraad. De optiepositie was problematisch, maar de directie van Coffeng had hem steeds gesteund.

Op kantoor aan de Paleisstraat in Amsterdam waren echter niet alleen Ooms en mededirecteur Dick Mozer aanwezig, maar ook een aantal al dan niet geüniformeerde overheidsfunctionarissen: twee medewerkers van de Economische Controle Dienst, een officier van justitie en enkele politie-agenten. 'Er moest nog gewacht worden op de rechter-commissaris', zegt Van Eerden. Nadat ook zij gearriveerd was, kreeg de optiehandelaar te horen dat hij werd verdacht van misbruik van voorwetenschap. Hij zou vooruitlopend op een winstwaarschuwing van Koninklijke Olie op 18 september met voorkennis hebben gehandeld.

Van Eerden had put-opties Koninklijke gekocht. Heel veel put-opties zelfs: elfduizend september '98 puts voor een bedrag van 660 duizend gulden. De puts, waarmee gespeculeerd wordt op een koersdaling van het aandeel, gaven hem het recht om één dag na de winstwaarschuwing 1,1 miljoen aandelen Koninklijke tegen een vaste prijs te verkopen.

Van Eerden was ook uiterst pessimistisch gestemd over het aandeel Koninklijke. De cijfers waren de laatste tijd al niet best geweest. De olieprijzen waren zeer laag. En ook de problemen in Indonesië zou Koninklijke Olie in de ogen van Van Eerden veel geld kosten. 'Indonesië is traditioneel een belangrijk land voor de Koninklijke.'

Na de winstwaarschuwing van Koninklijke Olie - 'de omstandigheden op de oliemarkt zullen in het tweede halfjaar aanzienlijk verslechteren' - daalde de koers van het aandeel van 93 naar 88 gulden. De puts stegen fors in waarde. Van Eerden had het goed gezien.

De controle-afdeling van de beurs vertrouwde de opmerkelijk grote transacties echter niet. Wie zou nog zo vlak voor de expiratie zo veel puts hebben gekocht? Zij stapte naar de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) die op haar beurt weer aangifte deed bij justitie. De ECD werd op de zaak gezet. Die concludeerde dat Van Eerden mogelijk voorinformatie over de winstwaarschuwing zou hebben gehad.

De optiehandelaar wist van niets. Hij werd 's avonds nog meegenomen naar bureau Warmoesstraat en daar in een politiecel opgesloten. De volgende morgen werd hij opnieuw verhoord. 'In welke café's kwam hij wel eens?'

Zijn hele leven passeerde de revue. Kende hij toevallig geen hoge functionarissen van Koninklijke Olie? Van Eerden zei ze niet te kennen. Ook op zondag werd hij nog een keer verhoord. Maandagmorgen hij overgebracht naar een politiecel in Amstelveen: 1,8 bij 1,8 meter. 's Avonds werd hij nog eens overgeplaatst. Hij belandde uiteindelijk in een cel in de Bijlmerbajes. 'Hier werd ik tenminste gelucht en kon ik ook tv kijken. Tot dan toe had ik geen contact mogen hebben met andere gevangenen. Ik had in het weekeinde zelfs niets te lezen gekregen.'

De ECD zette het onderzoek door. Er werd huiszoeking gedaan in zijn woning in Haarlem. Alles met een 'geheugen' werd meegenomen: agenda's, telefoonklappers, fax, computerschijfjes en zelfs de hele pc. Woensdag werd Van Eerden nog een keer verhoord. Twee dagen later mocht hij naar huis. Een portemonnee had hij niet bij zich, zodat hij zonder kaartje in de metro stapte. Wel moest hij zich ter beschikking van justitie houden.

De zaak was niet afgedaan. Dinsdag 8 december had Van Eerden een gesprek met zijn bazen Ooms en Mozer. 'Ze wilden mij niet meer op kantoor ontvangen. Daarom werd het gesprek in een restaurant op station Sloterdijk gehouden.' Van Eerden bood daar aan weer op zijn werk te komen. Twee dagen later kreeg hij te horen dat Coffeng niet langer van zijn diensten gebruik wenste te maken. Het beste zou hij zelf ontslag kunnen nemen.

Van Eerden was stomverbaasd. Tot dan toe hadden zijn bazen hem de hand boven het hand gehouden. Nu lieten ze hem keihard vallen. Zelf ontslag nemen weigerde hij. Maar eind december kreeg hij geen salaris, laat staan de gebruikelijke bonus. 'En omdat ik niet ontslagen ben, krijg ik evenmin WW. Hoe moet ik nu mijn huis betalen of de alimentatie voor mijn zoontje.' Van Eerden vindt het een schande. Vanaf 1984 is hij al actief op de optiebeurs: eerst als floorbroker, later als marketmaker.

In 1995 werd hij door een collega gevraagd in dienst te komen van Coffeng. Hij zou als marketmaker in aandelen Koninklijke Olie gaan functioneren. Naar eigen inzicht zou hij posities innemen. Voor Coffeng was de optiehandel bijzaak. Het bedrijf haalde het leeuwendeel van zijn inkomsten binnen op de effectenbeurs, waar het hoekman (specialist) was in aandelen Koninklijke, het grootste Nederlandse fonds. Coffeng nam hier zelden risico's. De aandelenposities in Koninklijke werden elke dag glad gestreken.

Op de optiebeurs werden wel posities ingenomen. Maar de risico's waren beperkt. Van Eerden had uitsluitend long-posities. Hij kocht alleen calls en puts. Tegen betaling van een premie verwierf hij zich het recht om aandelen tegen een vaste prijs te kopen of te verkopen. Daarbij kon hij hoogstens de betaalde premie verspelen.

Zijn tegenpartij waren de schrijvers van puts en calls. Zij hadden een short-positie: een afname- of verkoopplicht. Hun risico's waren aanzienlijk groter, vooral als de koersen wild zouden schommelen.

Van Eerden profiteerde juist van grote schommelingen in de markt. Een grote koersdaling maakte zijn calls waardeloos, maar dat verlies werd dubbel en dwars goed gemaakt door de verveelvoudiging van de waarde van de puts.

Van Eerden deed goede zaken. 'Je bent bezig met een soort schaakspel. In augustus begonnen de koersen te dalen. Veel handelaren hadden opties verkocht aan clickfondsen. Die kwamen door de daling niet terug. Ze waren gedwongen hun short-positie tegen oplopende premies in te dekken.'

In het najaar daalde de koers van Koninklijke Olie van 125 naar 85 gulden. In augustus en september was Van Eerden veelvuldig als koper actief. Zijn positie groeide. Dat bleek ook uit de overzichten die hij elke dag naar de boekhouding op het kantoor aan de Paleisstraat stuurde en die ook de directeuren niet kon zijn ontgaan.

'In de media zijn vergelijkingen getrokken tussen mij en voormalig optiehandelaar Nick Leeson van Barings. Volkomen onterecht. Nick Leeson deed zelf de administratie en fraudeerde daarbij om zijn posities te verhullen. Ik deed de administratie zelf niet. Mijn positie was voor iedereen bij Coffeng volkomen duidelijk. Gefraudeerd heb ik nog nooit van mijn leven.'

In oktober viel de koopwoede van Van Eerden wel bij collega's op. Sommigen dachten zelfs dat hij door steeds meer opties te kopen zelf een koersverschuiving van het aandeel wilde forceren. 'Incorrect', zo reageert hij. 'De handel in het aandeel Koninklijke is daar veel te groot voor.'

Op 16 november werd plotseling alarm geslagen. Coffeng had liquiditeitsproblemen. De koopwoede van Van Eerden werd als oorzaak gezien. De beursbank Kas-Associatie (Kas-Ass), die garant stond voor de optie-activiteiten van Coffeng, vond dat de optieposities moesten worden afgebouwd. Van Eerden zou moeten verkopen.

Van Eerden had daar helemaal geen zin in. 'De koers van Koninklijke Olie was gestabiliseerd, zodat er een volkomen lege markt was ontstaan. Je kon wel verkopen, maar er was geen vraag. Ik wilde zogezegd één appel verkopen, maar niemand wilde hem hebben. De Kas-Ass vond dat ik dan maar tien appels moest verkopen.' Van Eerden kreeg maar een schijntje van de eerder betaalde premie voor de opties terug.

Op de beurs bleef het gelukkig onopgemerkt dat Van Eerden bezig was noodgedwongen een positie te liquideren. 'Als ze dat hadden geweten, hadden ze mij volkomen afgemaakt.' Hij ging zo omzichtig mogelijk te werk. Vrijdag 27 november was Van Eerden dan ook nog lang niet klaar met het verlagen van zijn positie. Om vier uur 's middags liet de beurs weten dat hij als handelaar was geschorst. Nu werd zijn situatie ineens wel duidelijk voor iedereen. Voor de rest van de opties zou geen cent meer worden betaald.

Een paar dagen later maakte Coffeng bekend 60 miljoen gulden op de optiepositie te hebben verloren. De Kas-Ass belegde een extra persconferentie, waarop bekend werd gemaakt dat nog eens 75 miljoen gulden op dezelfde positie was verloren.

Van Eerden kan die getallen niet vatten. 'Dat is tenminste niet veroorzaakt door mijn posities', zo zegt hij zeker te weten. Hij wijt het grote verlies aan de domme wanhoopsacties van de Kas-Associatie. De beursbank had geduld moeten betrachten.

Daarom weigert hij ook als de grote boef te worden afgeschilderd. 'Ik vind dat ik gewoon recht heb op mijn salaris.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden