Handel helpt armoede de wereld niet uit

HENK VAN HOUTUM en WILLEMIJN VERKOREN

Was het naïviteit of slimmigheid? Was PvdA-minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking werkelijk zo verblind door het succes van een Nederlandse rozenkweker in Ethiopië dat ze uitriep dat ontwikkelingshulp passé was en de toekomst aan de handel? Of was het een uit bezuinigingsnood geboren afleidingstactiek? Opmerkelijk was het in ieder geval wel. In een zinnetje - hulp is passé, de toekomst is aan de handel - werd veertig jaar ontwikkelingshulp het raam uit gekieperd en de VVD rechts ingehaald.

Afgelopen week reageerden meerdere ontwikkelingsorganisaties zoals verwacht kritisch op de uitspraken van de minister. Interessant was dat zij tegelijkertijd ook de beperkingen van hulp erkenden. Terecht. Hulp heeft soms goede en soms ook perverse effecten. Maar bovenal is het symptoombestrijding. Immers, structurele ongelijkheden in het wereldhandelssysteem blijven intussen overeind. Het is al vaak gezegd dat afschaffing van Europese landbouwsubsidies meer zou betekenen voor arme landen dan welke hulp dan ook.

De impuls van de minister om een ander pad in te willen slaan, is op zichzelf dus niet gek. Echter, haar pleidooi voor meer handel gaat voorbij aan de systeemfouten van het handelskapitalisme die de laatste jaren zo pijnlijk duidelijk zijn geworden. Was het niet een ongebreideld neoliberalisme zonder overheidsregels tegen sjoemelpraktijken en graaigedrag dat voor de economische crisis heeft gezorgd? Heeft naïef geloof in de heilzame werking van de vrije markt in Europa niet geleid tot toenemende armoede, grote jeugdwerkloosheid, krimpende solidariteit en oplevende xenofobie?

Nationaal zegt het kabinet daarom juist meer interventiemiddelen en marktcorrectie-instrumenten te willen hebben, om de gevolgen van kortzichtige handelspraktijken te verhelpen en eerlijke handel en goede arbeidsomstandigheden te garanderen.

Tegen deze achtergrond bezien is het opmerkelijk dat in het ontwikkelingsbeleid de vrije markt wel als dé oplossing wordt gezien. Terwijl ook de arme landen waar donoren dit neoliberale beleid hebben opgelegd te kampen hebben gekregen met grote problemen. Het heeft de ongelijkheid binnen de landen vergroot, de vaak toch al zwakke overheid verder verzwakt en corruptie en zwendel aangewakkerd. Het openen van markten in landen waar de overheidscapaciteit tot regulering ontbreekt, heeft op veel plekken geresulteerd in een cowboykapitalisme waarin buitenlandse ondernemingen en overheden hulpbronnen en landdelen goedkoop opkopen (land grabbing). En dat is veelal ten koste gegaan van de lokale bevolking.

Noch hulp, noch handel is dus een voldoende middel om de mondiale ongelijkheid te verminderen. En die ongelijkheid is schrijnend: stel dat Nederland de wereld zou zijn, dan zou ongeveer 80 procent van de Nederlanders van minder dan 10 euro per dag leven en zou een kleine groep, ongeveer 6 procent van de Nederlanders, pakweg 60 procent van de rijkdom in handen hebben. Een dergelijke grove ongelijkheid zou niet een nationale nivelleringsdiscussie opleveren, zoals we die even hebben gezien ten gevolge van de bezuinigingen, maar een volksopstand. Want dat zouden we onrechtvaardig vinden. En terecht. Maar nu diezelfde ongelijkheid zich buiten de lijn Cadzand-Maastricht-Nieuweschans voordoet, zouden we onze hoop moeten vestigen op een paar rozenkwekers om de mondiale ongelijkheid te bestrijden? Ploumen moet eerlijk zijn. En erkennen dat ook handel de grote armoedeverschillen in de wereld niet kan verhelpen.

Het is tijd voor een nieuw perspectief, namelijk mondiale rechtvaardigheid. Hiermee bedoelen we een perspectief dat gelijke ontwikkelingskansen voor iedereen, waar dan ook geboren, als doel van beleid neemt. Uitgangspunt is het besef dat welvaart, armoede, migratie en milieukwesties al lang over nationale grenzen heen vertakt zijn. De economie is niet meer nationaal af te grenzen. Ook onze crisis van vandaag is begonnen bij een omgevallen bank in de VS. Het denken in afsluitbare natiestaten loopt dus achter op de realiteit. Ondanks deze mondiale verwevenheid ontbreekt er een mondiale overheid die eerlijke handel en eerlijke distributie van groei voorbij de grenzen van individuele natiestaten garandeert. Maar dat is nog geen reden voor inactiviteit. Er kunnen wel degelijk kleine stappen naar mondiale rechtvaardigheid worden gezet.

Allereerst zou minister Ploumen kunnen nagaan wat de mondiale rechtvaardigheidsconsequenties van het nationale beleid zijn. De voor arme landen ongunstige belastingverdragen, het protectionisme van de eigen export en de gevolgen van de Nederlandse wapenhandel zijn enkele zaken die dan in een ander licht zouden komen te staan. Verder zou de minister nadrukkelijker werk moeten maken van internationale verdragen die uitbuiting tegengaan, zoals die tegen 'land grabbing', en van het democratiseren en versterken van de VN-Veiligheidsraad en de Wereldhandelsorganisatie, waar ontwikkelingslanden nu nauwelijks een stem hebben. Bij dit alles heeft Nederland zelf ook belang, want een eerlijkere wereld is ook een stabielere wereld.

Dus was Ploumen nu naïef of slim met haar pleidooi voor meer handel? We zullen het misschien nooit weten. Wat ons betreft was het in ieder geval ongeloofwaardig. Want werkelijke samenwerking, met het oogmerk er samen beter van te worden, is geen kwestie van baatzuchtigheid of liefdadigheid, maar van rechtvaardigheid.

Henk van Houtum is hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Willemijn Verkoren is onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden