Handel als grote gelijkmaker

De reislustige Amerikaanse historicus Robert Kaplan presenteert in Moesson de resultaten van zijn jongste odyssee. Hij trok langs de kusten van de Indische Oceaan en bezocht diverse havensteden, van het sultanaat Oman via het Pakistaanse Gwadar en het Indiase Kolkata (Calcutta) tot en met Stone Town op Zanzibar. De Indische Oceaan en de landen die eraan liggen hebben volgens Kaplan de potentie om het kloppende hart van de 21ste eeuw te worden. De opkomende regionale grootmacht India ligt er, China wil zijn aanwezigheid op en rond die oceaan uitbreiden, en ook de Verenigde Staten hebben er grote belangen. We hebben te maken met een groot, voor een belangrijk deel door moslims bewoond gebied waar de toekomstige machtsverhoudingen nog lang niet zijn uitgekristalliseerd.


Gefundenes Fressen voor Kaplan kortom, die de kluif op zijn geheel eigen, karakteristieke wijze serveert. Net als in eerdere bekende werken van zijn hand, zoals The Balkan Ghosts, The End of the Earth en The Coming Anarchy wisselt hij levendige beschrijvingen van de door hem bezochte oorden af met korte historische beschouwingen en met politieke analyses en voorspellingen.


In één opzicht verschilt Moesson echter sterk van Kaplans vroegere boeken. Daarin onderscheidde hij zich door een soms welhaast apocalytische toon en zeer sombere prognoses. Zo verklaart hij in Balkan Ghosts de conflicten van de jaren negentig in voormalig Joegoslavië uit ongeneeslijke, cultureel diep verankerde vijandschap tussen de volksgroepen. In The End of the Earth voorspelt de auteur een explosieve groei van mislukte staten en/of akelige dictaturen als gevolg van etnische en religieuze twisten. Kaplans analyses en zijn daaruit voortspruitende voorkeur voor een realistische, niet uitsluitend op het bevorderen van democratie en mensenrechten gerichte politiek van het Westen trokken de aandacht in Amerikaanse denktanks en regeringskringen.


Van die somberheid en dat harde realisme is in Moesson nauwelijks nog iets te bespeuren. Integendeel. Kaplan signaleert weliswaar economische en in de toekomst wellicht ook militaire rivaliteit tussen China en de VS en tussen India en China. Terecht toont hij zich bezorgd over het zwak bestuurde en etnisch verdeelde Pakistan. Maar geen enkele grootmacht zal de kusten rond de Indische Oceaan op eigen kracht kunnen domineren, alleen een onderling vervlochten handelssysteem zou dat kunnen. En dat brengt Kaplan dit keer tot een uitgesproken optimistisch vergezicht: 'Handel leidt tot vrede en welvaart. Handel is de grote gelijkmaker tussen mensen en volkeren; handel is wellicht het beste middel om oorlog te voorkomen.'


De kracht van Kaplans proza zit in de pregnante formuleringen, die in de Nederlandse vertaling door Margreet de Boer goed tot hun recht komen. Zijn tekst krijgt daardoor iets dwingends, bijna profetisch. In het verlengde van de politicoloog Vali Nasr bekritiseert hij de haast exclusieve aandacht in het Amerikaanse buitenlandse beleid voor Al Qaida en het islamitisch radicalisme. Kaplan: 'Daardoor hebben de Amerikanen de belangrijkste ontwikkeling van het tijdperk gemist: de opkomst van de middenklasse in het Midden-Oosten en daarbuiten. (¿) En omdat de nieuwe middenklasse vooral haar eigen materiële positie wil verbeteren, zal de roep om goed functionerende regeringen en ook om democratie steeds sterker klinken.' Alsof de auteur bij het neerschrijven van deze woorden een visioen van het Tahrirplein in Caïro voor ogen had.


Overtuigend is Kaplan ook bij het aanduiden van obstakels voor de democratisering. Zo worden volgens hem in Bangladesh de gaten die de democratisch gekozen maar zwakke regering laat vallen deels opgevuld door goed functionerende dorpscomités, maar voor een ander deel door radicaal islamistische groepen. Doorslaggevend voor het succes van een jonge democratie zijn, meent Kaplan, niet de verkiezingen, maar de vraag of een land over sterke instellingen beschikt.


Kaplans recente passie voor handel, democratie en kosmopolitisme doet sympathiek aan. Hij citeert enkele versregels van de Indiase schrijver Rabindranath Tagore die in 1913 de Nobelprijs voor de literatuur won. Tagore hunkerde naar een wereld 'Waarin kennis vrij is/ Die niet uiteengevallen is door /Muren om kleine stukken land'. In die woorden ziet Kaplan de geest weerspiegeld van 'de verlichte mens van het begin van de 21ste eeuw'. Prachtig.


Alleen leidt het gemengde beeld dat Kaplan schetst van zijn ervaringen op reis evenmin onvermijdelijk tot zo'n hoopvolle, bijna utopische conclusie, als het voorheen tot zijn diepe pessimisme noopte. Het blijven mooi opgeschreven impressies en gedachten van een scherpzinnig waarnemer. Niet minder maar zeker ook niet meer.


Anet Bleich


Robert D. Kaplan: Moesson - De Indische Oceaan en de toekomstige wereldmachten.


Uit het Engels vertaald door Margreet de Boer.


Spectrum; 415 pagina's; € 24,99.


ISBN 978 90 4910 463 4.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden