Handbalster, een gewild exportartikel

Bij het WK van 1999 begon het. Bert Bouwer, de haast bezeten coach bij het handbalverbond, zag dat zijn speelsters in de eigen omgeving aan het eind van een leerproces waren gekomen....

Ton van Born, de sponsor die het Oranjeplan (Meiden met een Missie) tot dan mogelijk had gemaakt, liet de afdeling detachering van zijn bedrijf Datateam buitenlandse contacten aanknopen. Vier speelsters, de besten (Burgers, Assink, Feyen en Mulder), belandden bij GOG Gudme in Denemarken. Heuwekemeijer, Razdorov en Krijnen gingen ook naar dat land. In Duitsland werd een drietal ondergebracht bij Bayer 04 Leverkusen.

Deze georganiseerde exodus was het begin van een stevige export van Nederlandse handbalsters naar het buitenland. Tot Van Borns uitvoer begon, bestond nauwelijks belangstelling voor Nederlandse handbalsters.

Carla Kleintjens, hoekschutter van V & L, verdiende na het WK van 1986 (in eigen land) een contract in Noorwegen, Ursula Dekeling van Hellas ging in Zwitserland en later bij het vermaarde Lützellinden in Duitsland spelen. Aan Laura Robben, een van de beste doelvrouwen van de wereld, werd door veel clubs uit Europa getrokken. Ze ging niet, het ontbrak haar aan ondernemingszin.

Die tijden zijn veranderd. Zelfs speelsters van de tweede categorie in Nederland trachtten een handbalbestaan in het buitenland op te bouwen. Het vak leren ze over de grens, na een opleiding bij de klein gebleven Nederlandse clubs en de centrale training in Zeist (elke woensdag). In Denemarken heeft GOG een handbalschool, waar Bert Bouwer, de ex-bondscoach de opleiding gestalte geeft.

Een onbekende speelster als Evelien van der Koelen (20) ging in 2003 van SEW naar Bouwers school. Daar werd ze vorige zomer opgepikt door de Deense coach Frueland Albertsen, die haar meenam naar de grote Bundesligaclub Leipzig. Nu speelt ze in het Nederlands team.

Met haar hebben nog zestien internationals een buitenlandse club achter de naam staan. Eén (Tienstra) speelt in Spanje, één (Turnhout) in Noorwegen, zes in Denemarken, liefst negen in Duitsland. Twee van de overige zeven in Nederland uitkomende handbalsters zijn juist terug uit het buitenland: Natasja Burgers en Irina Pusic.

Bondscoach Sjors R & Ouml;ttger zegt dat de grote trek naar het buitenland te maken heeft met de professionele instelling van de Nederlandse handbalster. Het amateurisme in eigen land bevredigt niet.

R & Ouml;ttger: 'Er zijn meer dan voldoende Nederlandse speelsters die in het buitenland beroepsmatig met handbal bezig willen zijn. Zelfs in Jong Oranje zitten vier speelsters die elders hun geld verdienen. Ze maken de keuze die nodig is om ook als Nederlands team mee te tellen. Ons vrouwenhandbal heeft een goede naam in het buitenland .'

Daaraan werkten de goede resultaten van de nationale ploeg mee. In 1999 werd bij het wereldkampioenschap in Noorwegen de titelhouder in eigen land verslagen. Uit het niets belandde de ploeg (van toen nog Bouwer) in de topvijftien.

Er waren ook individuele uitblinksters. Cirkelloopster Olga Assink werd in 2002 door haar collega's gekozen tot de beste speelster van de Handbold Liga in Denemarken, de zwaarste competitie ter wereld. Dat voorbeeld prikkelde de anderen. In eigen land werd steeds minder mogelijk, nadat Van Born in 2002 als geldschieter het Oranjeplan had laten vallen. Over de grens moest het gebeuren.

Ex-teammanager Rob de Her, ook enkele jaren actief geweest als handbalmakelaar: 'Bert Bouwer is de voortrekker geweest. De speelsters gaan nu, na het begin met Datateam en de detachering, hun eigen weg. Als Assink van GOG naar Viborg gaat, dan pakt ze dat zelf aan. In Denemarken werken genoeg makelaars. Daar hebben speelsters het goed. Daar betalen ze de goede bedragen.'

Rijk worden met handbal zal niet snel lukken. Alleen in Denemarken (drievoudig olympisch kampioen op rij) is vrouwenhandbal een grote sport. Veel speelsters hebben evenwel een halve baan naast hun trainingsarbeid. Monique Feijen, volledig ingeburgerd in Denemarken, is gymjuffrouw.

De Hers laatste ervaring met de handballerij – hij is nu werkzaam in het wielrennen – is er een die hoort bij het verkassen en verkopen van speelsters. Maaike Turnhout ging van het Spaanse Elda naar het Noorse Nordstrand 2000. Maar in plaats van zijn commissie te kunnen opstrijken voor de begeleiding, kreeg hij de vriendelijke groeten. 'Ik heb nooit met contracten gewerkt. Mijn eigen fout.'

Het peloton Nederlandse speelsters dat rijp is voor de overstap is volgens de kenners momenteel beperkt tot twee: Stacy van Rijn van SEW en Maura Visser van Hellas. De begeerde Visser blijft nog minimaal een jaar in Nederland: eerst maar eens de school afmaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden