Hand van God

Voor het eerst is er in Noord-Europa een overzicht te zien van het werk van de Spaanse barokschilder Francisco de Zurbarán. Dat heeft ook nu nog verrassend veel zeggingskracht.

Beeldende kunst

****

Zurbarán, meester uit de Spaanse Gouden Eeuw.

In Bozar, Ravensteinstraat 23, Brussel

Nog t/m 25/5. Bozar.be

Er circuleert een film op internet genaamd BEAUTY, van Rino Stefano Tagliafierro, waarop in negen minuten tijd ruim honderd klassieke schilderijen passeren. De schilderijen lijken te bewegen - ze brengen de seconden na het moment dat de kunstenaar vastlegde tot leven. (Zie ook pagina V7). Indringende muziek doet er nog een schepje zintuiglijkheid bovenop. Zo heeft men de oude meesters nog niet gezien.

Of nou ja. Cees Nooteboom wel. In 1988 schreef hij hoe hij voor het schilderij De graflegging van Catharina van Alexandrië door Francisco de Zurbarán stond, en plotseling de drie engelen als mogelijke wezens zag: 'hoe ze behoedzaam met het lijk in zijn zijden draperie moeten manoeuvreren om elkaar niet met hun ontzaglijke, recht opstaande vleugels te hinderen, stel [ik] me voor dat ze daarbij met hun vleugels klapperen, hoor dat geluid, wil weten wat voor een veren dat zijn, wil zelf vleugels hebben, en dan is het al gebeurd.' Het schilderij komt tot leven, de kijker krijgt even vleugels.

Sint Catharina hangt niet met haar drie engelen in Bozar in Brussel. Maar wie wil kan hier de proef op de som nemen met vijftig andere schilderijen van de Spaanse barokschilder Francisco de Zurbarán die daar hangen, van de ongeveer 270 die er van hem bestaan. Voor het eerst te zien in een Noord-Europees land, waar geen museum bestaat dat een werk van hem in collectie heeft. Enkele van zijn beste werken ontbreken, maar er is zeker voldoende om de diversiteit en kwaliteit van zijn oeuvre te zien.

Zurbarán (1598-1664), was een tijdgenoot van Rembrandt, in het Sevilla van de Inquisitie en de auto-da-fés. Spanje op de toppen van zijn macht en de diepte van zijn gruwelen, met Sevilla als douaneplaats voor de nieuwe koloniën in Amerika. Een gigantische afzetmarkt voor een schilder, in een tijd dat het vooral de schilders waren die adel, geestelijken en burgers aanzetten tot verinnerlijking en devotie.

Zurbarán had daar niet veel voor nodig - althans, in de werken waarmee hij bij velen bekend is. Zijn monniken staan in de leegte, gehuld in hun pij als in een harnas. Zijn gekruisigde Christus komt uit het niets recht af op jou en op jou alleen, al zouden er honderd mensen om je heen staan. Zelfs zijn kop met water verschijnt voor jou alleen, uit een donker niets, net als zijn bloemen, zijn kweeperen en een lam. Een arm geslacht schaapje en heiland ineen; Agnus Dei, het Lam Gods.

Wie voor zijn schilderijen staat, gaat met Zurbarán een grot in, de eenzame omgeving van de mediterende monnik. Het is kunst met een spotlicht, licht dat uit een onbestemde duisternis naar je toe beweegt, recht naar de snaar van je gevoeligheden. Het zinderende, verblindende licht van Sevilla. Waanzinnig emotioneel, en dat wist de kunstenaar, dus werden alle overbodigheden weggelaten. Het is al heftig genoeg zo.

Zurbaráns figuren verzinken niet in hun omgeving, zoals bij Vermeer of Ter Borch. Ze breken er juist mee. Weinig schilders maakten een achtergrond zo zwart, of zo dof grijs als Zurbarán. Op een vreemde manier wekt dat een betrokkenheid op bij de kijker die grenst aan verantwoordelijkheid - alsof je het Lam Gods zelf moet redden.

Dat was ook de bedoeling. De schilderijen waren niet om aanbeden te worden, maar om je uit te nodigen je zo te verplaatsen in het afgebeelde, dat je mee-lijdt, mee-bidt, mee-contempleert. Beelden om je te helpen mediteren, zoals dat dagelijks werd gepraktiseerd in de kapellen en kloosters, en bij de processies door de straten van Spanje.

Wie vier jaar geleden de tentoonstelling The Sacred Made Real in Londen bezocht, kon zien hoezeer deze schilderijen deel zijn van de alledaagse religieuze beleving van Zurbaráns tijd. In Londen hingen zijn schilderijen tussen adembenemende gekleurde sculpturen, beelden die vaak als gebruiksvoorwerpen dienden voor alledaagse devotie. Hier werd de bezoeker bruut een andere tijd in geslingerd; de wrede hyperwerkelijkheid van gemartelde heiligen, het bloed en de pus uit hun open wonden sijpelend.

Dat was de mystiek van Zurbaráns wereld. In sommige kapellen hing zijn Christus zo schamel verlicht, dat de bezoeker pas als hij heel dichtbij kwam, ontdekte dat het geen polychroom beschilderd Kruisbeeld is, maar een schilderij.

Maar wat moet een hedendaagse, Noord-Europese kunstliefhebber met zo veel religieuze verheffing?

Cees Nooteboom verbond in zijn monografie van Zurbarán in 1988 de materialiteit in de schilderijen aan herinnering en 'de Spaanse ziel'. Het komt door die stoffen, doordat je de pij van de kartuizers en mercedariërs bijna kunt ruiken. Nooteboom kan zich de pijen van de monniken bij wie hij opgroeide nog herinneren, en neemt ons in zijn werk mee in die herinnering, en alle herinneringen aan zijn bezoeken in de Spaanse kloosters als hij schrijft over 'de onnavolgbare manier waarop hij stof, de ruwe stof van monnikspijen, geschilderd had, zo, dat je bij elk van die schilderijen het gevoel had dat je zelf de stof had aangeraakt, dat je er met je vingers overheen gegaan was. Iemand heeft ooit gezegd dat kunstgeschiedenis een geschiedenis is van plooien en vouwen.'

Het materiaal brengt je de verheffing, door de uiterst liefdevolle en gedetailleerde manier waarop de schilder het weergaf. Je kunt er eindeloos in wegzinken. Er zit ook niets vrijblijvends in deze schilderijen - ze dwingen je hoofd richting het voorwerp zoals een lichtman met twee handen de zware spot draait naar de acteur op het podium.

Maar de tijden veranderen. En naast dat spel van plooien, schaduwen en kleuren, dat je oog zo betovert, is er een andere samenleving ontstaan in 2014. Een samenleving waarin juist deze vierhonderd jaar oude schilderijen van Zurbarán zich blijken te kunnen nestelen.

Er is nauwelijks iets dat ons, hier in Holland, verbindt aan de realiteit van toen in Spanje - de Mariaverering, de processies, de rituelen, de kleding, de laaiende brandstapels. De tentoonstelling laat zien dat veel schilderijen ver van ons af staan - want naast de monniken, de koppen met water en de schijnende kruizen schilderde Zurbarán ook werken die het uiterste van je inlevingsvermogen vergen, en dan nog buitenwerelds blijven.

Zoals de onbevlekte ontvangenis van Maria, zwevend op een stoet cherubijnenhoofdjes en een maansikkel, gekroond door een sterrenkrans, hangend boven een landschap. Of een Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans, gezeten op een troon met een staand, zegenend Jezuskind en biddende kartuizers .

Wie zijn blik laat rusten op de gezichten, de plooien, de rozen en het tapijt komt een heel eind, maar de wereld van toen is nauwelijks nog te verinnerlijken. Voor onze zuiderburen wellicht, maar de Nederlandse geschiedenis van religie, moraal en kunst biedt weinig houvast.

Maar de eenvoudigste schilderijen zijn de ambassadeurs van Zurbaráns oeuvre. En die werken goed. De eenvoud en de felle contrasten - het maakt de werken bijna grafisch als een logo. Dat is, in een tijd waarin beelden steeds sneller circuleren en stilte en aandacht luxeproducten zijn geworden, ideaal materiaal om tot iconenstatus te worden verheven. Wij houden van eenvoud - Zurbarán geeft het ons.

Dat er een wereld van mystiek achter zijn figuren zit - zelfs de in schaduw gehulde ogen van Franciscus hebben een betekenis die in de mystieke teksten uit die tijd wordt geduid: de schaduw als bescherming van de Hoge - wordt pas ontvouwen wanneer je lang genoeg blijft kijken.

De radicale vereenvoudiging die Zurbarán stilistisch laat zien - vergelijk hem met Rembrandt en Rubens, en je snapt hoe verschillend de barok zich in Europa manifesteerde - biedt een stevige weerhaak in onze tijd.

Kijk naar zijn meest geliefde heilige: Niemand schilderde Sint Franciscus zo vaak als Zurbarán (de keren dat Giotto hem in de kathedraal van Assisi afbeeldde niet geteld). Zijn hele leven beeldde de Spaanse schilder Franciscus af, een heilige die zich totaal isoleerde van het aardse en richtte tot God. Maar ook een heilige die, uit Zurbaráns penseel gekomen, ongelooflijk natuurlijk en tastbaar was. Waardoor je je meteen met hem kunt vereenzelvigen.

De keuze voor Zurbarán door Bozar lijkt nu helder als kristal: sinds Zurbaráns tijd is de heilige Franciscus immers niet zo populair geweest als vandaag, dankzij de nieuwe paus. En dankzij een opnieuw aangezwelde weerzin tegen excessen van luxe en materiële rijkdommen. Franciscus laat de kracht van eenvoud en stilte zien, waaraan zo'n behoefte is.

Zurbarán maakt het ons, als we fysiek aanwezig zijn voor zijn schilderijen, wel heel makkelijk om ons daarmee te vereenzelvigen.

Kloosterordes

Francisco de Zurbarán werd in 1598 geboren in het dorp Fuente de Cantos in Extremadura, Zuid-Spanje. Hij is een tijdgenoot van de schilder Vélazquez, door wie hij ook enigszins werd beïnvloed. Vanaf 1626 woonde hij in Sevilla en schilderde hij voor onder meer dominicanen, de mercedariërs, kapucijnen en jezuïeten. Later kreeg hij meer opdrachten van het hof in Madrid en werd zijn stijl formeler en aardser. En er kwamen opdrachten voor de Spaanse kolonisten in Amerika. In 1658 ging hij in Madrid wonen. Zijn stijl moest hij aanpassen aan de vraag: het werd zachter en lichter.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden