Hand- en spanwerk

De Nederlandse ontwerpster Yvonne Poei-Yie Kwok is een van de genomineerden voor de hoofdprijs op het prestigieuze modefestival in Hyères, dat vandaag begint. Wat maakt haar werk zo bijzonder?

Haar eindexamencollectie, waarmee ze medio vorig jaar afstudeerde aan het Amsterdam Fashion Institute, leverde haar een 10 op. Een maand later won Yvonne Poei-Yie Kwok 10 duizend euro aan prijzengeld tijdens Lichting 2012, een jaarlijkse modeshow waaraan de beste eindexamenkandidaten van de Nederlandse academies meedoen. Vandaag geeft ze een modeshow in Hyères, tijdens het Festival International de Mode et de Photographie. Dat is bijzonder, want het festival in Zuid-Frankrijk is een instituut. Zie het als een modeversie van het filmfestival in Cannes. Haar werk werd geselecteerd uit honderden inzendingen van over de hele wereld.


Dat het werk van Kwok zo aanslaat, heeft te maken met het eigenzinnige karakter van haar ontwerpen en met het feit dat ze met haar werk een gevoelige snaar raakt. Ze speelt feilloos in op een sentiment dat de laatste tijd flink aan populariteit wint in de mode. Kwok vindt dat collecties en trends elkaar te snel opvolgen en dat er te weinig ruimte is voor een ambachtelijke manier van werken. Bij wijze van commentaar op de 'doorgedraaide modewereld' inspireerde ze haar eindexamencollectie op een marionet.


Haar collectie valt op door het vele handwerk dat ze erin heeft gestoken. Ze maakte gebruik van oude technieken als tuften, borduren, plisseren, spannen, breien en vouwen en van bijzondere materialen als neopreen, splitpennen, karton, leer, zijde en gekookte wol. 'Tegenwoordig zie je steeds minder handwerk in de mode. Alles moet goedkoop en snel. Ik wilde een statement maken door kleding te ontwerpen waarin veel tijd en liefde is gestoken', zegt Kwok. Het helpt dat ze ervoor heeft gekozen om haar ontwerpen uit te voeren in fluorkleuren en mierzoete pastels en dat de modellen tijdens de show blauwe en paarse pruiken droegen. Het zijn stuk voor stuk outfits die op het netvlies blijven staan.


'Een 10 voor een afstudeercollectie komt maar heel zelden voor. Maar dit keer konden we er niet omheen gezien de kwaliteit van al het werk van Yvonne. Ze kreeg dat cijfer niet alleen omdat ze traditionele technieken op een moderne manier weet te brengen, maar ook omdat ze een heel eigen handschrift heeft. Dat zie je maar zelden bij studenten', zegt Peter Leferink, docent aan het Amsterdam Fashion Institute. Kwok liep in 2011 stage bij Viktor & Rolf. Haar grote voorbeeld is modeontwerper Azzedine Alaïa. Niet eens zozeer vanwege zijn kleding, maar vanwege de manier waarop hij mode benadert. 'Hij zet het bestaande systeem naar zijn hand door collecties te presenteren wanneer hij er klaar voor is. Dus hij showt niet ieder half jaar tijdens Fashionweek, maar pas op het moment dat hij vindt dat zijn collectie af is. Dat vind ik stoer', zegt Kwok.


Een paar maanden geleden voerde de ontwerpster gesprekken bij de Meesteropleiding Coupeur, een nieuwe opleiding in Amsterdam die gericht is op het kleermakersvak. Of ze in september aan die nieuwe studie begint, hangt af van wat er aankomend weekeinde gebeurt. In Hyères wordt een aantal prijzen verloot, waaronder een hoofdprijs ter waarde van 15 duizend euro. Kwok is een van de tien genomineerden. In de jury zitten vooraanstaande modedeskundigen als ontwerper Felipe Oliveira Baptista, Delphine Roche, hoofdredacteur van Numéro en Maurice Scheltens en Liesbeth Abbenes, een Nederlands fotografieduo. Als ze wint, zegt Kwok, zou het begin van haar eigen bedrijf wel eens een vlucht kunnen nemen.


Maar de kans dat haar kleding binnenkort breed verkrijgbaar is, is niet zo groot. Het lukt lang niet alle laureaten om direct na Hyères met succes een eigen label in de markt te zetten. Viktor & Rolf wonnen in 1992 de hoofdprijs, maar de prêt-à-portercollectie die ze daarop maakten, leverde nul orders op. Hun eerste succesvolle prêt-à-portercollectie verscheen pas acht jaar later, nadat ze jarenlang vooral in het museale circuit actief waren.


Michael van der Meide won in 2004 twee grote prijzen, waaronder een samenwerking met een stoffenfabrikant die nog steeds loopt. Van der Meide: 'Hyères heeft me geholpen door te gaan als modeontwerper, maar het heeft me geen wereldwijde doorbraak opgeleverd. Daar was ik ook niet op uit. Ik werkte toen alleen in Nederland en dat doe ik nog. Hyères is een plek waar debutanten hun werk onder de aandacht kunnen brengen van belangrijke modeprofessionals van over de hele wereld. Noem het een springplank.'


Credit: eigen lijn

Het festival in Hyères is gericht op debutanten. Is er in de mode nog plek voor jonge merken? Veel professionals beschouwen de markt momenteel als verzadigd. Voor Jean-Pierre Blanc, festivaldirecteur, is dat geen geldig argument om niet een nieuw merk te lanceren. Blanc vindt dat beginnende ontwerpers van het opzetten van een eigen lijn zeker zo veel leren als van het werken voor een bestaand merk: 'Toegegeven, je raakt ook sneller in de problemen. De kans op mislukking is groot. Maar zeker als je nog jong bent, hoeft zo'n mislukking niet negatief te zijn. Je leert er ook van.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden