Hamams en homobars

Het uitgaansleven van Istanbul kent voor cabaretière Nilgün Yerli geen geheimen. Ze neemt Wil Thijssen en fotograaf Bart Mühl mee door de dampende, zwoele, Turkse nacht....

Het is warm en stil. Dampende lijven zweten op een stenen verhoging. Dikbuikige mannen wringen zakken schuim leeg, in de betegelde ruimte klinkt slechts het druppen van water op steen. ‘Vind je het lekker?’, fluistert cabaretière Nilgün Yerli. ‘Ik ga graag naar de hamam, om rustig te worden. Dit is de ideale plek om je te ontspannen.’

De Galatasaray Hamam, in een aanbouw van de gelijknamige moskee in Istanbul, is gebouwd in 1418 en daarmee het oudste badhuis van Turkije. Het marmeren koepelgewelf zit verborgen aan een klein straatje in de oude wijk Taksim. Het is een plek die je moet kennen, anders loop je hem ongemerkt voorbij. Het is het eerste adres van een reeks favoriete plekken van de schrijfster en cabaretière, die de stad, háár stad, laat zien. Yerli woonde de afgelopen drie jaar in Istanbul, dat tot Europese culturele hoofdstad van 2010 is uitgeroepen. Ze reageert enthousiast op de uitnodiging te gaan stappen in ‘de stad die nooit slaapt, die alles met zich meedraagt!’

Taksim is een wijk met kronkelsteegjes vol koffiehuizen, kunsthandels en antiquariaten. We drinken koffie in Kadinlar Kahvesi in de Ayhan Isik-steeg, waar uitbundig uitgedoste zigeunerinnen aan tafeltjes de toekomst lezen in gestold koffiedrab. ‘Het is een traditie’, zegt Yerli. ‘In West-Europa heb je psychologen en psychiaters, hier bespreken we emoties bij de koffie. Het is niet letterlijk waarzeggen, maar gewoon een vorm om vreugde en leed met elkaar te delen. Sommigen doen het dagelijks.’

Even verderop is de Çiçek Pasaji, de Bloemenpassage, een statig, overdekt centrum waar gevluchte Wit-Russen na de revolutie in 1917 hun kost verdienden door bloemen te verkopen. De bloemenstalletjes zijn vervangen door levendige cafés en restaurants waarin live Turkse muziek wordt gespeeld. Een verkoper biedt gefrituurde ansjovis uit de Zwarte Zee aan. Hij wil geen geld, hij wil alleen dat we proeven, vertaalt Yerli. ‘Dat is hier echt anders dan in het Westen, waar niks gratis is.’ Bij de kraam ernaast koopt ze kokoreç, ‘broodje darm’, ‘de Turkse variant van het patatje oorlog’.

Kauwend op haar spies met gegrilde lamsdarmen wandelt de Turks-Nederlandse door de Bloemenpassage naar de Vismarkt, waar niet alleen vis wordt verkocht, maar ook aubergines, spruitjes, schaapshersenen en tweedehands boeken. ‘Dit is een van de weinige plekken in Istanbul die niet veranderen’, zegt Yerli. ‘Het symboliseert een tijd die ik niet heb gekend, maar waar ik wel naar verlang.’

Nilgün Yerli praat en lacht, rent van hot naar her, sms’t met haar echtgenoot in Zandvoort, koopt en passant talloze cadeaus en lijkt iedereen te kennen. Ze bestaat uit – minstens – twee vrouwen: ‘Ik heb een shabby Nilgün in me, met armlastige vrienden, kunstenaars, schrijvers en theatermakers. En ik ben een luxebeest dat houdt van dure dingen en decadentie. De jetsetvrienden van die Nilgün zijn superhip en wonen in grote villa’s aan de Bosporus. Ik sta met één been in beide werelden en wil beide gezichten van de stad laten zien.’

De verschillen tussen arm en rijk zijn overal zichtbaar – krotten en paleizen wisselen elkaar af op de talloze heuvels waarop Istanbul – letterlijk – is volgebouwd. Parken en pleinen zijn er amper te vinden, groen heeft plaatsgemaakt voor betongrijs en baksteenrood.

De taxirit voert naar Reina, een trendy bar onder de Bosporusbrug, met fluwelen panterprintstof beklede banken rond lage tafels vol champagneglazen. Hoge ramen bieden een weids uitzicht over de Zee van Marmara en de Bosporus, de verbinding tussen Europa en Azië.

Aan de overzijde schijnen lichtjes uit rijkeluisvilla’s, als kerstboomverlichting rond de Aziatische heuvels. ‘Als we vroeger met ons gezin vanuit Nederland helemaal naar Istanbul reden, viel ik steevast in de auto in slaap. Voordat ik wegdommelde, zei ik altijd: ‘Mama, als we op de hoge brug zijn moet je me wakker maken.’ Dat deed ze. En elke keer beving me weer die magie, die hoogte, die lichtjes, de verbinding tussen twee culturen. En dat gevoel krijg ik nog steeds.’

Door de geluidsboxen stampt Yasiyorum, Yasiyorum, de Turkse variant van Gloria Gaynors I will survive. Het terras buiten is, net als dat van de buren, ’s zomers afgeladen vol met boottoeristen die hier letterlijk uit de zee komen eten, waarna stevig wordt gedanst onder de sterrenhemel. Deze kuststrook verandert dan in één grote openluchtdiscotheek.

‘Niet alles is mooi’, erkent Yerli. ‘Ik had graag met jullie naar de zigeunerwijk gewild, waar ik als klein meisje veel kwam en mijn toekomst liet voorspellen. Maar dat kan niet meer, die is te erg verloederd. Het is daar niet meer veilig. Na het wegvallen van de communistische grenzen staken veel Russen en Oezbeken de Zwarte Zee over, waardoor prostitutie, travestie en criminaliteit in Istanbul aanzienlijk zijn toegenomen. Het gevolg daarvan, en dat zie je in heel Turkije, zijn grote standsverschillen.’

Een ander probleem waar de cabaretière zich, ook in haar theatershows, druk om maakt, zijn de rechten van homo’s. Turkije heeft een machocultuur, benadrukt ze. ‘Lesbiennes okee, dat vinden ze nog wel geil, maar homo’s hebben het hier echt heel moeilijk.’ Om die reden wil ze graag in de homoscene gaan stappen. Tegen het invallen van de schemering stopt de taxi in Zambak Sokak, een zijstraatje van de grote winkelstraat Istiklal Caddesi, waaraan de meeste homobars en -discotheken grenzen, met namen als Queen, Club 17 en Tekyön (‘eenrichtingsverkeer’). In The Other Side speelt een liveband tussen spiegelwanden, plastic kroonluchters, roze neonlicht en glijpalen. Er wordt gelachen en gedanst, maar daar waar Nilgün Yerli komt, danst en deint de massa net even harder. ‘Hierbinnen voelen mensen zich veilig,’ zegt discotheekeigenaar Vedat Ozyag, ‘maar ik heb niet voor niets twee uitsmijters bij de ingang staan.’ The Other Side is pas drie maanden oud, en draait al quitte, vertelt hij, ‘want de homoscene in Istanbul groeit net zo hard als de agressie ertegen.’

Yerli wisselt met danspartners en kennissen telefoonnummers uit voordat ze, inmiddels hooggehakt en kek opgemaakt, zich naar de wijk Akaretler laat vervoeren. Als de maan laag boven de Zee van Marmara hangt, wordt het diner geserveerd in restaurant annex nachtclub Al Jamal, dé uitgaansgelegenheid van Istanbul. Yerli heeft er afgesproken met drie vriendinnen; Özlem, Zeynep en Gamze die ze, sinds haar terugkeer vorig jaar in Nederland, niet meer heeft gezien. De club is oosters ingericht, het zijden tafellaken is bezaaid met rozenblaadjes, kleine rode linzen en komijnzaad; kruid dat ook – voor goed geluk – over doden wordt uitgestrooid voordat ze worden begraven.

Tijdens het eten loopt een zanger langs de tafels, de muziek klinkt luid, de meiden praten steeds harder om erboven uit te komen. De zanger duwt zijn microfoon onder Yerli’s neus, die enthousiast meezingt. De zanger wordt gevolgd door muzikanten, waarna een stoet mannelijke en vrouwelijke buikdansers volgt. Percussie- en snaarinstrumenten klinken steeds opzwepender, longdrinkglazen Smirnoff worden onafgebroken aangevuld. Het restaurant transformeert geleidelijk in een swingende, stampende tent. Vrouwen beginnen hysterisch te gillen als een jongeman diep in de nacht de zaak binnenstapt. Het is Serdar Ortaç, de Marco Borsato van Turkije. ‘This is the place to be’, roept vriendin Özlem Akgerman.

Danseressen met glittergewaden, rondzwaaiend met grote kromzwaarden, veinzen een zwaardgevecht. Iedereen lacht, zingt, klapt, drinkt en gaat op in een roes die de massa benevelt.

‘Istanbul heeft me gelukkig gemaakt’, schreeuwt Nilgün Yerli boven de muziek uit, ‘maar drie jaar was genoeg.’ Ze vertrok omdat ze Nederland begon te missen. Een definitieve keuze tussen Nederland en Turkije zal ze nooit maken. ‘Ik kan het niet. Ik wil het niet. En, goddank, ik hóef het niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden