Halte tussen Moskou en Peking

Hoe overweldigend de leegte kan zijn, kun je ondervinden in Mongolië. Maar zelfs in Ulaanbaatar, een stad met bijna 900 duizend inwoners, is het nooit razend druk....

Dat is nog eens een ontvangst. Kom je midden in de nacht aan op het nationale vliegveld, na een flink vertraagde vlucht uit Peking, staat de chauffeur van het pension, dat vooraf is besproken, geduldig te wachten.

‘Welcome to Ulaanbaatar’, roept hij blij. Een krachtige klap op de schouder, en hup, daar gaan we, de Hyundai-taxi in, de bonkige weg van het vliegveld naar de stad op, de donkere nacht in.

De volgende ochtend is de omgeving een verrassing. Ulaanbaatar zal niet snel een schoonheidsprijs voor steden winnen. Het is een rafelige, uitgestrekte agglomeratie in de groene vallei aan de voet van de Bogd-bergketen. Behalve via de lucht en een handvol wegen is de stad aan de oever van de Tuul-rivier met de buitenwereld verbonden via de Trans-Siberische spoorweg. Ulaanbaatar is een voorname halteplaats op de lange zit van Moskou naar Peking.

Wat je er aantreft – behalve die hartverwarmende gastvrijheid? Rust. Leegte. Mongolië is ruim 37 keer zo groot als Nederland en telt amper drie miljoen mensen. Zelfs in het hartje van de ochtend- en avondspits wil het op de Avenue van de Vrede nog niet razend druk worden, terwijl Ulaanbaatar toch bijna een miljoen inwoners telt.

Aan de lokale architectuur kun je goed zien dat Russische invloeden hier voorheen dominant waren. De talrijke bestuursgebouwen en flats hebben een zwaarlijvige Oostblokstijl die eraan herinnert dat Ulaanbaatar nog niet zo lang geleden de zetel was van dictator Yumjaagiin Tsedenbal, en hoofdstad van een vazalstaat van het oude Sovjetimperium.

De democratische ontwikkelingen van de afgelopen vijftien jaar hebben Ulaanbaatar – ‘UB’ voor insiders – echter nieuwe energie gegeven. Er wordt her en der driftig gebouwd en vernieuwd, de eerste glimmende shopping mall is in aantocht en voor de oude Russische flats hebben neringdoenden – veelal Mongoliërs die als gastarbeiders in Zuid-Korea geld verdienden – uitbouwsels gemetseld waarin winkeltjes, eetgelegenheden, belhuizen en kapsalons zijn gehuisvest.

Er is zelfs een mooie cd-winkel, waar de nieuwste inlandse rap en hiphop te koop is. Vanouds mogen de Mongoliërs vooral bekend staan om hun keelzang – gromklanken die naadloos passen bij lege landschappen en lange koude winters – maar tegenwoordig gonst het in Ulaanbaatar van de rapcrews met namen als Quiza, Odko, Shogun, Meedee, B.A.T. en Moshi. Soms grommen ze vervaarlijk, als moderne keelzangers.

Ulaanbaatar doe je aan als je sowieso in Mongolië bent of wilt zijn. Het gevoel van ruimte en leegte is er overweldigend. Een andere reden om ernaartoe te gaan: een fascinatie voor Genghis Khan. De aartsvader aller Mongoliërs mag in de ogen van menige buitenstaander een bruut zijn die zijn tegenstanders gruwelijk liet doodmartelen (geliefde methode: langzaam doodgedrukt worden onder een houten plankier waarbovenop Khan en zijn adjudanten zich onderwijl vol aten en dronken), maar in het nieuwe Mongolië is hij een nationale held. Je merkt het aan de naamgeving van allerlei; zowel het vliegveld als een energy drink zijn naar hem vernoemd.

Mongolië staat evenzeer bekend om zijn goud- en kopermijnen en de kasjmier, die zachte wol waarvan je in Ulaanbaatar heerlijke truien en shawls kunt kopen. De mijnen zijn overigens nog veelal in handen van de noorderburen, de Russen, en de meeste wol gaat als vanouds naar fabrieken bij de Chinese zuiderburen.

Gekookt dubbelvet schaapsvlees is de lokale lekkernij. De Mongoolse keuken is vooral veel vlees (schaap, rund, kameel) en verschillende soorten yoghurt. Liefst wordt een en ander verwerkt in gestoomde of gekookte dumplings. Zo kom je de winter moeiteloos door.

Het schaap kan worden weggespoeld met wodka. Geen land ter wereld, op Rusland na, waar zoveel soorten voor handen zijn. Op de afdeling alcoholica van het grote Staatswarenhuis aan de Avenue van de Vrede tref je meters wodkaflessen aan. De goedkoopste, die volgens kenners snel tot blijvend geheugenverlies leidt, kost evenveel als een fles mineraalwater. Chinggis Gold is daarentegen Mongoliës topborrel, gemaakt van het beste graan en het zuiverste bronwater uit de bergen.

Het centrum van de stad is overzichtelijk: het strekt zich uit aan beide kanten van de Avenue van de Vrede en de parallel lopende Seoulstraat. Een aardige wandeling noordwaarts voert iets voorbij het Museum van de Jachttrofeëen naar de eerste wijken met gers, de nomadententen. De traditie is nooit ver weg in Ulaanbaatar.

Ook het Museum van de Nationale Geschiedenis is een bezoek waard. Het geeft een indrukwekkend overzicht van de historie van het land. Van de oertijd via de wilde jaren van Genghis Khan, toen Mongolië zich even een wereldrijk mocht wanen dat zich tot voorbij Bagdad en Moskou uitstrekte, tot de recente, zo benarde communistische tijd.

De gekleurde informatie die in het museum beschikbaar is over dit laatste tijdvak benadrukt nog eens hoe gevoelig deze periode nog ligt in deze jonge democratie. Maar er wordt aan gewerkt, verzekeren museummedewerkers. Buitenlandse musea helpen daarbij en ook Nederland is bij de verbetering betrokken: het Prins Claus Fonds betaalde de modernisering en Engelse vertaling van de begeleidende teksten bij de museumstukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden