Halsstarrig, met de kerk in het midden

Toen Cristoph Daum het bij Stuttgart van Arie Haan overnam, kreeg hij te horen in welke tenten het gebeurde. 'Dat zijn je barometers Christoph', vertelde trainer Haan die het geheim aan zijn opvolger prijs gaf omdat hij niet rancuneus is....

PAUL ONKENHOUT; JAAP VISSER

ZIJN omzwervingen door de voetbalwereld hebben Arie Haan gelouterd. Geen voetballer uit de vaderlandse geschiedenis was succesvoller dan Haan, maar al die landstitels en Europese bekers zeggen hem niet zo heel veel meer. Het mensbeeld van de 47-jarige trainer is aanmerkelijk somberder geworden.

'Hoe groot de intelligentie van de mens ook is, we hebben er een gruwelijke wereld van gemaakt. De Duitser heeft daar het juiste woord voor: Grausam, dat klinkt zoals het is. Voetbal is iets groots in de wereld, maar 't stelt niets voor. Er zijn zoveel andere dingen waar je je drukker om zou moeten maken. Maar voetbal is nu eenmaal m'n job. Dus moet er gewonnen worden.

'Van het leven ga je relativeren. Kijk naar wat er op één dag allemaal aan ellende in de wereld gebeurt. Hoe kun je dan nog positief zijn? Hoe kun je dan nog verwachten dat mensen alleen maar het goede met elkaar voor hebben?

'Er is reden genoeg om met gebogen hoofd door het leven te gaan. Maar omdat we zo veel mogelijk aan ons eigen geluk denken, gebeurt dat niet. Misschien is dat maar beter ook. Ik weiger uit te gaan van het negatieve in de mens. Ik stel me altijd weer open en niet wantrouwig op. Dat is bewuste naïviteit. Ik verander het niet, ook al word ik elke keer weer teleurgesteld.

'Een speler kan mij teleurstellen, één keer, twee keer, maar daarna is het over. En over is over. Ik laat niet met me sodemieteren. Als speler konden ze me treiteren en schoppen, totdat ik het niet meer pikte. Dan pakte ik ze terug. Niet opzichtig, maar buiten beeld.

'Ik wachtte rustig op m'n kans. Als prof moet je kunnen wachten. Anders kost het jou en je ploeggenoten geld. Daar hamer ik op bij Henk Fräser. Die jongen is vreselijk opvliegend, maar ik ga hem veranderen. Dat zal me lukken, ook al is hij al bijna dertig. Elke keer wanneer Fräser er op de training te wild invliegt, fluit ik af.

'Laatst speelde hij met het tweede vriendschappelijk tegen Capelle. Werd-ie er uitgestuurd. Terecht. Ik zeg: 'Henk, die tegenstander, wat was dat een enorme klootzak. Ik zou die goser ook een doodschop hebben gegeven. Alleen, niet onder de neus van de scheidsrechter. Je zo laten gaan tegen een stelletje amateurs. Kus nou effe gauw m'n kloten.

'Ik wil Henk leren wachten. Zelf kon ik dat goed, wachten, een halve wedstrijd, een half jaar, soms een heel seizoen. Maar als ik ze had terugbetaald, was het wel over. Ik bleef ze niet zoeken. Rancuneus ben ik nooit geweest.'

In de Kuip, waar de geest van Willem van Hanegem prominent rondwaart, is rancune Haans grootste vijand. Maar de nieuwe trainer van Feyenoord is sluw, negeert de spreekbuizen van Van Hanegem en rept met geen woord over zijn ontslagen voorganger.

Haan weet dat Van Hanegem hem vervloekt, maar zwijgt over de collega die bij Feyenoord zo gruwelijk zijn gezag verloor. 'Eén kritische opmerking over Van Hanegem en zijn aanhangers onder de journalisten openen het vuur op mij. Die Kromme is nu eenmaal veel populairder dan ik.'

Arie Haan gaat bij bij Feyenoord omzichtig te werk. Met rechtlijnigheid en duidelijkheid probeert hij de club van het volk voor zich te winnen. 'Toen ik hier kwam hing er een beetje een anti-Haan-stemming. Die tref ik overal in Nederland aan. Dat was al zo toen ik zelf nog speelde. Ik weet niet hoe het komt, maar overal hebben ze twijfels over mij.

'In het buitenland heb ik er nooit iets van gemerkt. Daarom denk ik dat het met het verleden heeft te maken. Hoe ik me opstel, bevalt de mensen hier kennelijk niet. Maar begrijpen doe ik het niet. Kijk naar mijn loopbaan en je ziet eerst een waterdrager, een harde werker, en later een spelbepalende speler. En weer later een trainer. Een logische ontwikkeling, van het één kwam het ander. Ik denk niet dat er veel reden is om altijd maar zo sceptisch over mij te zijn.

'Er wordt ook altijd gezegd dat ik een grote mond heb en eigenwijs ben. Maar het valt niet mee in mijn positie. Ik heb de leiding. Ik moet de beslissingen nemen. Dan mag je niet twijfelen. Ik kan onmogelijk iedereen te vriend houden. Ik denk alleen maar aan succes. Streven naar succes betekent dat je impopulaire beslissingen neemt, vijanden maakt.

'Een speler vertellen dat hij er niet in staat, is het ergste wat er is. Als ik het eenmaal heb gezegd, ben ik het kwijt, maar voor het zover is. Dat valt niet mee. Ik probeer duidelijk te zijn, maar een jongen die buiten het elftal valt, begrijpt er per definitie niets van. Een voetballer wil voetballen en waarom een trainer zus en zo vindt, interesseert hem geen flikker. Hier niet, nergens.

'Ik heb begrip voor de teleurstelling van spelers. Ik had begrip voor Blinker en Witschge. Maar naar buiten toe moeten ook teleurgestelde spelers voorzichtig zijn. Als ze hun mond niet kunnen houden, duperen ze zichzelf en de club.

'Spelers moeten leren dat ik het beste met ze voor heb. Wat heb ik er nou aan om Taument tegen PSV in het veld te laten staan terwijl hij van vermoeidheid zijn man niet meer voorbij komt? En wat schiet Taument er nou mee op als ik hem niet vervang? Ik wil dat spelers mij begrijpen. Het gaat om de kracht van het elftal. Dat bepaalt het succes.

'Ik lees wel eens van een speler dat hij wegloopt met zijn trainer. Wat aardig van zo'n jongen, denk ik dan. Maar ìk zal nooit proberen spelers het gevoel te geven dat het dank zij mij zo goed met ze gaat.

'Ik heb nu bij twaalf clubs gewerkt en hele grote spelers onder me gehad. Of groot gemaakt. Met de meeste heb ik een hele goede verstandhouding. Alleen ze brengen het niet naar buiten. De speler weet het en ik weet het. Verder niemand. Soms zoeken we elkaar op om even lekker over voetbal te praten. Met een biertje er bij.

'Die spelers zijn stuk voor stuk toppers. Zoals? Klinsmann. Klinsmann vooral. Van zo'n speler wil ik echt niet horen dat hij het allemaal aan mij heeft te danken. Nee, het gaat om vriendschap, pure vriendschap. Dáár haal ik mijn bevrediging uit.

'Ik probeer spelers te helpen. Ik geef aan: dit wel en dat niet. Maar uiteindelijk moeten ze het zelf doen. Ook ik heb trainers gehad die deden alsof het hun verdienste was dat jij goed speelde. Maar het was eerder andersom. Het was hun schuld dat het met jou minder ging.

'Ooit heb ik tegen een trainer gezegd: waar ben jij nou verdomme mee bezig. Met jou ga ik alleen maar slechter voetballen.' De naam van de trainer krijgt Haan niet over zijn lippen, maar het is duidelijk dat hij het over Hans Kraay senior heeft. De huidige tv-commentator was ruim twintig jaar geleden de schuld van zijn breuk met Ajax. 'Dat was het begin van een eeuwige ruzie.'

Kraay is rancuneus in de ogen van Haan. 'Daarom krijgt Feyenoord niet de krediet die het verdient. Als je weet waar we begonnen zijn en je ziet waar we nu staan dan hoef je heus niet zo denigrerend te doen.

'Ik neem het de NOS-commentator kwalijk dat hij Feyenoord aanpakt. Hij heeft geen idee waar wij hier mee bezig zijn. Hij heeft nog nooit een training bezocht. Die analyses van hem slaan nergens op. Maar hij bepaalt er wel voor een belangrijk deel de publieke opinie mee. Die man maakt het oordeel over Feyenoord harder.

'Hij zal het nooit toegeven, maar de commentator is ernstig bevooroordeeld. De mensen die mijn verhouding met hem kennen zeggen dat het duidelijk is. De mensen die niets van ons weten vragen wat er toch aan de hand is. Het valt dus iedereen op.'

Haan zegt bij Feyenoord een kapstok te willen neerzetten waarvan het elftal diverse spelstijlen kan plukken. 'De spelers moeten vertrouwd raken met verschillende systemen. Van heel aanvallend tot extreem defensief. Tijdens de wedstrijd moeten ze van die kapstok gebruik kunnen maken. Om van systeem te kunnen wisselen.

'Als er wordt geroepen: Feyenoord past zich aan dan zeg ik: klopt. We passen ons de hele tijd aan. Ieder mens is de hele dag bezig compromissen te maken. Je kunt in het dagelijks leven toch ook niet alleen maar van jezelf uitgaan? Voor het voetbal geldt hetzelfde. Wie geen rekening houdt met zijn tegenstander, wie het vertikt om ook eens naar de andere kant te kijken, die is naïef.

'Nederland heeft een goede voetbalcultuur, maar onder druk van de media speelt iedereen overdreven positief. Je wordt afgemaakt als je niet naar voren en met drie spitsen speelt. Daardoor zie ik ploegen van het eigen doel af hollen die daar helemaal de spelers niet voor hebben.

'Ik steek m'n nek uit en speel wat volgens mij, en niet volgens anderen, de beste manier is. Als Roda hier met vier aanvallers komt aanzetten, is het voor Feyenoord niet de beste manier om met drie spitsen te spelen. Ik begrijp best dat het voor het imago van Feyenoord het leukst zou zijn dat ik altijd drie spitsen opstel. Maar het moet wel functioneel zijn. Als ik bang ben dat het ten koste van het resultaat gaat, doe ik het anders.

'Hangende spits, schaduwspits, vallende buitenspeler, diepe buitenspeler, daar gaat het allemaal niet om. Al het tactische gesnuf maakt niet zoveel uit. Dat zeg ik ook tegen de spelers. Als je wìlt winnen dan win je ook. Dan doe je er alles voor. Dan duik je wèl in het gat en verdedig je wèl goed terug. Ook al ben je doodmoe.'

0

CHTTIEN jaar was Arie Haan en net verkast uit Winschoten, in het oosten van Groningen, naar Amsterdam. Hij voetbalde bij Ajax en studeerde aan de kweekschool. Maar trainer Rinus Michels had het niet zo op voetballers wier hoofd ook naar andere zaken staat. Daarom liet hij Haan een full-profcontract voorleggen.

'Maar ik weigerde te tekenen. En twee jaar later weigerde ik weer. We kregen bonje, Michels en ik, maar ik wilde per se mijn studie afmaken. Ik had niet dat zelfbewuste van: ik slaag toch wel als voetballer. Ik kon nu eenmaal goed studeren en waar stond geschreven dat ik het als voetballer zou maken? Bovendien waren de bedragen niet zoals nu. Als je nu een vijfjarig contract bij Ajax kunt tekenen, hoef je echt niet meer te gaan studeren.

'Ik wist wat ik wilde: vasthouden aan mijn zekerheden. Eigenwijs? Nee, dat is niet eigenwijs. Eigenwijs is een negatief begrip. Ik ben halsstarrig. Michels kon daar geen waardering voor opbrengen, maar toen de tijd rijp was om door te breken, liet hij me wel doorbreken.'

Waarna Haan, in het spoor van Johan Cruijff, de weg naar de roem insloeg. 'Ooit heeft iemand gezegd: Haan warmt zich aan het vuurtje van Cruijff. Die uitspraak komt keer op keer terug. Een journalist gaat Arie Haan interviewen, duikt in het archief, komt die uitspraak tegen en neemt 'm klakkeloos over. Of er wat van waar is, wordt niet meer getoetst.

'Natuurlijk is Cruijff belangrijk voor mijn carrière geweest. Net als Michels, Happel en Kovacs. Wat is dat toch, dat uitspraken van vroeger altijd tegen mij worden gebruikt en nooit voor mij? Ik zou me makkelijk kunnen verweren door te zeggen dat ik als voetballer zelfs meer prijzen dan Cruijff heb gewonnen. Maar dat is me te makkelijk.

'Het is mijn imago hè. Daar is altijd iets over te doen. Vaak wordt gezegd: lach eens wat. Maar ik kan niet lachen om het lachen. De populaire jongen uithangen, da's niets voor mij. Ik kan wel lachen als het feest is. Bij Haan is het dan ook echt feest. Dat feest in Stuttgart, waar de NOS bij was, tja. Mijn vrouw was jarig en we hadden veertig man uitgenodigd. Ik dacht: weet je wat, we gaan naar zo'n bierhal. Hebben we thuis geen rommel. Het was de eerste keer hoor. Komt de tv binnen. Blijf ik toch mezelf. Ik ben gewoon doorgegaan met feesten.

'Ik lach graag, maar er zijn vaker momenten dat je serieus moet zijn. Ik kan niet lachen als het, zoals bij Feyenoord, om miljoenen gaat. Dan kun je wel de clown gaan uithangen maar dat werkt niet. Ik ben trainer van Feyenoord en dat is een heel serieuze baan. Een manager van een groot bedrijf begint de werkdag toch ook niet met een polonaise?'

Zich rotgeschrokken is Haan van de woeste verhalen over Feyenoord-spelers die hoerend en snoerend door het Rotterdamse uitgaansleven gingen. 'Ik heb tegen de spelers gezegd dat ik niet ga uitzoeken wat er van die verhalen klopt. Maar ik heb ze wel duidelijk gemaakt dat ik me als trainer van Feyenoord overal in het land wil kunnen vertonen.

'Bepalend voor het resultaat is in eerste instantie de klasse, het talent van een spelersgroep. In tweede instantie de sfeer. Als die optimaal is kun je net wat meer uit het talent halen. Je moet spelers op hun flikker kunnen geven, maar ook eens met ze kunnen doorzakken.

'Als trainer tast ik de groep af. Wanneer is het zover dat ik met die gasten kan doorzakken, zonder dat ze in hun oude fout vervallen? Ik ben bang dat er nog heel wat water door de Maas moet stromen voor het zover is. Aanvragen of we met de selectie een receptie of een feest willen opluisteren, leg ik voorlopig naast mij neer. Wat we hebben opgebouwd is nog te wankel. Het is bij Feyenoord nog geen tijd voor polonaise.'

Haan heeft zich gevestigd in Rotterdam, midden in de stad. 'Da's lastig voor de spelers. Ik ga wel eens kijken. Dat heb ik altijd gedaan. Als ik weet dat een speler ergens op het verkeerde moment zit ga ik 'm halen. Ik heb het vroeger meegemaakt dat ik ergens binnenkwam en de spelers door het wc-raam naar buiten vlogen.

'Ik ging als speler ook wel eens weg, maar ik wist waar de kerk stond en die hield ik in het midden. Ik had het er vaak met masseurs over. Die voelen het aan je spieren. Je bent weggeweest hè, zeiden ze dan. Ja, nou en?

'Ik wist precies wat kan en niet kan. Als je wilt presteren, ben je daar snel achter. Als je op zondag moet spelen, kun je op zaterdag, vrijdag, zelfs op donderdag niet meer weg.

'Michels wilde vroeger ook wel eens komen kijken. Maar als we het gevoel hadden dat ze Michels gingen bellen, gaven we een paar gulden meer. Belden ze niet.

'Omdat ik zo veel heb gehoord, ben ik me in Rotterdam een beetje gaan oriënteren. Ik wil gewoon weten hoe het zit, waar het gebeurt. Overal waar ik heb gewerkt, wist ik waar het gebeurde. Dat gaf ik ook door aan mijn opvolgers. Waarom niet? Ik ben niet iemand die hoopt dat het slechter gaat met de club zodra hij er weg is. We zijn toch collega's van elkaar? Ik gun iedereen een goedbelegde boterham.

'Toen Christoph Daum het bij Stuttgart van me overnam heb ik precies gezegd naar welke tenten hij moest gaan. Daar gebeurt het, Christoph, dat zijn je barometers. Een voetballer verdient zijn vrijheid, maar als hij er niet mee om kan gaan, moet je hem als trainer corrigeren.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden