Halsema laveert tussen rebellen en rechtsstaat

Na een enerverende week voor GroenLinks, culminerend in het vertrek van Wijnand Duyvendak uit het parlement, is het debat pas goed losgebarsten....

Van onze verslaggeefsters Yvonne Doorduyn en Sheila Sitalsing

Partijleider Femke Halsema is van de rechtsstatelijkheid. Zij veroordeelde de illegale acties van Duyvendak ongemeen hard, met kwalificaties als ‘moreel en politiek onaanvaardbaar’. (Al verdiende volgens haar ‘de nieuwe Wijnand’, die in retrospectief zijn buitenparlementaire bezigheden niet zo netjes vindt, een tweede kans.)

De tegenbeweging, met europarlementariër Joost Lagendijk als officieuze woordvoerder, vreest dat Halsema het kind van de burgerlijke ongehoorzaamheid weggooit met het badwater van de niet goed te praten criminele daad. ‘Paniekerig’ vindt hij haar optreden.

De goegemeente was er snel uit: dieven horen niet thuis in de politiek. En dus had Duyvendak meteen moeten opkrassen toen hij een inbraak bekende in het ministerie van Economische Zaken in 1985, peilde Maurice de Hond.

Bij GroenLinks ligt dat een tikje genuanceerder: fifty-fifty. De Hond leert dat 48 procent van de GroenLinks-kiezers vindt dat Duyvendak terecht is opgestapt. Van 43 procent had hij gewoon mogen – moeten zelfs – blijven zitten.

Het weerspiegelt de gevarieerde achterban van de partij die in 1989 ontstond uit de communisten van de CPN, de actiebereide pacifisten van de PSP en de linkse christenen van de PPR en de EVP. Een deel van hen stond met de neus vooraan bij de anti-establishmentacties van weleer. Maar een ander segment heeft daar niets mee, of lag nog in de luiers toen in 1980 de tanks kraker Duyvendak en de zijnen uit de Amsterdamse Vondelstraat kwamen verdrijven.

Tot een fataal schisma heeft die verdeeldheid nog niet geleid. Het aantal opzeggingen – wegens Duyvendaks ontboezemingen dan wel wegens Halsema’s veroordeling daarvan – is miniem. Vier à vijf, meldt de partij.

De stelling dat Halsema wankelt, is dan ook te gewaagd. Zeker, ze had eerder akkefietjes. Zo kreeg ze kritiek toen ze vorig jaar regeringsdeelname snel afwimpelde.

En in 2005 oogstte ze storm toen ze pleitte voor een soepeler ontslagrecht. Niettemin steunde op een congres 80 procent van de leden het verkiezingsprogramma mét ontslagparagraaf. Halsema kreeg een staande ovatie en de leider van het interne verzet, senator Leo Platvoet, werd weggestemd.

Oud-activist Lagendijk vind het tijd voor een debat over het leerstuk van de burgerlijke ongehoorzaamheid. Waar ligt voor het huidige GroenLinks de grens?

Halsema, wier actieverleden niet veel verder reikt dan de anti-Balkenende-demonstratie van 2004 op het Museumplein, geeft een schot voor de boeg op haar weblog. ‘Elke suggestie dat GroenLinks omwille van haar idealen ruimte geeft aan wetsovertredingen die bij anderen worden veroordeeld, moet met kracht worden weersproken’, schrijft ze. Al realiseert ze zich dat het soms niet anders kan. Zoals toen witte illegalen de Haagse Agneskerk bezetten en in hongerstaking gingen. ‘Hun wanhoop maakte het voor mij onmogelijk negatief te oordelen.’

Ze memoreert de beroemde criteria van socioloog Kees Schuyt voor burgerlijke ongehoorzaamheid: de actie moet gewetensvol zijn, geweldloos en samenhangen met het doel. Actievoerders moeten weloverwogen en open te werk gaan, bereid zijn zich aan arrestatie en straf bloot te stellen, legale middelen hebben uitgeput, en andermans rechten in acht nemen.

Halsema: ‘Vooral de bereidheid je bloot te stellen aan vervolging is voor mij van groot belang. Daarmee aanvaard je de grenzen van de democratische rechtsstaat.’

Halsema blijft daarmee dicht bij zichzelf. Voor authenticiteit is ook wat te zeggen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden