Twee uur in de ochtend en twee uur in de avond speelt fruitteler Jan Boer zelf voor vogelverschrikker.

Reportage Halsbandparkiet

Halsbandparkiet drijft fruittelers tot wanhoop: ‘De schade? In kilo’s of in ergernis?’

Twee uur in de ochtend en twee uur in de avond speelt fruitteler Jan Boer zelf voor vogelverschrikker. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De halsbandparkiet wint snel terrein in Nederland, daar weet Jan Boer tot zijn spijt alles van. Vier uur per dag loopt de fruitteler klappend in zijn handen langs zijn appelbomen. ‘Ze slopen mijn halve boomgaard.’ En een vergoeding voor de schade krijgt hij niet. 

‘Kijk hier dan’, zegt Jan Boer. ‘Aangevreten appels. Geen gezicht!’ Hij stiefelt op deze warme julimiddag door zijn boomgaard in Barendrecht, de zon op zijn kalende hoofd. Bij elke boom die hij passeert stijgt zijn ergernis. ‘Overal hangen lijken.’

Hij trekt een takje naar voren om twee, drie, vier gehavende appels te tonen, sommige bruin en schimmelig. ‘Kijk deze boom’, zegt Boer een paar meter verderop. ‘De top hing helemaal vol met appels.’

Nee, de daders zijn er niet. Die storten zich nu een week of wat op de notenbomen in de buurt. Boer – geen boer maar fruitteler – heeft dus even rust. Maar niet voor lang, want ze komen terug. Eind deze week waarschijnlijk. Zo gaat het elke zomer, al een jaar of zes.

‘Kijk, dáár zaten ze.’ Boer wijst naar een hoge boom aan de rand van zijn boomgaard, waar de vogels zich tot een paar dagen terug verzamelden. Vanaf een kale tak streken ze neer op zijn fruitbomen. Elke ochtend en elke avond schraapten een stuk of vijftig halsbandparkieten met hun kromme snavels aan zijn appels. ‘Ze slopen mijn halve boomgaard!’

Wat de schade is? Die vraag beantwoordt de 73-jarige Boer met een wedervraag. ‘In kilo’s of in ergernis?’

Een halsbandparkiet in het Vondelpark in Amsterdam. Beeld HH

Groene wolf

De halsbandparkiet, door De Telegraaf onlangs bestempeld tot ‘groene wolf in schaapskleren’, wint rap terrein in Nederland. De populatie, die eind jaren zestig ontstond doordat vrijgelaten en ontsnapte dieren met elkaar begonnen te paren, groeit sinds de eeuwwisseling gestaag. Volgens een schatting van de vereniging Sovon Vogelonderzoek Nederland waren er in 2015 in Nederland 12 duizend halsbandparkieten – circa 30 keer zoveel als in 1990. Recentere cijfers zijn er niet.

Leefden de parkieten eerst vooral in Amsterdam en Den Haag, inmiddels hebben ze de oversteek gemaakt naar steden als Alkmaar, Utrecht, Delft en Rotterdam. Ook in de buitengebieden rond deze steden komen kolonies voor. Ze leven vooral van zaden en sierfruit en overleven de winters doordat mensen ‘die schattige vogeltjes’ voeren. Soms doen ze zich tegoed aan fruit in boomgaarden, mochten die vanuit de stad te bevliegen zijn.

Volgens Herman Bus van de Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO) neemt de parkietgerelateerde schade jaarlijks toe, al kan hij dat niet met cijfers staven. ‘Voor telers heeft het weinig zin een melding te doen’, zegt hij. ‘Schade aangericht door exoten wordt niet vergoed.’

Dat beleid is niet meer te verantwoorden, vindt Bus. ‘De halsbandparkiet is nauwelijks meer een exoot te noemen. Het dier is inheems geworden en gaat schade veroorzaken. Ik vind niet dat fruittelers zelf voor de schade moeten opdraaien.’

Bij uitvoeringsorganisatie Bij12, die de provincies ondersteunt op het gebied van onder meer faunazaken en natuurbeleid, kunnen ze ook niet zeggen hoeveel fruit parkieten consumeren. Vreten grauwe ganzen, smienten, dassen, edelherten of knobbelzwanen van de gewassen, dan kan een boer een vergoeding krijgen. Vorig jaar keerde het voormalige Faunafonds daarom namens de provincies bijna 23 miljoen euro uit voor schade aan gras, graan of suikerbiet. Maar schade door halsbandparkieten? Die komt voor rekening van de boer.

Er zijn daarom bij Bij12 slechts twee dossiers bekend waarin de halsbandparkiet een rol speelt, laat een woordvoerder weten. Het betreft gevallen uit 2012 en 2015, waarbij parkieten appels en peren hebben aangevreten. De schade is nooit uitbetaald, maar destijds wel getaxeerd. Het ging opgeteld om 554 euro.

Jan Boer toont aangevreten appels. ‘Overal hangen lijken.’ Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Vogelverschrikker

Bij Jan Boer in Barendrecht is de schade wel hoger. Tel maar eens hoeveel aangevreten appels er in de toppen zitten. En hoeveel er al van de boom zijn gevallen. Hij heeft 12 duizend fruitbomen, zegt hij. Die zijn niet allemaal in trek. De parkieten tonen vooral interesse in de jonge bomen – die van een jaar of vier oud. ‘Die hebben niet te veel takken en bladeren in de top. De vogels kunnen makkelijk bij de vruchten.’

Boer vindt het oneerlijk dat hij geen vergoeding uit het schadefonds krijgt. Hij schat dat de zwerm vogels hem jaarlijks 10 duizend euro aan omzet kost. ‘En dat zou nog hoger zijn als ik hier niet elke dag op die beesten zou jagen.’

Want Boer kijkt natuurlijk niet lijdzaam toe hoe de vogels zijn vruchten verorberen. Zo hing hij stukken wit plastic aan palen, in de hoop dat dat de parkieten zou afschrikken. Maar helaas, dat werkt altijd maar even, zegt hij. ‘Ik moet het plastic binnenkort maar weer eens op een ander plek ophangen.’

En dus speelt hij zelf maar voor vogelverschrikker. Hij loopt tussen de bomen door, terwijl hij hard in zijn handen klapt. Zo is hij vier, vijf uur per dag aan het applaudisseren. Twee uur in de ochtend en twee uur in de avond – óók op zaterdag en zondag. ‘Ik word er helemaal gek van’, zegt hij.

Zonnebloemen

Roelant Jonker weet alles van halsbandparkieten. Bij Universiteit Leiden deed hij jarenlang onderzoek naar de vogel. Natuurlijk, zegt hij, het is heel vervelend voor de boeren die problemen ondervinden van de parkieten. ‘Maar deze vogels zijn er nu eenmaal. Net als spreeuwen, kauwen en goudvinken die óók schade berokkenen aan de vruchtenbomen. Wat dat betreft is de halsbandparkiet slechts een kleine toevoeging aan de vogelpredatie waar telers mee te maken hebben.’

Jonker verwacht niet dat de halsbandparkiet veel schade in het land gaat aanrichten. Alleen boomgaarden net buiten de stad lopen gevaar, zegt hij, want daar wonen de vogels. ‘In de Beemster komen ze nog wel, zo vlak bij Amsterdam, maar ik verwacht geen problemen in de Betuwe.’ Desalniettemin noemt Jonker een vergoeding voor telers als Jan Boer, die schade ondervinden van parkieten, ‘zeker redelijk’.

Desgevraagd draagt hij een paar oplossingen aan voor wanhopige telers. In de Betuwe hangen ze netten op tegen de vogels, zegt Jonker. Dat zou hier ook kunnen werken. Of: zonnebloemen planten, want parkieten houden meer van pitten dan van appels. ‘En ze eten graag wilde appeltjes. Die hebben nonnen in Londen langs hun kloostertuin gezet, en daarmee nam de schade aan de andere vruchtenbomen af.’

Een voerplaats inrichten met zonnebloempitten voor de parkieten is ook een mogelijkheid. De kosten daarvan zijn ‘een fractie van het omzetverlies’ van Jan Boer, aldus Jonker. ‘Het behelst wat meer creativiteit dan in je handen klappen, maar het werkt wel.’

Tot slot wil Jonker benadrukken dat de halsbandparkiet geen schadelijke gevolgen heeft voor andere vogelsoorten, zoals bijvoorbeeld het Platform Invasieve Exoten beweert. Hij heeft geen aanwijzingen dat de parkieten een negatieve invloed hebben op de hoeveelheid mussen, boomklevers, koperwieken, kramsvogels of vleermuizen.

‘Er zijn best exoten die problemen veroorzaken, maar dat geldt lang niet voor allemaal. Daarom hebben we de term invasieve exoot bedacht. Maar invasief zijn de parkieten niet. Ze richten geen wezenlijke schade aan de inheemse natuur aan.’

Knalapparaat

Tja, kom daar eens mee aan bij Jan Boer. Die wordt vrij moedeloos van de genoemde oplossingen. ‘Netten?’, zegt hij met een stem vol ongeloof. ‘Ik heb 6 hectare, zes keer 10 duizend vierkante meter. Hoe ziet hij dat voor zich? Een net per boom? En dan moet ik 12 duizend keer een laddertje op en af om een net over een boom heen te gooien? Nee, ik zou niet weten hoe ik dat voor elkaar krijg.’

Ook van de suggestie om zonnebloemen en wilde appels te planten wordt Boer niet bepaald enthousiast. ‘Geen ruimte’, zegt hij. ‘Ik zit ingeklemd tussen een park en huizen.’

En dus moet hij de parkieten – als de noten binnenkort op zijn – voorlopig op zijn eigen manier proberen te bestrijden. In zijn schuur heeft hij nog een troef: een apparaat verbonden met een gasfles. Hij tilt het ding mee naar de boomgaard voor een demonstratie. Paar knopjes draaien, afstand nemen, en hup daar gaat hij dan.

BOEEMMMM!

De bedoeling is dat de vogels zich na zo’n knal van het knalapparaat een paar dagen niet vertonen, zegt Boer. ‘Bij eksters werkt dat vrij aardig, de parkieten zijn niet echt onder de indruk. Ze schrikken wel, maar de volgende ochtend zijn ze gewoon weer terug.’

Van een paar ontsnapte beestjes tot een vernielzuchtige plaag

In 1874 nam een ploeg wetenschappers vijf konijnen mee naar een verre archipel, voor als ze trek kregen. Hadden ze dat maar nooit gedaan, schreef Cor Speksnijder vorig jaar. Door het ontbreken van natuurlijke vijanden konden die zich in hoog tempo vermenigvuldigen. Met alle gevolgen van dien.

Tegenwoordig zijn we alert op invasieve exoten. Zoals in Veenendaal, waar bewoners tachtig goudvissen loslieten in de Brouwersgracht. ‘We hadden last van muggen en we dachten: als we vissen in de gracht gooien, vreten die de larven wel op.’ Geen goed idee, vond de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. En dus moesten de bewoners de goudvissen er weer uithalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden